Le Pen en politieke vernieuwing verklaren historisch hoge opkomst

Door massaal te stemmen, wilden de Franse kiezers een herhaling voorkomen van de politieke aardbeving van 2002, toen Le Pen de tweede ronde haalde. Maar er viel dit keer ook veel meer te kiezen.

’April 2002’ geldt in Frankrijk als een trauma, een électrochoc, of een politieke aardbeving: de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen profiteerde van een historisch lage opkomst (73 procent) en een grote trek naar de kleine linkse kandidaten: daardoor kon hij de socialistische kandidaat Lionel Jospin verslaan. De tweede ronde leverde vervolgens een volgens velen beschamend affiche op: Le Pen tegen Jacques Chirac, de vertrekkende president die op dat moment onder vuur lag vanwege een hele reeks schandalen.

Maar er is meer dat de historische hoge opkomst zondag van meer dan 84 procent (36,9 miljoen kiezers) kan verklaren. Het was voor het eerst sinds lange tijd dat er onder de kansrijke kandidaten geen ex-premiers waren of presidenten op leeftijd die herkozen willen worden. In plaats daarvan waren er drie relatief jonge kandidaten die allemaal een nieuwe politiek beloofden.

Sarkozy (51) , Royal (53) en Bayrou (55) zeiden alledrie dat zij het land, geplaagd door een hoge werkloosheid, hoge staatsschuld en een sociale crisis die vooral zichtbaar is in de voorsteden, kunnen veranderen, weer vertrouwen zullen geven.

En allemaal presenteerden ze zich als anti-systeemkandidaten die een einde willen maken aan de bestuurlijke mores van de Vijfde Republiek. Zo willen ze bijvoorbeeld af van de quasi-monarchale status van de president die deze sinds het begin van die republiek in 1958 heeft: de Franse president is iemand die zich nooit voor zijn beleid verantwoordt in het parlement, die het buitenland als zijn exclusieve werkterrein beschouwt, en die zijn premier als schild gebruikt zodra er een binnenlandse storm opsteekt.

„Als ik gekozen zou worden zal ik nooit zeggen: ’ik heb mijn premier de opdracht gegeven tegen de werkloosheid te strijden’ ”, zo vatte Sarkozy bijvoorbeeld zijn kijk op het allerhoogste ambt samen. „Ik ben verantwoordelijk, de kiezers oordelen over het resultaat.”

Daarbij komt dat de verschillen tussen de kandidaten dit keer groter waren dan in 2002 toen er een eindstrijd werd voorspeld tussen Chirac en zijn premier Lionel Jospin. Er viel iets te kiezen. Zo was voor velen de aanval op ’de links-rechts tegenstelling die het land al decennia verlamt (Bayrou) een aantrekkelijke optie. Sarkozy bood een herkenbaar rechts profiel. En Royal pleitte ondertussen voor een onversneden linkse koers met veel nadruk op gesubsidieerde arbeid en een hoger minimumloon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden