Laveren tussen Taliban en krijgsheren

In de Afghaanse provincie Paktia verloopt de wederopbouw moeizaam. De regio is nog steeds onveilig en slechts weinig hulporganisaties hebben er al projecten willen starten.

GARDEZ - Amandala duikt op uit de smalle schacht, net breed genoeg voor een mens. Zijn gezicht en zwarte muts van nepbont zijn besmeurd met modder. Drie collega's hebben hem met een primitieve houten takel omhoog gehesen. Hij knippert tegen het felle zonlicht en zijn vuurrode blote voeten vertellen dat het water beneden ijskoud is.

Rond de schacht liggen bergjes modder en keien die de 55-jarige Amandala de afgelopen dagen uit de karez naar boven heeft laten hijsen. Dit traditioneel Afghaanse ondergrondse irrigatiesysteem ligt hier op twaalf meter diepte. De tunnelbuis van een meter bij een halve meter is vervuild geraakt met modder en stenen en deels ingestort. Aan Amandala de taak om in de smalle tunnel bij het licht van een olielampje de tunnel weer vrij te maken.

De karez speelt in het gortdroge Afghanistan van oudsher een belangrijke rol bij de drinkwatervoorziening en in de landbouw. Zeker nu er in de weinige gebieden die geschikt zijn voor landbouw al bijna vier jaar nauwelijks regen is gevallen. De kanalen zijn met de hand uitgegraven, soms al 150 jaar of langer geleden. Sommige zijn kilometers lang. De meeste lopen door heuvels, waardoor bron- of regenwater toch van het ene dal naar het andere kan stromen.

Over de karez deden eind vorig jaar tijdens de strijd tegen de Taliban-milities de wildste geruchten de ronde. Veel van de kanalen zouden worden gebruikt als schuilplaatsen voor Al-Kaida-strijders en hun wapens. ,,Ik ken wel eerdere gevallen uit de tijd van de sovjet-overheersing, maar dat was buiten Paktia'', zegt Ali Mardzjan, een ingenieur van het International Rescue Comittee (IRC), een Amerikaanse organisatie. ,,Maar ik sluit niet uit dat het hier ook gebeurd is. In oorlogstijd verstoppen mensen zich overal, dus ook in karez.''

,,Ik vind het geen vervelend werk'', zegt Amandala. ,,Het moet ieder jaar opnieuw gebeuren. En goed ook, daarom doe ik het het liefst zelf.'' Het zware karwei legt hem geen windeieren. Amandala werkt tijdelijk voor IRC, die hem en zo'n duizend anderen ruim vijf euro per dag betaalt om zo'n 90 kilometer karez schoon te maken.

Het IRC is de enige niet-gouvernementele organisatie die hulp biedt in de bergachtige oostelijke Afghaanse provincie Paktia, al acht jaar lang. De projecten worden gesteund door de Nederlandse Stichting Vluchteling. Paktia, met zijn uitgestrekt hoogvlaktes tussen besneeuwde toppen, is straatarm. Door droogte en geldgebrek kunnen boeren het hoofd nauwelijks boven water houden.

,,Andere ngo's zien kennelijk weinig in Paktia. Waarom weet ik niet want er is genoeg te doen dus laat ze maar komen'', zegt Zormati, IRC-projectleider in de hoofdstad Gardez, twee uur rijden ten zuiden van Kaboel. ,,Onze projecten zijn erop gericht om mensen weer aan werk en dus aan een eigen inkomen te helpen. We hebben honderden renteloze leningen uitstaan voor mensen die een eigen zaakje willen beginnen. Zij kunnen vaak met 100 euro al veel beginnen.''

,,Aan boeren leveren we fruitboompjes, kijk eens hoe mooi ze erbij staan'', wijst Zormati terwijl hij in een boomgaard een fruitboer de hand schudt. ,,Ze krijgen ook cursussen over hoe ze de opbrengst kunnen vergroten. En voor veeboeren zijn we twee jaar geleden met een inseminatieproject begonnen dat erg succesvol is. Met de twee stieren die we hebben zijn al een paar honderd kalfjes geboren.''

Dat werk gebeurt in klein gebouwtje net buiten Gardez. Twee trotse medewerkers in witte doktersjassen zwaaien met een reusachtige pipet en reageerbuisjes als ze het proces demonstreren. Het sperma wordt opgeslagen in een koelkast. Voor nog geen euro per koe klaren de twee het klusje. Achter het schuurtje klinkt geloei van de twee Friese zwartbonte stieren waar alles om draait.

Het werk van het IRC wordt bemoeilijkt doordat de bergen van Paktia en het aangrenzende Khost een toevluchtsoord zijn geworden voor Al-Kaida- en Taliban-strijders. In maart ontrolde zich hier 'Operatie Anaconda', waarbij Amerikaanse Speciale Troepen in de kale, besneeuwde bergen jacht maakten op honderden militante strijders. Bovendien beschouwt de afgezette gouverneur en krijgsheer Padcha Khan Zadran het gebied als zijn persoonlijk bezit en voert nogal eens beschietingen uit als hij zich bedreigd voelt. Het IRC is al twee keer vrachtwagens kwijtgeraakt bij controleposten die Khan's mannen hebben opgezet.

Ook onder de Taliban moest het IRC al veel kunstgrepen toepassen om het werk te laten doorgaan. Zormati: ,,Soms kwamen de Talibs aan de deur om hulpgoederen in beslag te nemen, maar onze goede contacten waarschuwden ons van tevoren. Dan brachten we snel alles bij onze medewerkers thuis en vingen zij bot.''

Volgens Zormati is een goede relatie met de gemeenschap het allerbelangrijkste. ,,De mensen kennen ons en weten wat we doen. Ook in de gebieden van de krijgsheren kunnen we ons vrij bewegen omdat we voor hen geen bedreiging zijn. We voelen ons echt nog steeds veilig.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden