column

Laten we blijven luisteren naar het kompas van Oranje

Henk Hoijtink Beeld Maartje Geels

Op de persconferentie na Nederland-Wit-Rusland was de eerste vraag aan Ronald Koeman meteen een bloedserieuze, en toch ook één die bedoeld was om de stemming erin te brengen. De bondscoach moest tevreden hebben toegezien, werd hem voorgelegd, hoe zijn spelprincipes werden uitgevoerd zoals hij dat voor ogen had.

Koeman knikte tijdens de vraag, maar al in de tweede zin van zijn antwoord bleek dat hij er helemaal niet mee instemde. Het is een ideaal scenario, zo’n vroeg doelpunt, zei hij. Dat was de eerste zin. De tweede: “Maar dat wil niet zeggen dat daarna alles goed gaat.”

Hij somde op: zijn spelers waren slordig geweest in het verloop van de eerste helft, nonchalant en te frivool. Je verwacht meer discipline, zei hij ongevraagd, op eigen initiatief, na een avond van jubel: een 4-0 zege, keurige eerste stap op weg naar het nauwelijks te missen EK 2020.

Bij de NOS, zag ik later, sprak Koeman afkeurend over ‘meer hakjes in de eerste helft dan ik in jaren bij Oranje heb gezien’. Volgens de interviewer was hij daarin misschien wel de strengste in het stadion.

Ik vroeg erop door. Hij moest er op deze leuke avond in de rust al wat van hebben gezegd, suggereerde ik. Koeman glimlachte. Hoe valt dat bij deze spelers, vroeg ik. Ik zal eerlijk zijn: ik dacht vooral aan Memphis Depay, die al gauw allerlei leukigheidjes had uitgeprobeerd. Marten de Roon, die na balverlies moest ingrijpen, dankte er een gele kaart aan. Het gebeurt wel heel snel, zei ik, dat het even leuk gaat en dat ze te veel leuk willen doen.

Koeman lachte weer. Hij zei dat je verwacht en eist dat spelers, ongeacht de kracht van de tegenstander, doen wat ze moeten doen. Dat hoort bij een topelftal, zei hij, om dat niet alleen tegen Duitsland of Frankrijk te doen. Dit elftal kan goed zijn, zei hij, maar het heeft ook discipline nodig. Dan kan hij gaan lachen in de rust, we winnen toch wel, maar dit is zijn taak. “Daar zullen jongens het mee eens zijn, en jongens het niet mee eens zijn.”

Nee, hij maakte zich er niet met een jantje-van-leiden van af. Hij wilde het gezegd hebben.

Het is een ontwikkeling van een team, zei Koeman. “Een ontwikkeling die we blijkbaar nog niet beheersen”, zei hij bij de NOS. Bij ons zei hij: “Het kost nu geen punten, nu nog geen tegendoelpunten.”

Speeltuinpassje 

In de rust had Rafael van der Vaart, analist van de leuke dingetjes, een passje van Frenkie de Jong graag terug willen zien. Een speeltuinpassje met buitenkant voet, in alle ruimte. Ver na de wedstrijd, nadat Koeman had gesproken over slordigheden en ongepaste frivoliteiten, zei Pierre van Hooijdonk dat Koeman gelijk had. Van der Vaart vond het toch ook wel mooi, zei hij, als het op zo’n avond kan.

Daar zullen jongens het mee eens zijn, en jongens het niet mee eens zijn. Dat was een typerend tussenzinnetje van Koeman. Dat doet hij vaker: zoiets laten vallen. Hij was niet vergeten dat de vraag was hoe het valt bij deze spelers, zo’n terechtwijzing, en dit was daarop het subtiele antwoord. Ik vertaal: nee, de op wat show gerichte jongens zullen het niet graag horen, maar ze zullen zich naar hem moeten schikken.

Voor het perspectief: in 2016, in het diepe dal van het Nederlandse voetbal, won Oranje in De Kuip met 4-1 van Wit-Rusland, met vijf spelers van nu, zonder de daarna ontloken grote talenten.

Nee, het EK 2020 is (niet of) nauwelijks te missen. Laten we toch op de weg erheen scherp blijven luisteren als het kompas, Ronald Koeman, iets met tussenzinnetjes en al gezegd wil hebben.

Chef sport Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. U leest alle columns in zijn dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden