Laurent Jalabert bijna de 'coureur van zijn dromen'

Niemand spreekt een kwaad woord over Laurent Jalabert, de Fransman die gisteren met overmacht de Ronde van Spanje won. Hij is ons aller vriend. We mogen alles over hem weten. We delen lief en leed in de familie over het onverwerkte trauma van Armentières. De brieven van een trotse vader en een bezorgde moeder zijn ook aan ons geadresseerd. We mogen hem de grootste van zijn tijd noemen, als hij maar gewoon blijft.

Het goed bedoelde ouderlijke advies is een bijna dagelijks ritueel geworden, wanneer de nieuwe nummer één op de ranglijst van de wereldwielerbond UCI - hij passeerde met zijn eindoverwinning in de Ronde van Spanje Tony Rominger op de ranking - op de koersfiets stapt. De val in Armentières, in de volle vaart van de massasprint in de eerste etappe van de Tour de France van vorig jaar, werkt emotioneel nog steeds door. Bij Jalabert zelf, bij zijn vrouw Sylvie en bij zijn ouders Georges en Arlette. Toen de Tourkaravaan in 1994 de omgeving van Toulouse aandeed, lag ergens op een tafel in de perszaal de regionale krant, LaDépêche du Midi. Op de sportpagina een interview en fotoreportage van Jalabert, die net ontslagen was uit het ziekenhuis. Hij zag er verfomfraaider uit dan de tegenstanders van bokser Cassius Clay alias Mohammed Ali in diens glorietijd, nadat de ongelikte schreeuwlelijk hen hoogstpersoonlijk had toegetakeld. Die fietst voorlopig niet meer, luidde de eerste, vanzelfsprekende reactie. Een paar weken later probeerde Jalabert het weer voorzichtig in een kermiskoersje. Hij won in dat rampseizoen na het ongeluk zowaar nog twee wedstrijden: een etappe in de ronde van Catalonië en een criterium in Saran.

Fysiek was hij de klap razendsnel te boven, maar in het bewustzijn woekert het trauma nog steeds als een onuitroeibaar virus voort. Elke valpartij jaagt hem schrik aan. De Touretappe van de afgelopen zomer naar Le Havre, waar Jalabert betrokken raakte bij zo'n incident op een rotonde vlak bij de finish, deed de rillingen weer over zijn lijf lopen. Dat hij toen de gele trui verspeelde deed hem weinig, dat hij er met lichte schaafwonden vanaf kwam, beschouwde hij als een Godsgeschenk. Koud kreeg Jalabert het vrijdag ook, toen hij aan het eind van Vueltadag 19 in de sprint Wüst en Hincapie onderuit zag glijden. Aan zijn erelijst valt het ogenschijnlijk niet af te lezen, maar tot een massasprint laat Jaja zich nog maar bij hoge uitzondering verleiden. “Alleen als mijn benen goed zijn en mijn hoofd er naar staat. Anders niet. Geen denken aan.”

Moeder Arlette kan het nog steeds niet aanzien. Zij mijdt de finish als de pest wanneer ze haar zoons - Laurents jongere broer Nicolas rijdt voor een kleine Franse profploeg - aan het werk ziet. In de vaderlijke brief, die de vorige week integraal stond afgedrukt in L'Equipe, verwoordt Georges de zorgen van zijn echtgenote. “Sinds Armentières wil je moeder onder geen beding nog bij de finish staan. Ze verstopt zich achter het podium en wacht daar de uitslag af.” Een alinea verder: “De etappe naar Luz Ardiden was als een hel voor ons. Het regende, het miste, er lagen steentjes op de weg, het moet spekglad zijn geweest. Jij houdt je groot, jij zegt dat het je vak is en dat je de situatie meester bent. Wij staan machteloos, wij kunnen niets doen bij een valpartij. Wij hebben het soms ondraaglijk moeilijk wanneer we je onder dergelijke omstandigheden op de televisie zien.”

Het klinkt allemaal wat melodramatisch. En het is ook niet louter vanwege de schade die een fotograferende politieagent in Armentières aanrichtte, dat in Laurent Jalabert een renner van vlees en bloed is opgestaan. Hij, voorheen een nors ogende, verlegen kijkende coureur, is het spreekwoordelijke ideaalbeeld van de favoriete schoonzoon al royaal ontstegen. Hij is de grote vriend aan wie je je persoonlijke verhaal kwijt kunt, die gemeende aandacht voor je heeft. Die, toen zijn ouders aankondigden naar een Pyreneeënetappe te willen komen, niet durfde dromen over negentien dagen rondtoeren in het begeerde amarillo, het winnen van drie individuele klassementen (algemeen, berg en punten), vijf ritzeges en ook nog eens zeventien klasseringen bij de beste tien in de Vuelta, maar die nuchter opmerkte: “De Pyreneeën? Dat duurt nog meer dan twee weken. Dan ben ik misschien allang weer thuis.”

Jalabert ging na een zware Tour de France met enige tegenzin naar de Ronde van Spanje. Hij was er om te knechten voor Alex Zülle, maar kwam na drie dagen in het geel en beklom vrij snel daarna een onaantastbare positie in het algemene klassement. Gisteren reed hij als de 'zoon van Hinault', de 'nazaat van Merckx' en een renner groter dan Indurain (om enkele krantenkoppen te citeren), zijn laatste rondjes op de Paseo de la Castellana in Madrid. De overmacht was - zie zijn palmares - niet alleen de afgelopen drie weken evident. Criteriums niet meegerekend, heeft Jalabert er dit jaar 97 koersdagen opzitten. Op 21 daarvan nam hij 's avonds bloemen mee voor 'thuis'. In 25 wedstrijden nam hij genoegen met de tweede plaats, waarvan de hoffelijke vrijgeleide (tenzij hij er een bom marken voor heeft ontvangen) aan de Duitser Dietz in de Sierra Neveda de meest in het oog springende was. Liefst 48 keer schaarde hij zich in de top tien, waarvan vijftien maal in de Tour en 17 keer in de Vuelta. Moeder Arlette stak in de kerk van Aussillon (in de Tarn, boven Toulouse) 97 keer een kaarsje aan.

Eddy Merckx noemt Jalabert een “buitengewone coureur. Hij is het levende bewijs dat een wielrenner ook anno 1995 een heel seizoen op hoog niveau kan presteren. De Tour heeft hem enorm veel zelfvertrouwen gegeven. Daar maakte hij in Spanje optimaal gebruik van. Laurent kan de Tour de France winnen, daarvan ben ik overtuigd.” Jaja noemt zichzelf nog niet de 'coureur van zijn dromen'. “Al heb ik voor mezelf de bevestiging gekregen dat ik ooit de Tour zal winnen. In de Ronde van Spanje ontmoette ik de tegenstanders van mijn generatie. Misschien waren ze minder gemotiveerd dan ik. Maar er komt een dag dat ik ze in een man tegen man-gevecht versla.”

Georges Jalabert pantsert zijn zoon tegen alles wat in dat geval over hem heen zal denderen. Even vertederend als zorgvuldig en slim bouwt hij aan het superpositieve imago van Laurent. Hij is niet hautain en onbenaderbaar als vroeger Fignon, geen hork als in zijn grote jaren Hinault en niet onaantastbaar als Anquetil in zijn epoque. Hij is de moderne versie van Poupou (Poulidor). Vandaar Jaja; met dat verschil dat hij veel meer wint. Maar image-building op grond van het openbaar maken van persoonlijke brieven, dat is weer een dimensie verder. “Wij zijn eenvoudige mensen. We gunnen je je al die mooie overwinningen, maar we gunnen het je vooral dat je een sober levend en denkend mens blijft. We zijn trots op je overwinningen, maar nog meer op je positieve houding,” schrijft Georges aan zijn zoon.

In een interview in L'Equipe tijdens de Tour de France, legde Jalabert senior uit wat hij daarmee bedoelde: “We hebben onze kinderen bijgebracht dat ze vriendelijk moeten zijn tegen iedereen, niet alleen tegen belangrijke mensen. Nicolas is wat stugger, cabosse zeggen ze hier, maar hij bedoelt het niet kwaad.” Georges is trots op wat hij heeft bereikt. Hij noch Arlette stamt uit een roemrijk wielergeslacht, zoals dat heet. Laurent raakte verslingerd aan het cyclisme omdat zijn dorpsgenootjes dat op het plein deden. Hij wilde meedoen, maar moest lid worden van een club. Zijn vader regelde dat stiekem voor hem. Van het een kwam het ander. Pa en moe waren algauw de hele zondag in de weer om de zoons in een aftandse Renault 6 naar wedstrijden te rijden. “Het was een groot offer. Als kraanmachinist genoot ik maar een modaal inkomen. Ook nu kunnen we het ons lang niet altijd veroorloven achter onze zoons aan te reizen.”

Vandaar dat Georges zich meestal terugtrekt achter de schrijftafel en Arlette de aardappels afgiet wanneer de finishreportage op tv begint. In al hun bescheidenheid denkt het van trots glimmende ouderpaar dat Jaja ooit het schitterende, majestueuze gouden habijt van de Tour de France naar het popperige Aussillon zal dragen. Nog één keer meelezend over de schouder van vader Jalabert: “Je lijkt nu sterker dan Indurain.” En met verwijzing naar de zwijger uit Navarro, die na al die jaren net 'gracias' kan zeggen in het Frans. “Als mens ben je al groter. Jij probeert Spaans te praten, als je begrijpt wat ik bedoel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden