Latere paus Paulus VI bestreed communisten

Giovanni Battista Montini, naaste medewerker van Pius XII en later zelf paus (Paulus VI), was vanaf 1944 twintig jaar lang informant voor de inlichtingendienst van de VS. Dat beweert althans de Milanese krant Corriere della Sera. Of dit bericht klopt valt moeilijk na te gaan -het Vaticaan ontkent- maar één ding staat vast: Montini steunde begin 1948 Amerikaanse pogingen te verhinderen dat de Italiaanse communisten de parlementsverkiezingen zouden winnen. En met succes!

Op 26 februari 1948 was Joseph Walshe, Iers ambassadeur bij de Heilige Stoel, op audiëntie bij Pius XII. De paus zag er, zo meldde Walshe na afloop, vermoeid en verslagen uit. Op 18 april zouden landelijke verkiezingen worden gehouden en het Vaticaan vreesde een overwinning voor de communisten van Palmiro Togliatti, gevolgd door een greep naar de macht. In dat geval, zei de gezant, kon Zijne Heiligheid zonder meer politiek asiel krijgen in Ierland. Pius antwoordde vroom: ,,Als het de wens van de Goddelijke Meester is ben ik bereid tot het martelaarschap.''

Vanuit pauselijke optiek bezien was deze uitspraak niet eens zo overdreven. In Oost-Europa hadden de communisten, meestal met Russische steun, de politieke macht naar zich toe getrokken. En de rk kerk vormde een van hun eerste slachtoffers. Daarvan getuigden processen als die tegen de aartsbisschoppen van Boedapest en Zagreb, Mindszenty en Stepinac.

Pius XII bleek niet de enige die bang was dat het in Italië dezelfde kant op zou gaan. Ook in Washington sloeg men de situatie bezorgd gade. De Verenigde Staten vreesden een bloedige burgeroorlog tussen communisten en anticommunisten, zoals die op dat moment in Griekenland gaande was. De CIA kreeg opdracht ,,alle nodige maatregelen'' te nemen om een communistische machtsovername in Italië te voorkomen. Tevens moest de ambassadeur in Rome de Italianen laten weten dat ze bij een linkse stembuszege konden fluiten naar de broodnnodige Amerikaanse financiële hulp bij de wederopbouw van het land.

Niet iedereen in het Vaticaan was pessimistisch over de afloop van de parlementsverkiezingen. Met name onderstaatssecretaris mgr. Giovanni Battista Montini, de latere paus Paulus VI, liet zich niet van de wijs brengen. In een gesprek met Graham Persons, secretaris van de Amerikaanse presidentiële afgezant bij de Heilige Stoel, liet de rechterhand van Pius XII een maand voor de verkiezingen weten dat hij verwachtte dat niet de communisten maar de christendemocraten van Alcide de Gasperi de meerderheid in het parlement zouden behalen.

Tot mei 1947 had De Gasperi een serie gelegenheidscoalities met de communisten en socialisten geleid. Deze taktisch slimme, bepaald niet progressieve politicus gebruikte links om het vredesverdrag met de geallieerden en bepaalde heikele onderdelen van het ontwerp voor een nieuwe grondwet door het parlement geloodst te krijgen. Toen dat gebeurd was liet hij beide partijen vallen. Forse druk vanuit Washington en het Vaticaan bleek hier mede debet aan.

Montini's optimisme over de naderende verkiezingen was niet louter gebaseerd op godsvertrouwen. In de periode die aan de verkiezingen van 1948 voorafging, hielp hij de Schepper een stevig handje. Hij gaf de Italiaanse clerus opdracht alle gelovigen op te roepen tot steun aan De Gasperi's Democrazia Cristiana. De Verenigde Staten sloegen deze anti-communistische koers van het Vaticaan met instemming gade. Men verzekerde Montini van Amerikaanse steun en bezegelde dat met een bedrag van ruim honderd miljoen lire dat de CIA overmaakte naar de Vaticaanse bank IOR. In opdracht van Montini, die in nauw overleg met de paus opereerde, werd dit geld doorgesluisd naar de Katholieke Actie van dottore Luigi Gedda, een Turijnse integralist die Europa het liefst wilde terugbrengen naar de tijd van vóór de Franse Revolutie van 1789.

De Katholieke Actie was een militante beweging van jonge leken. Gedda misbruikte haar om een landelijk netwerk van 18000 burgercomités op te richten, met als doel propaganda te maken voor de Democrazia Cristiana en op de verkiezingsdag zoveel mogelijk christendemocratische kiezers naar de stembus te krijgen. Al deze inspanningen werden samengevat onder de noemer: strijd voor het behoud van de christelijke beschaving.

Montini bracht Gedda ook in contact met leiders van Confindustria, de machtige werkgeversorganisatie, die al evenmin iets van links moesten weten. Of, zoals sommigen beweren, behalve de fascisten ook de mafia in het spel betrokken was, blijft een open vraag. Dat geldt ook voor berichten als zou de CIA Gedda en zijn jeugdige activisten wapens hebben geleverd om de verwachte communistische machtsgreep te kunnen neerslaan.

En dan is er nog het recente bericht uit de Milanese krant Corriere della Sera als zou Montini informant van de CIA zijn geweest. Daarvoor valt geen hard bewijs te leveren, anders dan dat de onderstaatssecretaris uit hoofde van zijn functie banden onderhield met Amerikaanse diplomaten, waarvan sommigen, zoals John McKnight, waarschijnlijk CIA-agenten waren.

Op Montini's verzoek organiseerde kardinaal Francis Spellman, de invloedrijke en conservatieve aartsbisschop van New York, een briefcampagne waarbij Italiaanse Amerikanen hun verwanten in het moederland opriepen tegen de communisten te stemmen. Coryfeeën als Frank Sinatra, Bing Crosby en Gary Cooper lieten via de radio weten dat elke stem op links verraad aan het Westen was.

De Gasperi, een vrome katholiek, accepteerde de steun van de rk kerk, maar zorgde er wel voor dat hij zijn onafhankelijkheid behield. In tegenstelde tot het Vaticaan wilde hij niet dat de Democrazia Cristiana een clericale partij zou worden.

Op 18 april 1948 gingen de Italianen naar de stembus en wat Montini voorspelde gebeurde: de christendemocraten behaalden met 48,5 procent van de stemmen en 53,1 procent van alle zetels een grote verkiezingszege. Het front van radicale socialisten en communisten bleef steken op 31,1 procent en verloor een kwart van zijn aanhang. De verwachte gewelddadige greep naar de macht bleef uit. Het geheim verbond tussen Washington en het Vaticaan had gewerkt.

Ruim een jaar later mengde Pius XII zich openlijk in de Italiaanse binnenlandse politiek door de communisten en hun bondgenoten te excommuniceren. Togliatti, amper hersteld van een moordaanslag, vroeg zich af waarom het Vaticaan dat niet met de nazi's had gedaan? Een pijnlijk treffende vraag waarvan de echo nog steeds nagalmt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden