Laura wilde dood, maar nu niet meer

Beeld ANP

Wees voorzichtig om psychiatrisch patiënten die een doodswens hebben ‘uitbehandeld’ te noemen, vindt Laura (43). Voor haar bleek er na ruim twintig jaar toch hoop. Haar arts weigerde euthanasie. Nu is ze daar blij om.

Tijdens haar tiende depressie belt Laura haar moeder. Het is weer zo’n dag dat ze hijgend van de stress op de bank ligt. “Mam, ik kan niet meer”, zegt ze. Het is even stil aan de andere kant van de lijn. “Wil je euthanasie?”, vraagt haar moeder, die hoort hoe ze eraan toe is. “Ja”, antwoordt Laura.

Niet dat mijn ouders mij dood wilden hebben, benadrukt ze drie jaar later in haar kleine appartement. “Ze waren getuige van een leven lang lijden.”

Niet veel later zit Laura met haar ouders in de wachtkamer bij de huisarts. Laura heeft haar wilsverklaring op zak. “Ik ben hier omdat ik niet meer wil leven”, meldt ze de huisarts. Haar moeder: “We hebben onze dochter twee jaar niet zien lachen.” Als het even stil is, voegt ze eraan toe: “Anders maakt ze er zelf een eind aan. Ze dóét het hoor.”

Vader zwijgt terwijl moeder huilt. Laura geeft haar de tissuebox aan, die naast haar op tafel staat. De huisarts zegt dat ze er een week over wil nadenken. Ze staan snel weer buiten.

Uitvaart in de woonkamer

In de week erna bedenkt Laura hoe haar begrafenis eruit moet zien. Bescheiden, besluit ze. Een uitvaart in de woonkamer van haar ouders. Wat muziek: geen luchtige pop, maar liever iets stichtelijks. “Even kijken of ik het nummer terug kan vinden”, zegt ze. Ze surft naar YouTube. “Het was een Duits lied van Taizé.”

Laura blijft nuchter als ze op YouTube langs liederen van het oecumenische klooster in Frankrijk scrolt. Ze praat erover alsof het de uitvaart van een boekpersonage betreft. Als ze het lied vindt, vullen de kloosterbroeders haar kamer met hun meerstemmige gezang. Laura leunt achterover op haar stoel en luistert. Ze neuriet.

‘Gott, laß meine Gedanken sich sammeln zu dir Bei dir ist das Licht, du vergißt mich nicht. Bei dir ist die Hilfe, bei dir ist die Geduld. Ich verstehe deine Wege nicht, aber du weißt den Weg für mich.’

Als het zingen verstomt, zegt ze: “Het is voor het eerst dat ik dit lied weer hoor. Juist hierdoor begon ik te twijfelen. Uiteindelijk was het dus mijn weg niet om onder de groene zoden te liggen. Ik krijg medelijden met wie ik toen was. Ik begreep niet waarom ik zo’n pech had, waarom alle behandelingen bij mij niet werkten.”

Ze zwijgt even. Kijkt de kamer rond: kunstboeken op de plank, een schaaltje kersen op tafel en Oreokoekjes, een opgeruimde keuken, een mariabeeld aan de muur, een koffiekopje met bloemenprint: een huis waarin geleefd wordt. “Ik ben een beetje een kluizenaar. Best wel raar, vind ik zelf. Maar het is goed zo.”

Want Laura wilde dood, maar nu niet meer. Ze was verdrietig toen de huisarts na een week haar euthanasievraag afwees. Nu is ze blij dat het zo liep. Ze was niet zo uitbehandeld als ze dacht. Of als de psychiaters zeiden. Die vraag – wanneer een patiënt uitbehandeld is – staat centraal in de discussie over euthanasie aan psychiatrische patiënten. Daarom doet Laura haar verhaal.

Voor haar was er hoop terwijl niemand dat nog verwachtte.

Laura pakt een fotoalbum uit de dressoirkast naast haar eettafel. Voor haar verhaal moet ze terug naar het begin. Ze bladert langs een vrolijke baby, een spelende peuter, een baldadige puber, een artistieke student in regenboogkleren. “Ik voelde me vaak eenzaam, want ik begreep veel sociale codes niet. Ik had daardoor veel stress.”

Na haar vwo-opleiding begint ze twee keer een studie en twee keer mislukt dat. Ze draait haar dag- en nachtritme om en ruimt haar huis niet meer op. “Ik had niet door dat ik al die tijd depressief was. Ik voelde me schuldig over mijn gedrag. Toen ik eenmaal bij de geestelijke gezondheidszorg aanklopte, werd ik van de ene naar de andere behandelaar doorgeschoven.”

Laura is vanaf dat moment chronisch psychiatrisch patiënt. Ze wordt behandeld voor een depressie, krijgt resocialiserende therapie (‘Ik was een betweter’). Als ze zichzelf gaat snijden, krijgt ze de diagnose borderline. Daarvoor krijgt ze een speciale gedragstherapie. Maar al die behandelingen helpen niet.

In 2008 zoekt ze ten einde raad hulp bij een antroposofische psychiater. Die vermoedt dat ze psychotisch is en laat haar onmiddellijk opnemen. Ze leeft namelijk al een half jaar in de veronderstelling dat ze het licht heeft gezien. Tijdens haar depressie zakte ze steeds dieper weg, als in een trampoline, vertelt ze. Maar opeens schoot ze omhoog. “Ik zag God en geloofde dat mij nooit meer ellende zou overkomen.”

Tijdens de opname neemt de psychiater haar apart. “Diagnosetijd”, zegt hij. Laura heeft al zoveel stickers opgeplakt gekregen, dat dit het laatste is wat ze verwacht. “Volgens mij heb je een autistische stoornis, waarbij psychose en depressie comorbide (bijkomend, red.) zijn,” zegt de psychiater. Laura: “Er viel een last van mijn schouders.”

Een second opinion bevestigt haar autisme. Maar veel verlichting geeft de diagnose niet. Laura wordt nog zes keer opgenomen en krijgt in 2012 een heftige psychose die een half jaar voortduurt. Daarna is ze moegestreden. “Ik werd depressief voor de zoveelste keer, en het lukte weer niet om een geschikte behandelaar te vinden.”

Op dat moment pakt ze de telefoon om haar moeder te bellen – het is genoeg.

Als de huisarts euthanasie afwijst, denkt Laura erover na om zelfmoord te plegen. “Ik wist al hoe ik het wilde doen”, zegt ze. “Mijn vader zei zelfs dat hij bij me wilde blijven. Maar mijn moeder vreesde juridische consequenties.” Ze schrijft de Levenseindekliniek aan, bekijkt de mogelijkheden van hulp bij zelfdoding in Zwitserland, door Stichting Dignitas.

Angst voor vagevuur

Haar verlangen om te verdwijnen voert in die weken een heftige strijd met haar angst voor de dood; voor het vagevuur vooral. Sinds haar studententijd bezoekt ze een katholieke kerk. “Ik had al zoveel ellende meegemaakt in dit leven, ik had geen zin om het nog een keer in het hiernamaals mee te maken. Ik twijfelde of ik dat risico wilde nemen.”

Ze mailt de pastoor. ‘Ik sta op het punt om er een eind aan te maken, mag ik met u praten’, schrijft ze. Ze gaat langs de pastoor en die kalmeert haar. “Ik wist natuurlijk wel wat hij me zou aanraden”, zegt Laura. Ik doe het niet, denkt ze na het gesprek, ik probeer nog één behandeling.

Ze komt terecht bij een ggz-afdeling voor ontwikkelingsstoornissen. Bij het intakegesprek met een psycholoog smijt ze met een kartonnen koffiebeker omdat ze geen zin heeft om wéér haar hele verhaal te vertellen. Precies op dat moment komt een psychiater binnen. Zij zegt: “Deze neem ik onder mijn hoede.”

Het is de eerste psychiater door wie Laura het gevoel krijgt dat ze als mens gekend wordt. “Het was heel bijzonder. Ze liet de protocollen voor wat ze waren en trok er drie jaar voor uit om de juiste dosering van medicatie tegen depressie en angst te nemen. Dat werkte.” Een jaar geleden durfde Laura voor het eerst het woord ‘gelukkig’ in haar mond te nemen.

Ze lacht. “Ik ben zelfs zo gelukkig dat ik niet meer weet hoe ik ermee om moet gaan. Ik ben het niet gewend. Ik dacht heel lang dat betaald werk me gelukkig zou maken, ik leed onder mijn gemarginaliseerd zijn. Nu hoef ik niets van mezelf. Ik heb geaccepteerd dat ik nooit kan werken. Dat ik niet veel contacten kan hebben, daar ben ik te prikkelgevoelig voor.”

Dus gaat Laura alleen haar uit huis om boodschappen te doen of naar de kerk te gaan. Ze heeft één vriend die af en toe langskomt en spreekt haar ouders regelmatig. Ze maakt haar huis schoon en kookt voor zichzelf. Ze knutselt soms een kerstkaart, leest de Donald Duck (‘Dat kleurt mijn week’). Ze heeft haar leven zoals het nu is een naam gegeven: de bonustijd.

Laura heeft in werkelijkheid een andere naam. Zij wil graag anoniem blijven omdat haar verhaal zeer persoonlijk is en zij haar leven zo rustig wil houden als het nu is. Haar echte naam en gegevens zijn bij de redactie bekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden