'Laten we trots zijn  op onze identiteit'

interview | CDA-leider Sybrand van Haersma Buma vindt dat Nederland zich harder en vooral zelfbewuster moet opstellen tegenover de chaotische buitenwereld. 'Je hoort met twee benen op de grond te staan, stevig in je schoenen, op de plek waar je bent geboren.'

Drie jaar zit het CDA in de oppositie. Hoe fris dat is, valt bij herhaling van iedere christen-democraat in de Tweede Kamer te vernemen: niet meer de last van het besturen en gewoon zeggen wat je vindt. Sybrand van Haersma Buma voerde in deze periode de fractie aan en is inmiddels ook onbetwist partijleider.

Hij viel op. Eerst door fel de aanval te kiezen op het kabinet en daarna door zonder veel mitsen en maren de belastingverlaging van Rutte te steunen. Het kabinet doet eindelijk wat het CDA al jaren vraagt, is zijn verdediging. Buma trok nog meer de aandacht door zo nu en dan opmerkelijke plannen of gedachten te uiten. Hij kondigde een initiatief aan om het verheerlijken van terrorisme strafbaar te stellen, wil veilige gebieden in Syrië waar vluchtelingen naartoe kunnen en hij wil een sobere status voor vluchtelingen.

Wat beweegt de CDA-voorman en wat is de bron van zijn denken? We kunnen niet naïef zijn, zegt Buma herhaaldelijk; de wereld verandert. Die gedachte zal vandaag ook zijn speech domineren als de christen-democraten congresseren in Utrecht.

Wat heeft ontnuchteren in de oppositie met het CDA gedaan?

"Er is heel veel veranderd. We waren in 2012 enorm zoekende. Nu is de trots terug. Ik zie een hoofdrol voor het CDA in een wereld die economisch gedreven is, terwijl mensen erg op zoek zijn naar waarden die ten grondslag liggen aan onze samenleving. Mensen zijn bang hun identiteit en cultuur te verliezen. Het interessante is dat het CDA het antwoord niet zoekt in iets nieuws, maar te rade gaat bij gedachten waarmee de voorlopers van het CDA in de negentiende eeuw zijn opgericht. Op het congres hebben we het over het 35-jarig bestaan van het CDA, maar we moeten in feite 150 jaar terug, toen de christen-democratie ontstond als verzet tegen het liberale denken. De arbeider kwam via het socialisme in opstand tegen de vrije markt, de confessionelen waren bevreesd voor het verlies van de eigen identiteit, bijvoorbeeld onze scholen. De culturele identiteit is uit beeld geraakt na de Tweede Wereldoorlog; het ging over economie en welvaart. Wij brengen waarden en identiteit terug in het debat omdat mensen daar een groot deel van hun gevoel van veiligheid vandaan halen."

Mogen wij op die koers het etiket cultureel-conservatief plakken?

"Ik ben niet van de etiketten. Wat goed is, moet je behouden. Wat anders moet, moeten we veranderen. In een wereld die chaotisch is en waarin veel veranderingen op ons afkomen, is het belangrijk om trots te zijn op wat er is bereikt en daar ook voor te staan. Wij zijn wellicht wat te onzeker geworden."

Het klinkt toch ook angstig. Vernieuwing kan ook iets goeds brengen.

"De wereld is 25 jaar na de val van de Muur in Berlijn aanzienlijk minder vredig dan wij hoopten. We komen in een andere fase. Waar was de overheid ook alweer voor? Dat zijn allemaal vragen die we ons nooit meer hebben gesteld. Wat is de legitimatie van de politiek? Moeten we landsgrenzen bewaken? We hebben de laatste jaren alleen maar grenzen opengezet omdat ze niet meer nodig waren. Het perspectief is drastisch veranderd. Het is geen angst. We hoeven niet bang te zijn als we weten dat we zelf een identiteit en waarden hebben. Dat we niet zijn overgeleverd aan China en Rusland, met hun afwijkende waardensystemen."

Het lijkt op het verhaal van Geert Wilders: wij hebben westerse normen en die lopen gevaar.

"Dat zie ik niet. Als Wilders de vraag krijgt wat de belangrijkste christelijke waarde is, zegt hij: opkomen voor je eigen volk. Dat is een heel andere richting. Het gaat mij erom dat het goede in onze samenleving overeind moet blijven. Dat gaat niet vanzelf. De bescherming van de identiteit gaat niet ten koste van anderen zoals dat bij Wilders wel het geval is."

U bedoelt het dus niet antagonistisch in de zin dat er een eigen identiteit nodig is om ons te onderscheiden van anderen. Bedoelt u: we hebben al een eigen identiteit en daar moeten we rekening mee houden?

"Ja. Je hoort met twee benen op de grond te staan, stevig in je schoenen, op de plek waar je bent geboren."

Is het thema veiligheid niet te dominant bij het CDA? De partij krijgt soms het verwijt dat het sociale gezicht flets is.

"Alle politiek leiders van het CDA hebben die kritiek gehad en ik zit erg op een lijn met mijn voorgangers. Het verwijt zal blijven maar de lijn die wij nu uitzetten kunnen wij met opgeheven hoofd uitdragen. De overheid is er in onze ogen voor het beschermen van identiteit en veiligheid, niet in de eerste plaats voor het bieden van financiële zekerheid. De sociaal-economische invalshoek is wel degelijk van belang en de overheid heeft een taak als schild voor de zwakkeren. Mooie term trouwens. Maar ieder jaar kijken naar de koopkracht achter de komma en met miljarden gaan schuiven, daar zet ik vraagtekens bij. Dat bepaalt niet het geluk van de mensen in een steeds dichterbij komende buitenwereld."

U doelt op migratie? Is dat een risico voor de Nederlandse identiteit?

"Daar moeten we op de lange termijn rekening mee houden. De zorgen daarover zitten diep bij mensen. Die hebben niks met antagonisme en willen zich veilig voelen. Als wij vanuit onze ivoren toren zeggen 'Dat mag jij niet denken want de wereld verandert nu eenmaal', kan ik mij voorstellen dat de burger totaal afhaakt. Ik zie dat Nederland en Europa geen antwoord hebben op een vluchtelingenstroom waar we nu alleen nog maar het begin van zien.

"Volgens onze traditie helpen wij mensen in nood. Dat houden we overeind. Een vluchteling laat je niet op straat staan, maar geef je onderdak en voedsel. Dat is onze morele opdracht. Maar we moeten wel praten over hoelang we daarmee kunnen doorgaan. Waar is de grens? Die burger vraagt dat van ons terwijl de overheid zegt het niet te weten. Als de overheid het ook niet meer weet, voelt de burger zich onveilig. Ik zou het naïef vinden om niet over die vraag te praten."

Waarom moet het gesprek gaan over de grens van de opvang?

"Vragen voor de langere termijn gaan niet ten koste van de opvang nu, want die is gewoon nodig. Ze gaan over hoe we ons moeten opstellen tegenover de chaotische wereld. Rusland is geen vriend meer, maar een serieuze tegenstander, een bedreiging zelfs. Turkije is een land dat we nodig hebben en tegelijkertijd chanteert het Europa door eisen te stellen in ruil voor opvang van vluchtelingen. Syrië is in burgeroorlog. De noordkant van Afrika is een chaos. Dat is de wereld van nu. Klimaatverandering leidt ertoe dat Afrikanen migreren als daar niet meer voldoende voedsel kan worden geproduceerd. We kunnen dit beeld ontkennen, maar ik wil dat niet. We kunnen meer opvangcentra bouwen in Nederland maar dat houden wij natuurlijk op termijn niet vol."

Waar begint uw antwoord?

"Europa zit in een klem, het is een economische gemeenschap, onvoldoende een waarden- of veiligheidsgemeenschap. Dus dat moet veranderen. Zo is de EU ook begonnen: nooit meer oorlog. Dat was het doel. Het middel: rijg de economieën aan elkaar. Economie is daarna het doel geworden. Wij zijn vergeten dat grenzen openen makkelijker is dan grenzen sluiten. Europa kan zijn grens niet bewaken. Zo'n gemeenschap wordt door niemand vertrouwd. Europa moet zeggen: dit zijn onze grenzen en die beschermen wij. Het CDA is bereid daarvoor soevereiniteit in te leveren. Verder moet Europa zich rekenschap geven van zijn geopolitieke taak in de wereld. Daar hebben wij nooit echt iets aan gedaan. Meer aandacht voor defensie en buitenlandse zaken. Hoe dat precies gaat, zal moeten blijken. Maar laat het besef doordringen en laten we erover praten.

"Ik geloof dat je samen militair moeten optreden, ook buiten Europa. Ik denk nog niet aan een Europees leger, maar aan samenwerking zoals we dat al doen met de Duitsers. Duitsland onderhoudt bijvoorbeeld Nederlandse tanks. Europa moet een grens stellen aan wat het aan chaos accepteert. Erdogan (de Turkse president, red.) kan blijkbaar zomaar eisen dat hij mag praten over toetreding tot de EU. Wat voor indruk maakt zo'n werelddeel? Ik las net dat Pakistan dreigt om grote aantallen Afghanen het land uit te zetten, vluchtelingen, omdat zij gebruik willen maken van dit moment, een onbeschermd Europa. Dan kun je, om te voorkomen dat je tegenstellingen cre-eert, wel zeggen dat we iedereen gaan opvangen, maar je weet dat het niet kan. Lang hebben we ons kunnen wentelen in het gevoel dat na de val van de Muur alle landen vrienden waren, maar de wereld is ingewikkelder dan dat.

"Ik heb ook gepleit voor veilige zones in Syrië. Maar dat land is nu zo ingewikkeld, daar kun je niet morgen veilige zones instellen. In Afghanistan kan dat wel. Het grootste deel van dat land is niet in oorlog. Ik kan mij voorstellen dat we nu al veilige zones, opvangcentra, inrichten in delen van het land die veilig zijn. In Spanje kwamen veel vluchtelingen via de Canarische eilanden. Dat is voorbij, onder meer omdat Spanje geen ontwikkelingsgeld meer geeft aan verre landen, maar aan Marokko. Vluchtelingen kunnen daardoor terug naar Marokko en vandaaruit gaan ze terug naar Mali. Dat zouden wij, in Europese samenwerking, ook zo kunnen aanpakken."

Er is onzekerheid, zegt u. Legt dat een bijzondere verantwoordelijkheid bij partijen in het politieke midden?

"De partijen die ons de afgelopen decennia welvaart hebben gebracht, zijn niet in staat dat nog langer te leveren. Dus gaat de kiezer op zoek. En dan heb je het wel over antagonisme: degenen die het hardst roepen, zijn dan het aantrekkelijkst. Terwijl het politieke midden zoekt naar wellicht niet de gemakkelijkste, maar wel de meest doordachte oplossingen. In dit geval is het midden alles wat een positieve bijdrage aan het landsbestuur wil leveren en niet alleen maar nee wil zeggen. Daar ligt een bijzondere verantwoordelijkheid: lastige onderwerpen niet mijden en tegelijkertijd werken vanuit het besef dat je elkaar nodig hebt, nationaal en internationaal, ondanks politieke meningsverschillen. "

Dreigt er een impasse als zonder de PVV niet valt te regeren? Kan het CDA dan volhouden dat de partij niet meer gaat samenwerken met Wilders?

"Het vertrouwen is beschaamd toen we eerder samenwerkten. Het werkt niet omdat de PVV niet is gericht op oplossingen. Zou ik alsnog met de PVV samenwerken, dan is de kans dat dat kabinet het volhoudt net zo gering als de vorige keer. Als CDA moeten we zicht hebben op een regering die oplossingen biedt en niet op een kabinet dat nieuwe problemen creëert. Dus heeft het CDA en hebben andere partijen de grote verantwoordelijkheid kiezers te overtuigen dat ruziemaken met iedereen en heel hard roepen, geen oplossingen zal bieden.

"Voor de langere termijn zullen we de versplintering in de politiek moeten aanpakken. Daarvoor moet je toch echt naar ons kiesstelsel kijken. Misschien moeten we de regionale binding van politici beter honoreren door een regionale lijst te hebben naast een landelijke lijst voor de Tweede Kamer. Mensen zoeken identificatie, politici waarin zij zich herkennen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden