Leden van de gemeente nemen stenen mee van de ashoop als aandenken

CHARLOTTE - Dominee Larry Hill van de Matthew Murkland Presbyterian Church, een 'zwarte kerk' in de zuidelijke staat North Carolina die vorige week afbrandde, houdt een donderpreek.

PAUL ALEXANDER

“De wereld is een poel des verderfs. De mens probeert, in plaats van een licht en voorbeeld te zijn voor de volgende generatie, zijn medemens te domineren. Kerken worden in brand gestoken en de daders houden zich schuil, te laf om hun gezicht te laten zien.” De stem van de dominee weergalmt door de kerk, die gelegen is op het terrein van de afgebrande kerk. Drieëntwintig jaar geleden werd deze nieuwe bakstenen kerk aan de oude houten toegevoegd om de groeiende gemeenschap te kunnen herbergen. De honderd jaar oude kerk stond voor haar leden symbool voor de hechtheid van hun gemeenschap. De dominee ziet deze aanslag op Gods huis dan ook als een teken des tijds. Hij besluit zijn preek met een aanmanend citaat uit Romeinen 16 vers 19: “Doch ik wil dat gij niet alleen wijs zijt tot het goede, maar ook onbesmet van het kwade.” Dan leidt hij de kerkgangers naar de plaats waar de afgebrande kerk stond. Het gospelkoor, getooid in paarse gewaden, zet een hymne in en de dominee spreekt een laatste zegening uit over de verkoolde resten. De leden van de gemeenschap krijgen de gelegenheid om de ashoop te beklimmen en bakstenen van het fundament mee te nemen als aandenken. Het zuiden van de Verenigde Staten wordt opgeschrikt door een serie aanslagen op zwarte kerken. De Matthew Murkland Presbyterian Church is de 32e kerk binnen achttien maanden die in vlammen opging. De kerk, of wat er van over is, ligt in een luxueuze buitenwijk van Charlotte, een provinciestad met nog geen half miljoen inwoners. Samen met een drietal bouwvallige huisjes aan de overkant van de straat vormt de kerk een zwarte enclave in een blanke buitenwijk.

De autoriteiten hebben een grootscheeps onderzoek ingesteld naar de aard van de brandstichtingen die de zwarte gemeenschappen treffen. Het is niet duidelijk of er achter de brandstichtingen een extremistische samenzwering schuilgaat of dat het individuele acties van racistische groeperingen betreft. In het geval van de Matthew Murkland Presbyterian Church is de brandstichter geen Ku Klux Klan-lid of redneck neo-nazi, maar een dertienjarig meisje uit een welgestelde familie uit de buurt. Dominee Hill: “Ze goot een jerrycan benzine over de rechter achterhoek van de kerk. Het was een hels vuur. Binnen enkele minuten was de kerk afgebrand.”

Het meisje wordt vastgehouden in een jeugd-huis van bewaring. Een woordvoerder van de politie heeft de lokale pers medegedeeld dat het meisje handelde uit “anti-christelijke en anti-Afro-Amerikaanse gevoelens”. Ook gaan er geruchten dat ze banden onderhoudt met een genootschap van satanaanbidders.

De rond de 200 leden van deze zwarte gemeenschap in Charlotte zijn verbijsterd. De brandstichting herinnert hen aan de tijd dat de zwarte bevolking de toegang tot blanke restaurants en blanke bussen werd ontzegd en brandstichtingen en lynchpartijen aan de orde van de dag waren. Walter Cuthbertson, geboren en getogen op een steenworp afstand van de kerk, meende dat die tijden voorgoed tot het verleden behoorden. Cuthbertson (62): “We dachten dat het tij was gekeerd. Het is niet eens sinds lang dat we zonder problemen willekeurig welk restaurant binnen kunnen gaan. Ik heb daar tegenwoordig ook het geld voor en bezit een auto om er naar toe te rijden. Maar nu lijkt de klok te worden teruggezet.”

De burgerrechtenbeweging had aan de staat North Carolina een harde dobber. Jarenlang is er een hevige strijd geleverd om de uitwassen van de segregatie tegen te gaan. De kerk was in de tijd van de segregatie een toevluchtsoord voor de zwarten. Daarom treft het de gemeenschap diep in het hart dat er nu weer overal zwarte kerken worden afgebrand. De geschiedenis van Matthew Murkland Presbyterian Church is dan ook een lange strijd voor de emancipatie van haar zwarte leden. Cuthbertson:

“In de negentiende eeuw gingen de negers uit deze streek naar de kerk van de blanke Presbyterianen, waar zij achterin plaatsnamen. De Presbyteriaanse kerk was in die tijd verdeeld over het vraagstuk van de slavernij en splitste zich op in de Presbyterian Church U.S. en de United Presbyterian Church, in kort de Zuidelijke respectievelijk de Noordelijke Kerk. Een blanke dominee van de Noordelijke Kerk nam het initiatief tot de bouw van onze kerk omdat hij vond dat de zwarte bevolking recht had op een eigen bedehuis. De geschillen tussen de beide kerken werden pas in 1983 bijgelegd, toen ze zich herenigden in de Presbyterian Church USA.” De meeste leden van de gemeenschap in Charlotte zijn al hun hele leven aan de Matthew Murkland Presbyterian Church verbonden. Walter Cuthbertson is er gedoopt en ging in een bijgebouwtje van de kerk naar school. In een van de banken voor in de kerk zit een stokoud vrouwtje dat nog zijn kleuterleidster is geweest. In die tijd was het gebied rondom de kerk boerenland. Katoen- en maïsvelden strekten zich uit zo ver het oog reikte. Ook Cuthbertson zwoegde in zijn jonge jaren als katoenplukker op het land. Vanaf de jaren 50 begonnen welgestelde blanke families zich in de streek te vestigen en bouwden er villa's. Zo verrezen hier de suburbs. De negers vonden betrekkingen in de industrie en trokken weg naar andere delen van de stad. Cuthbertson ging voor een glasfabriek werken aan de andere kant van de stad. “Leden van zwarte gemeenschappen zijn zeer trouw aan hun moederkerk,” stelt Cuthbertson. Derhalve rijden hij en de andere leden van de gemeenschap elke zondag van mijlenver door eindeloze villawijken naar hun kerk.

Een aantal van de blanke buurtbewoners is naar de zondagsdienst gekomen om hun medeleven te betuigen met de gemeenschap. Een vrouw van middelbare leeftijd stapt op de dominee af. “Wij vinden het afschuwelijk wat er met de kerk gebeurd is,” deelt ze hem mee, “als bewoner van deze buurt voel ik me verplicht te laten weten dat dezer dagen onze gedachten naar de gemeenschap uitgaan.” Voor de buurtbewoners is het de eerste keer dat zij een Afro-Amerikaanse dienst meemaken. “Het zal een hele ervaring voor u zijn,” grijnst dominee Hill. Inderdaad is het een hele ervaring. De hartelijkheid waarmee de buurtbewoners onthaald worden is overrompelend. Als de piano begint te spelen en het gospelkoor inzet, klappen de kerkgangers uitgelaten mee op het ritme van de muziek. De stem van de geëxalteerde koorleidster, die ooit een rol als gospelzangeres in de film The Color Purple heeft gespeeld, schalt boven het koor uit. De preek van de dominee heeft meer weg van een dialoog met het publiek dan met een toespraak. “Iemand zegt amen,” roept hij de kerkgangers toe. “ Amen,” klinkt het uit het publiek. “Ooo yeaah,” roept het stokoud vrouwtje op de voorste bank in trance. De buurtbewoners klappen enthousiast mee. Niet alle buurtbewoners tonen zich even aangedaan. Een norse oude man van een jaar of tachtig beweegt zich moeizaam op zijn twee krukken voort door de buurt. Hij zegt niet geschokt te zijn door de brand. “Ik ben in mijn leven nog nooit geschokt geweest. De kerk was een oud bouwvallig hok en de dader was een verward meisje van 13.”

Voordat de schuldige in de kraag werd gegrepen, loofde een lokale bank een beloning van 100 000 dollar en justitie een bedrag van 10 000 dollar uit voor informatie die zou leiden tot de arrestatie van de dader. Zij konden opgelucht ademhalen, toen bleek dat niet een redneck neo-nazi of racistische activist, maar een dertienjarig meisje de dader was.

Volgens een bestuurder van de Presbyteriaanse kerk in Charlotte, de algemene presbyter James A. Thomas Sr. (48) blijven er echter nog heel wat vragen onbeantwoord. Thomas: “Het meisje woont 8 kilometer van de kerk vandaan. Hoe kon zij zonder andermans hulp midden in de nacht een kerk in een mum van tijd in as leggen? Het is een teken aan de wand dat ze anti-Afro-Amerikaanse gevoelens zegt te koesteren. Bovendien is dit geen geïsoleerd geval. Er branden dagelijks zwarte kerken af.” Volgens de presbyter is het de autoriteiten er veel aan gelegen om het racistische karakter van de brand te niet te doen. Zij zijn bang dat een rassenkwestie het imago van de stad schaadt. Charlotte is een booming town. De laatste tien jaar is de stad uitgegroeid tot een belangrijk financieel centrum. Talloze banken hebben zich de afgelopen jaren in downtown Charlotte gevestigd. Er is onlangs een grote congreshal aangelegd, die bezoekers uit alle delen van de wereld moet trekken. Tegelijkertijd heeft de stad een goede naam verworven door de wijze waarop het met rassenkwesties omgaat. Thomas: “Het stadsbestuur pakt de problemen serieus aan. Het stelt programma's op om de zwarte en blanke bevolking te laten integreren. Onder het motto 'to get to know each other', gaan kinderen van verschillende minderheden gezamenlijk naar zomerkampen en ook worden er voor ouderen van verschillende rassen avondjes georganiseerd.”

Met de explosieve groei van de stad deden ook de bijbehorende sociale problemen hun intrede. Werkloosheid, misdaad en geweld nemen hand over hand toe. Overdag hangen talloze negers rond op de centrale boulevard. Zij hebben geen werk en bedelen een paar centen bij elkaar. Thomas verwijt het stadsbestuur dat het, ondanks de goede bedoelingen, het rassenprobleem in de stad probeert te verhullen en dat het de situatie rooskleuriger voorstelt dan ze in werkelijkheid is. Thomas: “De stad moet zijn sociale problemen niet ontkennen. De zwarte bevolking maakt nog steeds de onderste lagen van de maatschappij uit. Werkloosheid heerst vooral in de zwarte getto's. Het proces van desegregatie dat vanaf de jaren 50 op gang kwam, heeft zich voornamelijk op het vlak van het onderwijs voltrokken. Zwarte kinderen werden opeens op blanke scholen toegelaten. Maar wij hebben nog steeds een achterstand. Onderzoek heeft uitgewezen dat veel zwarte kinderen als analfabeet van de middelbare school afkomen. Na schooltijd keren de blanken terug naar hun suburbs en de zwarten naar hun verarmde wijken. De desegregatie houdt dus na schooltijd op.”

Wat Thomas betreft is de Amerikaanse samenleving nog steeds gesegregeerd. Thomas: “Het simpele gegeven dat wij Afro-Amerikanen kilometers door een blanke wijk moeten rijden om naar onze eigen zwarte kerk te gaan zegt voldoende. Aan ons ligt het niet. De deuren van onze kerk staan wagenwijd open voor bezoekers. Wij hebben de blanken in de buurt uitgenodigd om naar de kerk te komen. Nooit is er iemand gekomen.”

Thomas: “De strijd voor emancipatie en tegen racisme is nog lang niet voorbij. In de jaren 70 en 80 dachten velen dat de strijd gewonnen was. De brandstichtingen bewijzen het tegendeel en hebben gemaakt dat we wat dat betreft op onze hoede zijn. Ik weet zeker dat wij sterker uit deze gebeurtenissen te voorschijn zullen komen. De brand heeft ons gesterkt en gelouterd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden