Late erkenning voor Polster

SAINT-ETIENNE - Toni Polster speelt al zestien jaar op het hoogste Europese niveau, met een reputatie van een spits die het maken van doelpunten tot kunst heeft verheven. In eigen land kreeg de Oostenrijker echter pas in de nadagen van zijn carrière de erkenning die hij in Italië, Spanje en Duitsland zo gewend was.

Jarenlang vonden de Oostenrijkers die Polster een verwaande, arrogante kwast, die in het buitenland furore maakte maar in de nationale ploeg nimmer goed presteerde. Bij iedere interland in Wenen galmde er een afkeurend gejoel door het stadion als de naam van Polster werd omgeroepen. Zo ging het ook in het voorjaar van 1989, toen Oostenrijk zich ten koste van de DDR moest plaatsen voor het wereldkampioenschap van een jaar later in Italië. Polster werd weer uitgefloten, maar door zijn (eerste) hattrick mocht Oostenrijk naar het WK. Tijdens de ereronde zat de spits in de kleedkamer. Hij wilde niet toegejuicht worden door de mensen die hem eerst hadden uitgejouwd.

Door de sportieve en emotionele lading staat die wedstrijd nog altijd in het geheugen van Polster gegrift. In Saint-Etienne evenaart hij vanavond in het WK-duel met Chili het Oostenrijkse interlandrecord van de legendarische Gerhard Hanappi (93). “Het record is natuurlijk leuk”, zegt hij, “maar records zijn vergankelijk. Mijn mooiste herinneringen bewaar ik nog steeds aan de wedstrijd tegen Oost-Duitsland. Daar zal over twintig jaar nog over gesproken worden.”

Toch werd Polster ook na zijn hattrick tegen Oost-Duitsland niet door de Oostenrijkers in de armen gesloten. Mede doordat het WK in Italië op een grote flop uitdraaide, bleef men in Polster de verwende, duurbetaalde prof zien die vooral in het buitenland schitterde.

Want dat deed hij. In zijn eerste seizoen in de Serie A bij Torino, in 1987, maakte Polster 39 doelpunten en kreeg hij als topscorer van Europa de Gouden Schoen. Bij Sevilla scoorde hij in zijn tweede van drie seizoenen 33 maal, nog altijd een record in de historie van de Spaanse club. Na twee mindere perioden in Spanje, bij Logrones en Rayo Vallecano, tekende Polster in 1993 bij FC Koln.

Zijn verblijf in Duitsland leverde hem uiteindelijk ook in eigen land roem en waardering op. Oostenrijkers beschouwen de Bundesliga als de beste voetbalcompetitie en wie daarin zo makkelijk scoort als Polster, moet wel een grote zijn. “Toen ik naar FC Köln ging, dachten veel mensen dat ik het daar niet zou redden”, aldus Polster. Maar zijn succes in de Bundesliga (zeventig doelpunten in 130 wedstrijden) deed de kritiek verstommen. Nadat hij vorig jaar Hans Krankl als international-topscorer onttroonde - Krankl maakte er 35 en Polster staat nu op 44 - werd hij als eerste voetballer na Hanappi gekozen tot sportman van het jaar. Inmiddels is er een boek en zelfs een video over Polster verschenen.

In januari van dit jaar kreeg Polster een bijzonder eervolle onderscheiding. Uit handen van de Hongaar Ferenc Puskas, de beste schutter aller tijden, ontving hij een Oscar voor de 282 doelpunten die hij sinds 1982 in de hoogste divisies van het Europese voetbal realiseerde. Van de nog actieve spelers bleef Polster op die lijst de Mexicaan Carlos Hermosillo en de Argentijn Diego Maradona voor. De prestatie van Polster verdient alle respect. Ondanks zijn enorme productie kreeg hij nooit een aanbieding van een topclub; niet in Italië, niet in Spanje en niet in Duitsland. Hij vervulde de rol van veelscorende spits bij bescheiden clubs, waar het maken van doelpunten moeilijker is dan bij topclubs.

Polster lijkt na zestien seizoenen afscheid te moeten nemen van het hoogste niveau. Met FC Köln degradeerde hij uit de Bundesliga, zowel voor de club als de speler een noviteit. FC Köln speelde sinds de oprichting van de Bundesliga in de hoogste klasse, Polster hoefde nooit eerder een stap terug te doen. FC Köln deed de spits een nieuwe aanbieding, met een bovenmodaal salaris, maar Polster heeft nog geen besluit genomen. De anonimiteit van de tweede Bundesliga trekt hem niet aan. Polster: “Misschien blijf ik wel bij FC Köln, want ik heb veel aan de club te danken. Maar een terugkeer naar Wenen sluit ik ook niet uit.”

In de kwalificatiereeks naar het WK maakte Polster zeven van de zeventien doelpunten van Oostenrijk. Afgelopen donderdag scoorde hij voor het eerst op een WK, in de slotminuut tegen Kameroen. De 1-1 tegen de Afrikanen zorgde voor het nodige optimisme in het Oostenrijkse kamp. Polster toont zich een realist en denkt dat Oostenrijk zich tevreden moet stellen met een bescheiden rol op het WK. “Het is absurd te denken dan wij de kwartfinales kunnen halen”, zegt Polster. “We moeten proberen de grote landen dwars te zitten en hier en daar een puntje mee te pakken. Natuurlijk zou de tweede ronde prachtig zijn, zeker als we in de achtste finales Brazilië treffen. Maar zover is het nog lang niet.”

Chili, vanavond in Saint-Etienne, en Italië, volgende week dinsdag in Parijs, zijn de komende opponenten van de ploeg van Herbert Prohaska, als bondscoach de opvolger van wijlen Ernst Happel. Bij Sevilla speelde Polster een seizoen samen met de Chileense spits Ivan Zamorano en het Italiaanse voetbal kent Polster uit zijn tijd bij Torino. Hoewel hij er 39 maal scoorde, had hij het in Turijn destijds niet naar zijn zin. “Er was te veel druk en te weinig plezier”, herinnert hij zich nog. “We speelden met negen verdedigers en ik stond alleen voorin. Onder het motto: God zegen de greep.”

Opmerkelijk genoeg speelde Oostenrijk vorige week tegen Kameroen op bijna identieke wijze. Met z'n tienen achter de bal en onder het motto: Polster zegen de greep.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden