Lavendel is zoveel meer dan een plant die naar zeep ruikt

Lavendel is niet veeleisend. ( FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW) Beeld
Lavendel is niet veeleisend. ( FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Dacht ik voorheen aan lavendel, dan kwam ik niet veel verder dan lila bloemetjes, badschuim en de Provence. Ik kan me voorstellen dat dat bij u niet anders is.

Pas wanneer je je in dit halfheestertje begint te verdiepen, kom je tot de ontdekking dat er heel wat meer over te vertellen valt.

Dat begint al met zijn veelbewogen geschiedenis. Voor zover we weten, bestaat lavendel al minstens 6000 jaar. In het oude Egypte werden windsels voor mummies gedrenkt in een teerachtige substantie die lavendelolie bevatte. Hierin werden de gebalsemde lichamen gewikkeld en vervolgens in de zon gelegd, zodat de wikkels droogden en opstijfden. Farao Toetanchamon had lavendel in zijn graftombe naast zich liggen, de Grieken en Romeinen maakten er zalfjes van omdat die koortswerend zouden zijn, en de Romeinen gebruikten het bovendien als badkruid, wat de naam ’lavendel’ verklaart – het Latijnse woord lavare betekent ’wassen’.

In de Middeleeuwen was lavendel een populair strooikruid omdat men dacht dat het allerlei narigheid op een afstand hield, zoals insecten en de pest. In oorlogstijd werd het bovendien gebruikt om wonden mee te ontsmetten. In de 19de eeuw kreeg het de bijnaam ’het blauwe goud’, omdat er vanuit de parfumindustrie steeds meer vraag was naar lavendelolie. In de Provence verdienden schaapherders en boeren er een zakcentje bij door lavendel te verbouwen, te oogsten en te destilleren.

Tot 1920 werd in Frankrijk alleen echte lavendel (Lavandula angustifolia) verzameld om de etherische olie uit te destilleren. Maar vooral na de uitvinding van de wasmachine nam de vraag naar waspoeder met een lavendelgeurtje zo enorm toe dat op een bepaald moment alle echte lavendel weggeplukt was. Gelukkig kwam iemand op het idee om de velden vol te zetten met Lavandula x intermedia, een kruising van echte lavendel (L. angustifolia) met Lavandula latifolia. Deze ’Lavandin’, zoals hij in Frankrijk heet, had een veel grotere opbrengst aan etherische olie en was makkelijker machinaal te oogsten.

Goed, na deze alleraardigste historische weetjes worden we weer even serieus. Want hoe boeiend de voorgeschiedenis van een plant ook is, als je lavendel in je tuin hebt of wilt, ben je maar in twee dingen geïnteresseerd: welke soorten zijn er en hoe moeten die gesnoeid worden?

Van lavendel bestaan heel veel variëteiten. Om het niet al te ingewikkeld te maken, onthouden we de drie belangrijkste tuinvormen: Lavandula angustifolia, Lavandula x intermedia en Lavandula stoechas. De eerste is de echte lavendel, de tweede is – zoals we inmiddels weten – een kruising ofwel hybride, de derde is de prachtige kuiflavendel die bij ons helaas niet helemaal winterhard is. Er is keus genoeg, want alleen al van deze drie lavendelsoorten zijn honderden cultivars in omloop.

Lavendelstruikjes zijn niet veeleisend. Mest en water hoeven ze niet, wel graag een keer in de twee jaar een portie kalk in de herfst. En natuurlijk zal lavendel, als je een mooie compacte bos wilt houden, twee keer per jaar gesnoeid moeten worden. De eerste keer in maart of april, zodra de planten beginnen te groeien. Snoei ze zo diep mogelijk terug, maar zorg dat er blad aan blijft zitten, anders loopt hij niet meer uit. Zodra de plant uitgebloeid is – in juli, augustus of september – fatsoeneer je hem nogmaals door de bloemstengels en een paar centimeter van de bebladerde scheuten af te knippen.

Lavendelbloemen ruiken niet alleen lekker, die van Lavandula angustifolia smaken bovendien bijzonder goed in ijs, cake, pannekoeken, salades en thee. Wie dat – met een biertje of glaasje kir erbij – met eigen tong wil proeven, en bovendien met eigen ogen wil zien hoe etherische olie wordt gedestilleerd, kan dat vandaag en morgen doen op de mediterrane kwekerij van Roger en Linda Bastin in Aalbeek (Limburg). Daar worden de lavendeldagen gehouden, waarover alle informatie te vinden is op www.bastin.nl .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden