LASTIGE VRAGEN (Hanna Zimmerman)

Wat vervult u van hoop:

In de geschiedenis der mensheid verandert er eigenlijk niet zo veel. Mensen hebben altijd mooie dingen gemaakt en ze hebben elkaar ook altijd de hersens in geslagen. Uit opgravingen van botten is weliswaar duidelijk geworden dat mensen vroeger aan de vreselijkste ziektes leden, waar nu wat aan te doen is. Maar zijn de mensen daarmee gelukkiger? Er zijn veel mensen die geen kanker hebben, maar wel leven met een constante en enorme vrees ervoor. Dat is toch iets van deze tijd.

Zou u positief staan tegenover een absoluut geheugen?

Alsjeblieft niet. Het is goed om te vergeten. Ik ben natuurlijk niet tegen het geheugen, ik graaf immers in het verleden. Maar alles onthouden, is zoiets als internet zonder zoeksysteem. Voor archeologie geldt overigens, dat een vondst een antwoord geeft op een vraag, maar daarmee nog veel meer vragen losmaakt waar we geen antwoorden op hebben.

Als u aan mensen denkt die overleden zijn: zou u willen dat de overledene tot u spreekt of zou u liever nog iets tegen de overledene willen zeggen?

Als ik die lapjes in mijn handen heb - en dat kan een snippertje zijn van vier of vijf centimeter - en ik zie dat daar iets opgenaaid is, er zitten wat steekjes op, dan wil ik onwillekeurig kennis maken met wie het genaaid heeft en met wie het gedragen heeft. Wat je in musea ziet zijn veelal overblijfselen van rijke mensen, een trouwjapon of iets dergelijks die werd bewaard. Maar wat er uit de grond komt, dat zijn sporen van de hele gewone mens. Dat is een stuk indrukwekkender. Net als de zestiende-eeuwse kous die we vonden bij de bouw van de parkeergarage aan het Zuiderdiep in Groningen.

Ziet u de natuur als een vriend?

Textiel vergaat heel gauw in de aarde. En in Groningen vinden we alleen wol en zijde. In de kleiige grond in Groningen vergaat linnen en katoen. De kous was van wol. De Spaanse mode, pofbroeken met van die lange slanke kousen, is in de loop van de zestiende eeuw hier ingeburgerd. Denk maar aan het Zwarte Pietenpak! Die kousen gingen tot halverwege de dij, waar die broek begon. Dat stuk boven de kuit is bewaard gebleven. Die kous moet ergens tussen 1570 en 1590 in de gracht geraakt zijn. Dat weten we door de kaarten die we hadden van het vlak in de grote bouwput. Daarop kon je een gracht zien liggen, die van het kasteel van de Spaanse landvoogd Alva moet zijn geweest. Dat kasteel heeft er maar even gestaan, want vlak na de bouw ging Alva weg en kwam er een milder landvoogd, die toegaf aan de eis van de bevolking het kasteel af te breken. 'Adel ende unedel' moest hierbij helpen. De gracht werd dichtgegooid met stadsvuil. Tussen dat vuil vonden we die kous.

Wat is naar uw gevoel uw eigendom:

a wat u hebt gekocht?

b wat u erft?

c wat u hebt gemaakt?

Wat ik heb gevonden is in elk geval niet van mij. Of het moet in mijn eigen tuin zijn. Die kous wordt in het depot van de stad Groningen zorgvuldig bewaard tussen zuurvrij karton.

Hebt u een hekel aan contant geld?

Nee. Ik zou het leuk vinden als ik eens wat oude munten vond. Waar ik zelf woon is een huisje waar vroeger landarbeiders gewoond hebben. Daar vind ik enkel knopen.

Hebt u al eens gedacht dat u ging sterven, en wat ging er toen door u heen:

a wat u achterlaat?

b de toestand in de wereld?

c een landschap?

d dat alles ijdelheid is geweest?

e wat zonder u nooit tot stand zal komen?

f de chaos in de bureaula?

Ik heb die gedachte nooit gehad. Maar bij archeologie word je wel geconfronteerd met de dood. Want de vondsten die worden gedaan bij oude geraamten geven vaak een blik op het leven van die tijd. Kijk naar het meisje van Yde dat eind 19e eeuw werd opgegraven uit het veen. Ze was 'zestien lentes pril' toen ze werd geofferd. Ze moet gewurgd zijn met een koord van sprang. Als je dat ziet dan lopen rillingen over je rug. Al is het 2000 jaar geleden, je weet dat ze is gewurgd met dat stukje sprang.

Waar kunt u eerder buiten

a uw geboortegrond?

b vaderland?

c vreemde?

Ik ben in 1975 als studentenpsycholoog in Groningen komen wonen, maar ik ben geboren op de Veluwe. Daar ontstond als klein kind mijn fascinatie voor de archeologie. Ik zat achterop de fiets bij mijn vader. Hij stapte even af bij een grafheuvel. Een man was bezig om de grond vochtig te maken. Zo kwamen afdrukken van twee geraamten in zicht. Dat heeft op mij een geweldige indruk gemaakt. Ik was vier of vijf jaar.

Pas toen ik op mijn zestigste ophield met mijn werk als psycholoog ben ik in 1993 bij de Stichting Monument en Materiaal als vrijwilliger in de archeologie gaan werken. Daar heb ik eerst vooral scherfjes gewassen en via het leer ben ik uiteindelijk bij de textiel uitgekomen.

Waarop stelt u uw dagelijkse handelingen, beslissingen, plannen, overwegingen enzovoort anders af dan op een precies omschreven of vaag omlijnde hoop?

Men denkt altijd dat je met je schep in de modder staat om sieraden en gouden munten te vinden. Dat gebeurt maar een doodenkele keer. Het microscopisch onderzoeken van de vondsten en het documenteren, dat is het werk waar je voornamelijk mee bezig bent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden