’Laten zien wat een winkel biedt’

Behalve via acties en lobby oefenen milieuclubs ook invloed uit door onderzoeken te publiceren over de duurzaamheid van winkelproducten. Maar hoe degelijk zijn deze onderzoeken?

Tuincentrum GroenRijk krijgt dit jaar ’de Botte Bijl’ van Milieudefensie. De keten, die 46 vestigingen telt, presteerde het slechtst in het onderzoek van Milieudefensie naar tuinmeubelen van ’fout hout’.

„Hier zijn we natuurlijk niet blij mee,” zegt André van Schilt van Groenrijk. De ’prijs’ levert volgens Van Schilt voornamelijk imagoschade op. De verkoop van de tuinmeubelen bij Groenrijk heeft er niet onder te lijden. Hij denkt dat tuincentra, met of zonder onderzoeken van milieuclubs, hun best doen alleen duurzaam hout in de winkels te hebben. Hout met een keurmerk komt uit een goed beheerd bos.

„Wij willen onze verantwoordelijkheid nemen. Dat kun je als tuincentrum niet alleen bewerkstelligen. De overheid zou er ook voor moeten waken dat er geen fout hout het land in komt.”

De onderzoekers van Milieudefensie bekijken hoeveel houten tuinmeubelen in vestigingen van tien winkelketens het FSC-keurmerk dragen (zie kader over het onderzoek).

De Raad Nederlandse Detailhandel (RND) lobbyt samen met Greenpeace voor een importverbod van fout hout voor de hele EU. Dat is dan toch pure winst voor moeder natuur, dankzij de kritische onderzoeken van milieuclubs, zou je zeggen.

Maar dat is te veel eer voor de actievoerders, vindt Pieter Walraven van de RND. De onderzoeken, zoals de steekproeven in winkels door Milieudefensie, zijn volgens Walraven een achterhoedegevecht. „Wij willen voorkomen dat fout hout Europa binnen komt. Alleen zo kun je de leveranciers dwingen om op een verantwoorde manier bosbouw te plegen. Dat bereik je niet met winkeltje pesten in Nederland.”

Walraven denkt dat Milieudefensie doelbewust ketens met klinkende namen als Praxis, Intratuin, Ikea en Gamma op de korrel neemt. „Je haalt geen krantenkoppen als uit een onderzoek blijkt dat houthandel Janssen uit Lutjebroek fout hout verkoopt. Dat bereik je met grote, tot de verbeelding sprekende namen.”

„Het is voor de branche moeilijk om de exacte herkomst van elke splinter hout te traceren. Partijen hout worden vaak gemengd geleverd. Er zijn winkelbedrijven die daarom zelf plantages gaan beheren en het hout van boom tot meubel of kozijn onder controle hebben.”

Verder zegt Walraven dat hij niet-gecertificeerd hout verkoopt omdat er niet altijd verantwoord hout voor handen is: „Er is niet voldoende FSC-hout op voorraad om de consument te bedienen. Leveranciers profiteren daarvan. Met een Europees verbod ben je in staat om hen te dwingen zich aan bepaalde eisen te houden.”

Gert Spaargaren, hoogleraar milieukunde aan de universiteit van Wageningen neemt de kritiek van Walraven niet al te serieus. Milieuorganisaties gaan volgens hem professioneel te werk. De meeste onderzoeken worden begeleid door een wetenschappelijke commissie.

Vanuit zijn universiteit was er in het verleden wel kritiek op de acties tegen genmais of tegen de gif op groente en fruit. Je zou vele hectares sla moeten innemen wilde het gif pas echt schadelijk zijn, luidde de kritiek.

Toch vindt Spaargaren ook dergelijke acties effectief. „Ecotellingen van Milieudefensie zijn een goed voorbeeld van een professioneel instrument. Gewoon laten zien wat een bedrijf te bieden heeft. En in de jaren tachtig werd er echt te veel gestrooid met bestrijdingsmiddelen, terecht dat dat aan de kaak is gesteld en van gemodificeerde gewassen zijn de risico’s nog steeds niet duidelijk.”

Overigens wil Spaargaren de milieubeweging ook weer niet te veel macht toedichten. „Dat er betere producten in de schappen liggen, is natuurlijk ook te danken aan wetenschappelijk onderzoek en instituten als het Centrum voor Landbouw en Milieu. Bedrijven doen op grote schaal aan maatschappelijk verantwoord ondernemen.”

Spaargaren zou graag zien dat milieuorganisaties zich nog meer zouden uitspreken over goede en foute producten. Hun naam verbinden aan keurmerken, zoals het WNF de aardbeien en vis van Albert Heijn keurt. Ook moeten de organisaties pal gaan staan achter het milieulabel op huizen en bevorderen dat er een CO2-label komt op voedingsmiddelen. Dit vermeldt wat de uitstoot aan broeikasgassen is per product.

In sommige opzichten vindt Spaargaren de milieubeweging te radicaal. Zo doet ze alsof de biologische landbouw heilig is, terwijl het gewoon niet haalbaar is de hele landbouw om te vormen.

„Wanneer je het hebt over verantwoord kunstmestgebruik, geen genetische modificatie en gecontroleerd gebruik van bestrijdingsmiddelen, dan heb je het ook over veilige landbouw. En zo’n variant tussen de gangbare en de biologische landbouw in, zou voor veel meer consumenten een alternatief zijn.”

De onderzoeken van milieuclubs zijn trouwens niet voor alle bedrijven negatief. Neem Kwantum, dat volgens het onderzoek van Milieudefensie honderd procent goed hout in de winkels heeft liggen. Directeur Rob Berns: „Het kost veel tijd, geld en energie om honderd procent goed hout te verkopen, maar het kan dus wel. Wij hebben sinds eind jaren negentig beleid dat zich richt op het tegen gaan van onder meer kinderarbeid en fout hout. De verantwoorde manier van ondernemen bij Kwantum is volgens Berns niet ingegeven door angst voor de kritiek van milieuclubs, maar wordt gezien als een noodzaak.

Ikea was één van de ketens die dit jaar een veeg uit de pan kreeg van de milieuclubs. Milieudefensie riep consumenten op met Pasen, inmiddels een traditioneel topweekend voor meubelbedrijven, niet bij Ikea te gaan winkelen. De meubelgigant zou onterecht claimen alleen goed hout te verkopen. De oproep had overigens weinig resultaat, aangezien de drukte even groot was als voorgaande jaren. Woordvoerster Ellen van den Boomgaard van Ikea: „Wij vinden dat niet alles af moet hangen van een keurmerk. Onze klanten moeten er met of zonder keurmerk van op aan kunnen dat ze verantwoord geproduceerde spullen kopen in onze winkels. Daarom werken we onder meer samen met het Wereld Natuur fonds.”

Ikea heeft al tien jaar te maken met kritiek van actieclubs. In 1998 kwam het Zweedse meubelconcern in opspraak. Greenpeace protesteerde omdat het bedrijf gebruik maakte van hout uit oerbossen. Een Zweedse tv-documentaire stelde de abominabele arbeidsomstandigheden van Roemeense Ikea-arbeiders aan de kaak. De SP trok aan de bel, omdat Ikea gebruik maakte van kinderarbeid in Zuidoost-Azië. SP-actievoerders hielden negen maanden lang betogingen bij Ikea-vestigingen.

Met een PR-offensief stak Ikea de hand in eigen boezem. Het bedrijf erkende de fouten, werkte controlesystemen voor de productie van Ikea-spullen uit en ging samenwerken met organisaties als Unicef, het Wereld Natuur fonds en Save the Children.

Nu wordt Ikea zelfs geprezen door het Wereld Natuur Fonds om de afspraken met boeren in India en Pakistan. De kritiek op de productieprocessen is nagenoeg verstomd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden