LASTIGE VRAGEN (Herman Kuiphof)

Wat bevalt u niet aan een nouveau riche:

Zou u positief staan tegenover het absolute geheugen?

Mijn geheugen is niet meer wat het was. Ik vind het vervelend wanneer me plotseling, midden in een verhaal, een cruciale naam ontschiet. Dat maakt op mij een achterlijke indruk. Toen ik verslaggever was had ik dat niet. Gelukkig speelt mijn werk als columnist zich thuis af, achter de schrijfmachine. Als ik het nu even niet weet zoek ik het gewoon op.

Hoopt u met betrekking tot de toestand in de wereld:

a op de redelijkheid?

b op een wonder?

c dat het blijft gaan zoals tot dusver?

Ik hoop toch een beetje op redelijkheid, maar achter de vercommercialisering van de sport, met name van het voetbal, zitten financiële krachten die zo sterk zijn geworden dat je ze niet eventjes omkeert. Een keer in de viertien dagen slenter ik naar de perstribune. Dat is nog de enige plek waar het is uit te houden in het stadion. Vroeger zat er bij het voetbal nog een beetje speelsheid in: we knokken tegen elkaar twee keer vijfenveertig minuten, maar daarna drinken we samen een pilsje. Dat onbezorgde is verdwenen. 'De belangen zijn zo groot!', roepen de betrokkenen. Maar op die manier worden ze alleen maar groter.

Als u de macht zou bezitten om datgene af te dwingen wat u op dit moment juist lijkt, zou u dat dan afdwingen tegen de wil van de meerderheid in? Ja of nee.

Die afschuwelijke skyboxen mag je van mij allemaal afbreken. Maak er doodgewone kuipstoeltjes van. Niet dat champagne-gedoe met zakenvriendjes die niets om voetbal geven en hun vrouwen die er nog minder om geven.

Toen Jimmy Connors in Amerika op zijn hoogtepunt was en hij voor het eerst in Nederland speelde in Ahoy, zaten een paar honderd mensen niet op hun plaats op de tribune, maar bleven in de Vip-ruimte. Met een biertje in de hand en af en toe een lome blik werpend op het score-bord of een televisietoestel dat daar stond. Dat was begin jaren tachtig, voor mijn gevoel was dat een omslag.

Als u in het buitenland vertoeft en landgenoten treft: krijgt u dan heimwee of dan juist niet?

Zo'n oranje gekleurd vak kan best mooi zijn als er een zonnetje op schijnt, maar ik wordt er niet door geroerd, noch heb ik er een hekel aan. Ik zat in het vliegtuig eens naast een vent met oranje klompen aan. Hij ging naar het WK in Frankrijk. Toen ik hem zag zitten dacht ik: 'God, weer zo'n domme enthousiasteling waar je geen zinnig woord uitkrijgt.' We hebben van begin tot eind heel leuk gepraat en niet alleen over voetbal.

Zijn er plaatsen waar u door ontzetting wordt aangegrepen bij de gedachte dat dat uw geboortegrond zou zijn, bijvoorbeeld Harlem en houdt het u bezig wat dat zou inhouden, of dankt u God in dat Geval?

Vlak na de oorlog speelde het Nederlands elftal in Huddersfield. Ik moest erheen voor de krant. Ik werkte in die tijd voor de Haagsche Courant. Toen we daar kwamen, tjonge jonge, het was november, het was grijs en het regende de hele dag. De straten zagen er zo naargeestig uit. De avond voor de wedstrijd gingen we naar een theater. De dames die in het ballet zaten bleken allemaal kerels te zijn. Dat deed de deur dicht. Huddersfield. Ga daar niet heen.

Hebt u er afdoende bewijzen voor dat vrouwen voor bepaalde soorten werk, die een man beneden zijn waardigheid acht, een bijzondere geschiktheid bezitten?

De sterkste vrouw ter wereld zal de speer nooit verder gooien dan de sterkste man. Daar komt geen verandering in. Ik betreur het ook niet dat voetbal een mannensport is. Ik zou het niet graag anders zien.

Welke hoop hebt u opgegeven?

Rond mijn achttiende hoopte ik een briljant zanger worden. In en voor de oorlog had je veel verenigingsavonden en dan zong je bij een orgel of een orkestje. Dan was ik altijd haantje de voorste. Ik was gek op Richard Tauber, een fantastische tenor. Hij kon elk woord in een simpel volksliedje of een aria een bijzondere betekenis geven. Na lang aarzelen koos ik voor de journalistiek. Mijn stem is nu grotendeels weg. Toen ik zeventig was kon ik nog heel aardig zingen. Maar tachtig, dat is toch weer tien jaar sigaartjes erbij.

Waaraan merkt u het eerst dat u binnen een bepaalde kring alle sympathie hebt verspeeld: sluit men zich af voor uw serieus bedoelde argumenten, uw kennis enzovoort, of komt eenvoudig het soort humor dat het uwe is, niet meer over, dat wil zeggen dat u humorloos wordt?

Ik heb me nooit erg onsympathiek gemaakt. Behalve in mijn jonge jaren. Ik was gek op debatteren, dat leerde ik van mijn vader. Maar ik wilde altijd winnen. Het heeft jaren geduurd eer ik door had dat het niet om het winnen ging. Daarmee heb ik toen veel mensen tegen me in het harnas gejaagd.

Waar bent u banger voor: voor de mening van een vriend of voor de mening van vijanden?

Die van een vijand.

Waarom?

Boven het bureau in mijn werkkamer hangt een bordje met de tekst: Succes covers a multitude of blunders. Vrienden willen je vaak sparen. Een vijand kan je weliswaar genadeloos onder vuur nemen, maar wijst ook op die blunders. Ik kreeg vroeger een hoop brieven. Sympathieke, maar ook heel onsympathieke. Het was misschien verstandig geweest om die onaardige te bewaren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden