Lee Towers de vriend van al zijn vijanden

Iedereen die aan hem twijfelt, krijgt met hèm te maken. Hij is nu eenmaal een selfmade man zonder drempels. Een open boek, met een groot en positief vertrouwen in mensen. Misschien is Lee Towers daarom geïrriteerd, over de vraag wat er achter al zijn openheid schuilgaat. Wellicht is hij dat een uur na die ene vraag nog steeds. “Je komt in de buurt van de belastinginspecteur die mij van zwartwerken verdacht, zonder met bewijzen te komen.”

ROP ZOUTBERG

Hoofddorp, half elf 's avonds. Joviale man. Grote handen, stevige handdruk. Luide stem, die mij om de vier zinnen met mijn voornaam aanspreekt. Het is een half uur voor het optreden voor het personeel van Golden Tulip Barbizon in Hoofddorp. Het is het derde optreden van deze dag, en hierna moet hij nog een keer.

De voorbereidingen betreffen een fris overhemd, gouden manchetknopen en zijn haar. Towers (Bolnes, 23 maart 1946) moppert. Zijn haar is onmogelijk, en het zou op dit moment eigenlijk beter zijn het even te wassen. Het wordt de krultang, waarmee de Towers-slag in het haar komt. Geluidsman Bas, die al negentien jaar met de zanger optrekt, zit op het bed en zwijgt.

Towers vist zijn discografie uit de koffer naast de spiegel. De lijst bevat titels van tweeëndertig albums. Twaalf gouden platen en vier platina, naast de vermelding dat hij vorig jaar koninklijk onderscheiden werd. Op de achterkant van het overzicht staat een foto van de zanger. Linkerhand losjes op de heup, rechterhand een microfoon, de glimmende bril, de smoking, de witte rij tanden.

“Op avonden als deze verkoop je jezelf voor een half uur. Probeer ik value for money te geven”, zegt hij, het haar zorgvuldig borstelend. “Entertainment op niveau.” Hij zwijgt even. “Misschien lijken al die optredens op één avond kort. Ik zou ze niet willen missen. Je maakt mensen gelukkig met wat je doet. Ik ben degene die de feesten afmaakt, degene die het feest soms nog moet redden.”

“Vergelijk het met een topvoetballer. Die moet spelen. Zin of niet. Verlies je, dan lig je er uit. Slechte verhalen verspreiden zich als een olievlek. Dat geldt ook voor mij, in negatieve en positieve zin. Je werkt voor het vervolg. Wat komt er na deze avond?”

Het gaat er ook niet om wat hij dóet. Het gaat er om wat hij ìs. Tel daarom geen nummer één-hits, want die heeft hij nooit gehad. Het gaat bij het instituut dat Lee Towers is, om betrouwbaarheid, om bühne-uitstraling, om degelijkheid. Daarom kan hij zowel in verzorgingstehuis als discotheek zingen. En ook in een gevangenis, zoals recentelijk gebeurde. “Ik ben een ondernemer die wereldberoemd in Nederland is, een doorsnee-Nederlander waar jij je in herkent. Ik doe niet lullig over het feit dat ik getrouwd ben, dat ik kleinkinderen heb. Ik voel me niet te groot om voor gevangenen op te treden.”

Hij spreekt over zijn vrouw Laura en de verleidingen die het artiestenberoep heeft, wanneer hij even in ondergoed staat en een zwarte smokingbroek aantrekt. “Wijsheden zijn vaak zo simpel. Je hebt een probleem, wanneer je op de voorpagina eindigt. Heb respect voor je maatje. Komt er onrust, dan kun je het vergeten. Dan moet je uit elkaar.”

Loopt door de gangen van het hotel, tot aan de rand van de zaal waar hij wacht tot hij opkan. Het gezelschap dat hier eet en drinkt, ziet er duur uit. Avondjurken. Postmoderne smokings. Lee Towers begroet iedereen, schudt handen alsof hij iedereen persoonlijk kent. “Ik hoef me nooit voor te stellen”, zegt hij.

Dan kan hij op. Bas is er al. “Wat een sfeer vanavond”, houdt Towers de zaal voor, “hebben we er zin in?” Bekende en nieuwe nummers schieten over de zaal. Het publiek wordt als door een magneet naar de zanger toegetrokken en gaat in een haag om hem heen staan. I can see clearly now. The rain has gone. It's gonna be a bright sunshiny day. Achterin de zaal staat het bedienend personeel in groen-witte uniformen. Zij willen niets missen. New York, New York. I wanna wake up in a city that never sleeps.

Achter in de zaal is het goed te zien. Geluidsman Bas staat swingend achter het mengpaneel. Towers glimt, zweet een beetje. Maar bovenal overheerst het wit van zijn tanden. “Ik zou nooit een cd van hem kopen”, zegt een vrouw. “Maar Lee Towers heeft zo'n sféér.”

“Er is geen dubbele bodem bij mij”, zal Towers na afloop zeggen. En, verwijzend naar het optreden: “Om dit effect word ik ingehuurd. Er bestaan geen moeilijke mensen om voor op te treden. Dat bepaal ik zelf. Ik geef het gevoel dat ik bij ze ben. Dat willen die mensen. Zíj hebben een wereldavond gehad. Dat is mijn opdracht.”

“Ik laat blijdschap bij mensen achter. Emile Ratelband denkt dat hij positief denkt. Als je blijdschap pretendeert, keert het zich tegen je. Het is niet wat je doet, maar wat je bent. Toon Hermans is dat laatste. Hij ìs. Hij spreekt de taal van de mensen.”

Loopt licht gebogen met stralende tanden en twinkelende ogen door de kamer. “Als Toon opkwam, was mijn avond goed.”

Towers heeft geluk. Het laatste optreden, dat van half één, is vlakbij. Een kwartier rijden verderop ligt Claus Party House, waar het Rabobank-personeel uit de regio Elburg-Putten een zaal heeft afgehuurd. In de kleedkamer opnieuw het ritueel. Manchetknopen. Haar borstelen.

Praat ineens ook weer verder, over hoe hij is, hoe hij toch altijd het goede in de mens boven alles wil zien. “Als ik een drempel zie, ben ik de eerste die hem oversteekt. Ik kan niet als een sfinx door het leven gaan. Bovendien ontkom je niet aan compromissen.” Kijkt even ongelovig: “Die mensen zíjn er. Die kunnen nooit een compromis sluiten.” Houdt de haarborstel verticaal op de tafel, en draait hem een beetje. “Als er wind komt, en je gaat niet mee, breek je bij stam af.” Door de muren komt de muziek van de Tandenborstel-jive.

Vertelt over zijn opvoeding. Een Nederduits hervormd gezin, dat de kinderen hel en verdoemenis voorhield. De bioscoop was het voorportaal van de hel. Hij kijkt ernstig. “Je kunt geen mensen opvoeden met de honkbalknuppel achter de deur. Alles is gebaseerd op wat jij bent. Daarom is het niet relevant hoe vaak iemand in de kerk zit. De kerk of de dominee interesseert me niet meer.”

“Dit is een heel leuk feestje dat jullie hier hebben”, roept Towers een minuut later tegen het personeel van de Rabobank. Het publiek is beduidend jonger en uitzinnig gekleed. Jongens lopen in bloemetjespakken, meisjes in dito jurk. Towers zingt een foxtrot. Spontaan klimmen drie meisjes op het podium om naast hem als dansgroepje te fungeren. Een minuut later doen twee jongens hetzelfde. Hij beloont de meisjes met zoenen. Voor de jongens is er een handdruk. “Mannen, bedankt”, buldert Towers.

De uitsmijter is You'll never walk alone, toevallig ook door de Rabobank gebruikt in een recente commercial. Aanstekers zwaaien. Towers schuift langs de handen van de eerste rij om ze te schudden. Iedereen wil.

In de kleedkamer signeert Towers zwierig een stapel foto's. “Ik ga heel makkelijk met mensen om. Dat vinden mensen leuk. Ik heb wel een status, maar gedraag me daar niet naar. Noem dat een normale manier van met mensen om gaan. Je hebt respect voor ze.”

Hij zegt dan ook, dat hij door zijn optimistische levensvisie gemakkelijk bedrogen kan worden. Dat gebeurt ook, zegt hij. “Ik ben een vuurspuwende berg, als ik boos word.” Berustend: “Maar ik ben niet haatdragend. Mensen die mij teleurgesteld hebben, zijn later weer mijn vrienden geworden.” Dan volgt de vraag die hem een uur laat spuwen. Of hij wel ècht is, en geen spelletje speelt. “Als ik fake was, had ik het niet volgehouden. Ik ben niet Johnny de Selfkicker. Ik heb een vermogen in mezelf geïnvesteerd, ben een hoge boom, vang veel wind. Er zit een denkbeeldig kroontje op mijn hoofd. Als iemand daaraan gaat rammelen, is hij aan de beurt.” Priemende vinger. “Anders ben ìk aan de beurt.”

Chocolademelk, hand op mijn knie. “Ik heb genoeg meegemaakt om te weten, dat je door verdriet een ander mens wordt. Iedereen maakt dat mee. Dan zijn er twee keuzes. Of je wordt een hardliner. Of je blijft toch geloven in het beste van de mens. Voor dat laatste sta ik. Anders kun je ophouden. Blijf vertrouwen. Never say never.”

Geluidsman Bas ziet er moe uit. Het is half drie in de nacht. Towers loopt naar zijn auto. “Ik ben blij dat ik dit mocht vertellen. Anders had ik slecht geslapen.” Ogen vol vertrouwen, stevige handdruk. Toch weer vrienden geworden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden