Interview

'Laten we vmbo-t en havo samenvoegen'

Jan van Zijl verlaat zijn bijzondere werkkamer, waar zelfs het behang, ontworpen door een oud-student van Sint Lucas, aan mbo-opleidingen (de handen in de zorg) refereert. Beeld Werry Crone

Hij zou politici en andere beleidsmakers graag eens horen zeggen: ons middelbare beroepsonderwijs is top, de ruggengraat van onze samenleving, zegt Jan van Zijl (63) bij zijn afscheid. In acht jaar en drie maanden is het hem als voorzitter van de MBO-raad niet helemaal gelukt die maatschappelijk waardering binnen te slepen. "Zo'n erkenning geeft ook jongeren in deze opleidingen en hun ouders het gevoel 'we gaan voor iets moois'."

Het slechte imago zit u dwars?
"Er is geen enkele aanleiding om met dedain over het mbo te spreken. Het grootste aantal jongeren, 495.000, wordt er opgeleid. Die gaan iedere dag fris en fruitig naar school en 93 procent heeft in normale economische omstandigheden binnen een half jaar een baan. Volgens de Oeso is ons beroepsonderwijs het beste van Europa, samen met dat van de Noren. En die steken er veel meer geld in.

"Trouwens, Nederland draait economisch mee aan de wereldtop, hoe kan dat als onze opleidingen slecht zouden zijn? Er is niets mis mee, de meeste studenten zijn gewone middenklasse kinderen uit middenklasse families. Helaas leggen mensen die ons niet goed kennen hen langs dezelfde lat als de vijf procent, vaak kwetsbare jongeren met beperkingen op het laagste mbo-niveau."

Wat is het gevolg?
Niet alleen het mbo, ook het vmbo heeft er last van. Ouders duwen hun kinderen naar de havo, want dan ga je hogerop, voor het geluk. Wordt het vmbo-t en vervolgens mbo, dan zien ze dat als pech. Met die vroege selectie verspillen we talent. Ik zie soms jongeren met hangen en wurgen havo doen en daarna falen op het hbo. En hoe degenen die bij ons terechtkomen, opleven, hun plek en zelfvertrouwen vinden.

Alle onderzoeken zeggen het: leerlingen van vmbo-t en havo verschillen nauwelijks van elkaar. Ze zijn praktisch ingesteld. Onze twaalfjarigen moeten al keuzes maken. Wie weet zo vroeg welke kant het opgaat? We duwen ze in een groef waar ze moeilijk uitkomen. Dubbele schooladviezen, brede brugklassen en middenscholen, alle mogelijkheden om makkelijk door te groeien en zich aan elkaar op te trekken verdwijnen. Laten we vmbo-t en havo samenvoegen. Gun hun de tijd om te zien welke route het beste past."

Minister Bussemaker noemt mbo-scholen leerfabrieken en wilde een limiet aan de grootte. Niet complimenteus toch?
"Laten we het houden op een misverstand. Vorige week nam de Tweede Kamer nog een motie aan die zulke veranderingen afraadt. Dat beeld van fabrieken klopt niet. Toen ik vijftig jaar geleden naar de hbs ging, zaten daar 1200 leerlingen. Een mbo-schoolgebouw telt er gemiddeld 700.

"De menselijke maat is absoluut nodig. Maar dat gaat over kloppende roosters, vervanging voor zieke docenten en of er een telefoontje naar huis gaat als Kevin of Ahmed niet komt opdagen. Docenten en leerlingen herkennen zich niet in de term leerfabriek. Zeker, er zijn klachten. Daarover moeten studentenraden in overleg gaan met hun schoolbesturen. Daar hoef je geen wet voor te maken."

Maar sluit het mbo wel goed aan bij wat bedrijven zoeken? De bouw klaagt over 'verkeerd opleiden'.
"Hoor de ironie in mijn stem: al veertig jaar wordt tobberig gedaan over de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Begin deze eeuw was de omvorming tot roc's nog aan de gang. Megaoperaties. De afgelopen jaren - dat heeft ook met het tijdsgewricht te maken - is de aandacht verschoven naar kwaliteit en doelmatigheid, welk vak geeft meer kans op een baan? De samenwerking is fors verbeterd, onderling en met het bedrijfsleven. Dat bepaalt mede het aanbod en de inhoud van opleidingen.

"Maar het mbo is geen cafetaria: Een werkgever heeft tachtig loodgieters nodig en we falen als we hem niet onmiddellijk mensen kunnen leveren? We komen uit een crisistijd! Opleidingen kunnen alleen studenten aannemen als er stageplaatsen voor hen zijn. Bieden bouwbedrijven die niet meer aan, dan houdt het op.

"Grote werkgevers erkennen dit probleem. Ton Hillen van bouwbedrijf Heijmans, nota bene uit dezelfde sector als die klagers, riep pas nog op mbo-studenten vooral breed op te leiden. Dát is de uitdaging, want de arbeidsmarkt verandert in hoog tempo. De jonge generaties moeten snel kunnen switchen naar banen die nog niet bestaan."

En dat overaanbod van artiesten en dierenverzorgers dan?
"We leven niet in Noord-Korea, jongeren kiezen zelf. Misschien kunnen werkgevers hen verleiden? In de zorg en techniek werden grote personeelstekorten voorspeld, maar voor slechts een op de drie studenten in die opleidingen hadden bedrijven een stageplek. Bij Joop van den Ende konden alle musicalstudenten terecht. Voor stage en voor werk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden