LASTIGE VRAGEN (Reinaldis van Ditzhuyzen)

Gesteld dat u in behoeftige omstandigheden verkeert en u hebt een rijke vriend die u wil helpen en deze vriend geeft u een aanzienlijke som gelds (zodat u bijvoorbeeld kunt gaan studeren) en af en toe ook kostuums van zichzelf die er nog knap uitzien: wat neemt u onbevangener aan?

Er moet een bom op mijn huis vallen, eer ik wat aanneem van anderen. Ik geef nooit meer uit dan ik heb en leef sober. Ik hou niet van drank, snoep niet en geef niet om lekker eten. Ook hoef ik niet in een mooie villa te wonen. Dat ik me met die etiquette heb beziggehouden, is omdat de uitgever het me gevraagd heeft.

Welke hoop hebt u opgegeven?

De hoop niet geëtiketteerd te worden. Toen ik een boek over de Oranjes had geschreven, dacht men dat ik zo'n Oranjeklant was, die zijn huis oranje inricht en overal koninklijke portretten heeft hangen. Nee, ik ben een historica. Ik ben geschiedkundig geïnteresseerd in de monarchie. De herziening van Amy Groskamp-ten Have's 'Hoe hoort het eigenlijk?' wilde ik alleen doen als ik het een historische opzet mocht geven. Ik wilde laten zien hoe de etiquetteregels ontstaan zijn. Nu word ik gezien als een pedante etiquettemevrouw. Zo werd ik voor het programma Het Lagerhuis gevraagd om de rol van keurige Haagse dame te vervullen. Maar dat ben ik helemaal niet.

Als u iemand in zwembroek tegenkomt en niets van zijn levensomstandigheden weet: waaraan herkent u na even met hem gepraat te hebben (niet over geld) ondanks alles de rijke?

Je hebt twee soorten rijken. De rijke patser herken je aan de enge strakke zwembroek onder een dikkige buik, kettingen, en het gebruinde vel. Hij praat over zijn verblijf in zijn tweede huis in Kenia en zijn vakantie naar Hawaï. De wat beschaafdere rijke heeft heeft een zwembroek met pijpjes. Hij heeft ook een huis in het buitenland, maar praat over het concert van de vorige avond in het Concertgebouw. Ze zijn allebei even inhoudsloos.

Houdt u er een hond op na als vriend?

Een leraar van mijn zoon vertelde eens, dat hij op het strand wandelde toen er een mevrouw met een grote hond aankwam. De hond sprong tegen hem op begon zijn gezicht te likken. ,,Hij doet niets hoor,' riep de vrouw. Woedend kroop de man op handen en knieën het strand over naar haar toe, sprong tegen haar op en begon haar gezicht te likken. ,,Ik doe niks hoor', zei hij.

Hebt u kinderen ooit geslagen? En zo niet: omdat u door een betere methode bereikte wat u wilde, of uit principe?

Natuurlijk heb ik mijn kinderen wel eens een pets gegeven. Soms zou je ze wel uit het raam willen smijten.

Wat denkt u dat men u kwalijk neemt, en wat neemt u uzelf kwalijk, en als het niet om het zelfde: waarvoor vraagt u eerder excuus?

Ileen Montijn, die zelf veel over de etiquette heeft gepubliceerd, schreef een zurig stukje in NRC Handelsblad. Er rijst volgens haar een walm van burgerlijkheid op uit mijn boek. Ze doet alsof ik vind dat je bij je huishoudelijke bezigheden pertinent oorbellen moet dragen. Etiquette is een delicaat onderwerp. Wie er over praat maakt zich erg kwetsbaar. Je kunt het zo makkelijk afkraken. Je hebt verkeersregels en je hebt etiquetteregels en die laatste heb ik opgeschreven. Ze zijn er om het publieke domein te behouden, niet om de tut uit te hangen. Zo moet je bijvoorbeeld niet zoenen op straat. Met dat gelebber sluit je je af van de publieke ruimte. Dan kun je dat beter thuis doen.

Zijn er plaatsen waar u door ontzetting wordt aangegrepen bij de gedachte dat dat uw geboortegrond zou zijn, bijvoorbeeld Harlem en houdt het u bezig wat dat zou inhouden, of dankt u God in dat geval?

Ik ben als reisleidster veel in het Oostblok geweest. Vanuit mijn studie geschiedenis kon ik veel vertellen over die landen. Steden als Praag, Sophia en Boedapest waren toen verschrikkelijk. Dat heeft me aangegrepen vanaf het moment dat ik in Praag was, in 1968. Het Roemenië van Chauchescu was één groot concentratiekamp met gehersenspoelde mensen. 'Dat kan toch niet waar zijn', dacht ik. Toen ik daar in Nederland kritisch over schreef, werd ik voor hysterische historica uitgemaakt.

Hebt u een tweede vaderland? en zo ja: Kunt u zich een derde en vierde vaderland voorstellen, of houdt u het dan weer op uw eerste?

Ik voel me nauw verbonden met het hele gebied dat vroeger tot het Habsburgse keizerrijk behoorde.

Kunt zich een vrouwenwereld voorstellen?

Ik zou gek worden. Ik hou ook niet van koffieochtenden waar vriendinnen zitten te leuteren. Dan zit ik liever achter de computer.

Welke problemen lost het goede huwelijk op?

Zijn er goede huwelijken? De echtparen die het tot het eind toe uithouden, gaan de annalen in als goede huwelijken, maar daar geloof ik niks van.

Had u uit uzelf het huwelijk uitgevonden?

Waarschijnlijk niet, zeker niet in deze tijd. Het huwelijk bestaat natuurlijk al lang, maar vroeger duurde het korter. We zijn nu veroordeeld erg lang met elkaar samen te leven. Vroeger gingen mannen dood op het slagveld of tijdens de pest en vrouwen stierven in het kraambed. Je trouwde vaak een paar keer: seriële monogamie. Als je niet voortijdig doodging, dan ging je zo rond je vijftigste in elk geval. Kijk zo'n huwelijk heeft grotere kans van slagen.

Verzamelt u ook kunst?

Ik verzamel behang. Hier hangt een goudleer behang uit 1710. Ik heb ook een echt behangselschilderij, schoorsteenstukken en wandtapijten. Maar een echte kunstverzamelaar ben ik niet.

Wat stoort u aan begrafenissen?

Hoogstens, dat ik liever gecremeerd word.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden