Lastpakken hebben groepsdruk en discipline nodig

Burgemeester Cohen wil Amsterdamse lastpakken zelf sneller uit huis kunnen plaatsen. Stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch pleit voor een internaat waar de probleemjongeren pas uit komen als ze hun diploma hebben gehaald. In Rotterdam dreigen gezinscoaches met korten op de uitkering. Gaat de harde aanpak werken?

De voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart Ahmed Marcouch (PvdA) is de overlast van met name Marokkaanse jongeren in zijn stadsdeel zat. Hij wil jongeren die dreigen te ontsporen in een internaat kunnen plaatsen om te voorkomen dat ze in de criminaliteit belanden. Hun ouders lijken dat laatste niet te kunnen voorkomen. Binnenkort bespreekt Marcouch zijn idee met de Amsterdamse instelling voor jeugdzorg en speciaal onderwijs Altra.

Ook burgemeester Cohen wil zelf bij probleemgezinnen ingrijpen en de lastpakken eerder uit huis plaatsen. Nu duurt het veel te lang voor er iets gebeurt, vindt hij.

Maar volgens hoogleraar Peter van der Laan, verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving, is een internaat voor lastige jongens die hun buurt terroriseren niet zonder meer een goede oplossing. Van der Laan doet onderzoek op het gebied van jeugdbescherming, jeugdcriminaliteit en het jeugdstrafrecht.

„Een internaat is niet de panacee voor alle kwalen”, zegt hij. „Je moet heel goed weten wat er aan de hand is met een jongere en het gezin. Ieder kind is verschillend. Aan de overlast van de jongere kunnen verschillende problemen ten grondslag liggen. Je kan niet alleen maar de jongere de schuld geven. Je moet ook kijken naar het gezin, de school, de vrienden. Ook daar moet je mee aan de slag.”

Een internaat voor jongeren met anti-sociaal gedrag doet al gauw denken aan strenge justitiële inrichtingen als Den Engh, waar de nadruk ligt op groepsdruk en discipline. „Het plaatsen van jongeren in een Den Engh-variant lijkt me zinloos”, zegt Van der Laan. „De effectiviteit ervan is in Nederland nooit aangetoond. Uit Amerikaanse onderzoeken blijkt dat de strenge militaire discipline in de boot camps geen enkel effect hebben gehad op hun hoge recidive.”

„Groepsdruk en discipline zijn niet slecht”, vindt antropoloog Hans Werdmölder die al ruim twintig jaar onderzoek doet onder Marokkaanse jongeren in Nederland. In zijn boek ’Marokkaanse lieverdjes’ stelde hij twee jaar geleden voor om Marokkaanse jongens die crimineel gedrag vertonen tijdelijk naar een dorp in Marokko te sturen zodat ze kennis kunnen maken met sociale controle. Hij is geen tegenstander van een internaat en vindt dat er iets moet gebeuren. „We kunnen ons niet permitteren nog langer te wachten op langdurig onderzoek of het wel of niet werkt”, benadrukt hij. „Maar als je zoiets doet, moeten alle hulpverleners en betrokkenen in dezelfde richting denken en elkaar niet voor de voeten lopen. Je komt er niet met alleen maatregelen voor gedragsverandering. Je moet ook in gezinnen komen en ze ondersteunen of, als ze overlast geven, onder druk zetten.” Marokkaanse probleemjongeren zijn gebaat bij een zeer gestructureerde aanpak met weinig vrijheid, weet Werdmölder. „Want die vrijheid kunnen ze vaak niet aan.”

Marcouch wil echter een internaat met ’allure’ waarbij de nadruk ligt op onderwijs en structuur, niet op groepsdruk en discipline. Hij pleit voor een ’onderwijsinternaat’, een soort kostschool waar jongeren binnen vier muren onderwijs krijgen, recreëren en wonen. „Het gaat om jongeren vanaf twaalf jaar waarbij het thuis en op school niet goed gaat, maar die wel potentie hebben”, legt Marcouch uit. „Mijn uitgangspunt is dat ieder kind het beste af is bij zijn ouders. Maar als dat niet kan moet je in het belang van het kind en de ouders zoeken naar iets anders.” Laatst werd hij gebeld door een alleenstaande moeder van een vijftienjarige zoon, vertelt Marcouch. „Ze worstelde met de opvoeding en zei geen controle meer te hebben op haar zoon. School en ouders konden hem onvoldoende bieden. We hebben het over een jongen die niet crimineel is en niemand schade heeft berokkend. Die moeder vroeg of er niet een soort internaat voor hem is.”

Residentiële instellingen en internaten zijn er genoeg, zegt Van der Laan. „Net als justitiële inrichtingen zijn er verblijven waar jongeren op basis van vrijwilligheid wonen of ambulante hulp krijgen.” Maar uithuisplaatsing gaat altijd via de jeugdzorg. Zo'n procedure duurt volgens Marcouch en burgemeester Cohen veel te lang. Marcouch: „Ik wil niet zitten wachten totdat ze ontsporen en het te laat is. Ik vind dat we ze perspectieven moeten bieden en ze op tijd uit hun negatieve omgeving moeten halen. Ook ouders moet je daarbij betrekken.”

„Snel ingrijpen op jonge leeftijd kan goed zijn”, zegt bijzonder hoogleraar Evert Scholte. Hij doet onderzoek naar de hulpverlening aan jongeren met ernstige gedragsproblemen en is verbonden aan de Universiteit Leiden. Volgens Scholte gebruiken internaten hulpverleningsmethodes die werken. Het probleem ligt echter ergens anders. „Je weet niet bij wie het werkt en bij wie niet. Jongeren die problemen hebben met hun geweten en gevoel, hebben een andere aanpak nodig dan jongeren die alleen structuur missen. Voor sommige jongeren werken programma’s die inspelen op het gezin, de school en hun vrienden veel effectiever dan uithuisplaatsing. Soms breng je jongeren juist schade toe door ze naar een internaat te sturen. Dus je kan niet zomaar zeggen: ’na twee overtredingen ga je naar het internaat.’ Je moet goed kijken naar wat het probleem is en welke behandeling daarbij past.”

Op dit punt hamert ook Peter van der Laan. „Bekijk steeds opnieuw de individuele situatie van het kind. Ik vind het niet juist om te zeggen: ’het gaat te langzaam, ze durven het probleem niet aan te pakken, dus doen wij het zelf’. Dat is iets te makkelijk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden