Late Duitse erkenning Pas na 'Masse und Macht' kreeg Canetti een ereplaats Elias Canetti 1905-1994

AMSTERDAM - Afgelopen zondag overleed in zijn woonplaats, Zürich, op 89-jarige leeftijd de schrijver en Nobelprijswinnaar Elias Canetti. Hij werd woensdag op het kerkhof Fluntern begraven, op zijn verzoek naast zijn Ierse collega James Joyce. Canetti wilde in Zürich worden begraven, de stad waar hij in zijn jeugd zijn hart aan had verpand.

In 'Die Provinz des Menschen', een van Canetti's talrijke boeken met notities, levenswijsheden zonder afgerond levensprogramma, staat een gedachte die de schrijver in 1944 noteerde: “De grote geestelijke verzoeking in mijn leven, de enige waartegen ik stevig moet vechten, is deze: geheel en al jood te zijn. Het Oude Testament, waar ik het ook maar opensla, overweldigt me. (. . .) Wanneer ik in de geschiedenis van David of Jozef dreig te verzinken, probeer ik tegen mezelf te zeggen dat zij mij als schrijver betoveren. Maar dat is niet waar. Want er is veel meer aan de hand. Want waarom haat de psalmdichter de dood in dezelfde mate waarin ik de dood haat? Ik heb mijn vrienden veracht, wanneer zij zich uit de verlokkingen van het deelhebben aan vele volkeren lostrokken en blind weer tot joden werden, gewoonweg weer joden werden. Hoe zwaar valt het me nu om niet hetzelfde te doen. Moet ik mij afsluiten voor de Russen omdat er joden zijn, voor de Chinezen omdat die ver van mij verwijderd zijn, voor de Duitsers omdat zij thans door de duivel bezeten zijn? Kan ik niet aan allen toebehoren en toch joods zijn?”

Wie terugkijkt op Canetti's leven en werk, kan op zijn vraag alleen maar een bevestigend antwoord geven. Zijn werk heeft een universeel karakter gekregen, terwijl het toch in een joods levensgevoel verankerd bleef. De op 25 juli 1905 in Bulgarije geboren Elias Canetti vond met zijn literaire en ander werk pas laat erkenning. In de jaren 1930-1931 ontstond 'Die Blendung' dat in Nederlandse vertaling later 'Het Martyrium' zou heten. Deze door bittere humor gedragen roman over de intellectueel Peter Kien, die alleen nog voor de wetenschap en zijn boeken leeft, daardoor totaal ontmenselijkt en zich ten slotte verbrandt op de top van zijn tot een berg gestapelde verzameling boeken, verscheen pas in 1936. 'Die Blendung' kan worden gelezen als een satirisch toegespitst commentaar bij de eigen tijd van de schrijver, waarin een deel van de intellectuelen zijn plicht verzaakte en zich in de ivoren toren van de wetenschap terugtrok.

Met zijn toneelstukken gelukte Canetti de literaire doorbraak evenmin. Zijn stukken 'Die Hochzeit' en 'Komödie der Eitelkeit' moesten tot 1965 wachten, voor ze werden opgevoerd. In Duitsland geraakte Canetti pas werkelijk bekend met zijn grote studie 'Masse und Macht' uit 1960. Het verschijnsel 'massa' intrigeerde Canetti al vanaf de jaren dertig. Canetti woonde destijds in Wenen, waar hij het nazisme van dichtbij kon bestuderen. Na de Kristallnacht emigreerde hij met zijn gezin naar Engeland, waar hij een Brits paspoort kreeg.

Het succes van 'Masse und Macht', zijn onorthodox opgebouwde boek, was voor een groot deel te danken aan de aardse, aanschouwelijke aanpak van Canetti's analyses. Canetti liet de mythische dimensies van het verschijnsel op onverwachte plaatsen in de samenleving en haar rituelen zien. De filosoof Theodor Adorno kon er vol lof over zijn.

Kwam de belangstelling in de Duitstalige landen laat op gang, in Engeland begon deze eerder. Daar was de vertaling van 'Die Blendung' een aardig succes, zowel voor als na 1945. De late erkenning in Duitsland maakte na 1960 plaats voor een ware ereplaats voor Canetti binnen de literaire hiërarchie. Zelden zal de literaire kritiek zo eensgezind positief over een auteur hebben geoordeeld. De waardering voor zijn werk culmineerde in de in 1981 aan Canetti toegekende Nobelprijs voor literatuur.

In haar verantwoording voor de toekenning van de prijs aan Canetti roemde het Nobelcomité in 1981 de “brede visie, ideeënrijkdom en artistieke kracht” van diens werken en stelde zij hem op een lijn met Dostojevski en Europese schrijvers uit het begin van deze eeuw, onder wie Franz Kafka.

Canetti heeft zeer veel gepubliceerd: vertalingen (van Upton Sinclair's werk), gesprekken, romans, essays, beschouwingen en een kloeke autobiografie in drie delen. Notities en dagboekfragmenten verschenen onder andere in 'Die Provinz des Menschen', 'Die Fliegenpein' en 'Das Geheimnis der Uhr'. In de laatstgenoemde bundel is de kostelijke uitspraak te vinden: “Steeds fraaier de klokken, steeds gevaarlijker de tijd.” Een andere bundel, 'Die gespaltene Zukunft', bevat de schitterende tekst: “Hitler, nach Speer”, waarin het fenomeen Hitler bijzonder raak wordt beschreven vanuit de monumenten die hij Speer tot 1950 wilde laten bouwen.

De notitiebundels bevatten vele uitspraken die niet gemakkelijk in rustgevende waarden te vertalen zijn. Vaak hebben de uitspraken weerhaakjes die de lezer hinderlijk en effectief vasthouden. Het dierbaarst van alle werken van Elias Canetti zijn mij de drie autobiografische boeken: 'Die gerettete Zunge' (1977), 'Die Fackel im Ohr' (1980) en 'Das Augenspiel' (1985). In het eerste deel beschrijft Canetti zijn jeugd met de vele verhuizingen, van het ene naar het andere Europese land, van taal naar taal. Het boek is genoemd naar de inhoud van zijn vroegste herinnering: een man, de geliefde van het Bulgaarse kindermeisje, dreigde de tweejarige Elias met het afsnijden van zijn tong. Een misselijke grap die bij het kind doodsangsten veroorzaakte. De tong bleef gelukkig behouden. Ook op het leven van de jonge Canetti in diverse steden van Europa bleef de titel van toepassing: tong en taal gingen niet verloren. Canetti zette zijn keuze voor de literatuur als levensdoel door, tegen de wil van zijn dominante moeder in.

Het tweede deel over de jaren 1921 tot 1931 behandelt vooral de literaire contacten. Deze tien jaar vormden een soort incubatietijd, of beter gezegd: een tijd van groei en receptie voordat de eigen produktie werkelijk kon beginnen. Produktief was bijvoorbeeld de ontmoeting met Karl Kraus in Wenen, de redacteur van het beroemde tijdschrift 'Die Fackel'. In het derde deel staan het privéleven en de literaire contacten uit de jaren 1931 tot 1937 in het middelpunt. Dit deel is waardevol vanuit Canetti's ontwikkeling gezien, maar ook op grond van profielen van schrijvers als Hermann Broch. In dit deel verneemt de lezer dat Canetti in 1935 James Joyce leerde kennen.

Alle drie de autobiografische boeken gaan in de kern over het belang van de ontmoeting met de ander voor het leven van de mens. Ontmoeting via het oog, het oor en de taal. Deze boeken zijn ook een pleidooi voor de essentiële waarde van het individu.

In 1976 heeft Elias Canetti in een opstel de schrijver als beschermer en behoeder van menselijke metamorfosen/gedaanteverwisselingen betiteld. Hij bedoelde daarmee dat de schrijver het gevoel voor het anders-zijn van het verleden, van de traditie binnen een gemeenschap, levend moest houden. De taak van de schrijver om de traditie als een permanent proces van gedaanteverwisselingen in het bewustzijn van de tijdgenoten te brengen, is het ene gedeelte van zijn opdracht. De andere kant van zijn opdracht heeft betrekking op zijn verantwoording om altijd te waarschuwen voor het afglijden van de samenleving naar uniformiteit en het alleen nog maar gericht zijn op produktie. Advocaat van een voortdurende veelvormigheid, dat dient in de ogen van Canetti de schrijver te zijn. En dat was ook terecht de titel van een boek oek dat in 1985 over hem verscheen: 'Hüter der Verwandlung'. Canetti laat een rijk en voor ons allen belangrijk oeuvre na. Op zondag 25 september wordt in Zürich een herdenkingsdienst voor hem gehouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden