Late lente

Net als in Nederland wil het in Albanië nog niet erg vlotten met de lente. Je zou denken zuidelijk, mediterraan, de natuur zal wel mooi in bloei staan maar dat is niet zo. De bergwanden zijn nog zwart, de akkers dor en de rivierbeddingen liggen droog. Op weg naar het mythische Theth, in de Albanese Alpen, waar A. den Doolaards 'De herberg met het hoefijzer' zich afspeelt en waar een plaquette voor de vroege Albanië-reizigster Edith Durham moet hangen, stranden we met onze Jeep Wrangler, een soort kleine Hummer, in een berg sneeuw. Mei, juni, dan kun je er wel weer door, zegt de hotelier aan het begin van de pas.

De Albanezen hebben wat gevonden op hun vooralsnog kleurloze natuur. Ze gooien er alles in wat kleur heeft: vooral plastic zakjes, blauw en wit, soms wat roze, wc-rollen, lege flesjes. Ik heb nog nooit een land gezien, ook niet in Afrika, dat zo veel weg heeft van een openbare vuilnisbelt. Er lijkt een geheel nieuwe flora in Albanië tot bloei gekomen, van plastic afval. En dat niet alleen in de buurt van dorpen en steden maar tot diep in de ongerepte natuur aan toe, langs stille meren en geitenpaadjes. Het lijkt een nationale ziekte en je denkt, voor ze bij de EU mogen, die al stevig aan het investeren is bij het aspirantlid met allerlei vooruitgangsprojecten, vooral nieuwe wegen: laat ze eerst de boel maar eens opruimen, met een enorme stofzuiger erdoorheen, en dan nog is het zo vervuild dat het allemaal jaren gaat duren.

Een Engelssprekende Kosovaar, etnisch Albanees uit Prizren (nee, niet uit 'Prison'), die we in Kukës, vlakbij de Kosovaarse grens, spreken wijt het aan de Albanese mentaliteit; ook de Albanese wijk in Skopje, de hoofdstad van buurland Macedonië, is aanzienlijk vuiler dan de rest van de stad. Net als zijn religieuze overtuiging kan de vuilopstapeling de Albanees weinig schelen: als de troep maar niet in zijn eigen tuin; zo schuift iedereen zijn portie door. Zelf gaf onze Kosovaar zijn kinderen opdracht het strand schoon achter te laten, maar een Albanees die het zag dumpte gauw zijn eigen vuil op de vrijgekomen plek. Want de boel schoonhouden, dat schept maar precedenten, dat is geen goed voorbeeld.

Het is treurig om te zien hoe Albanië zichzelf bevuilt, maar er zijn ook prachtige stukken: de sprookjesachtige stad Girokastër in het zuiden, het Cote d'Azurachtige Sarandë aan de kust, het archeologische schiereilandje Butrint dat wedijvert met het mooiste van Pompeji. Allemaal in het zuiden ja, de traditionele verdeling Noorden-rijk-Zuiden-arm, zoals bijvoorbeeld bij overbuurman Italië, is hier omgekeerd. Maar als ze hier een toerisme à la Griekenland of Italië willen kweken zullen ze toch eerst dat enorme leger duimendraaiende en lanterfantende zwartgejackte werkelozen met papierprikkers moeten uitrusten en de natuur insturen. Of het onder de naargeestige Enver Hoxha beter was weten we niet want toen mochten we niet komen kijken maar de spijsvertering van Albanië lijkt nog niet goed aangepast aan de plastic zegeningen van kapitalisme en democratie.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden