LASTIGE VRAGEN (Dirk Scheringa)

Hoe heet de politicus wiens dood door ziekte, een verkeersongeval enzovoort u van hoop zo kunnen vervullen?

Max Frisch

Wat een sadistische rubriek is dit. Nee. Maar als het CDA ooit weer in de regering komt en ik gevraagd zou worden voor minister van economische zaken wil ik dat overwegen.

Weet u in de regel waar u op hoopt?

Ik weet waarop ik hoop. Meestal komt dat uit. Dat is gelukt met mijn bedrijven, zoals de verzekeringsmaatschappij Frisia. In 1991 had ik de hoop eigenaar van een voetbalclub te worden. Ook dat is uitgekomen. Al tweeëndertig jaar lang voetbal ik zelf, en ik wilde al langer dat Alkmaar een goed voetbalteam zou hebben. Ik hou ervan om dingen op te bouwen. Het is mooi om iets te reorganiseren en te verbeteren. Ik ben een optimistisch mens. Ik zie geen problemen maar oplossingen.

Bent u ooit een dag lang of een uur werkelijk van alle hoop verstoken geweest, ook van de hoop dat er aan alles een einde komt, in elk geval voor u?

Niet echt. In 1986 reed ik voor het eerst de elfstedentocht. In het stuk tussen Bartlehiem en Dokkum was het pikkedonker en het ijs slecht. Toen zei een stem: je moet stoppen, niet verdergaan. Een andere stem riep: doorgaan. Doorzetten. Probeer hem uit te rijden. De hoop om door te gaan bleef overheersen. Het is gelukt maar ik was pas om kwart over twaalf binnen. Geen kruisje.

Hoeveel geld zou u willen bezitten?

Ik heb niet veel geld, dat is altijd een misverstand. De waarde zit in mijn bedrijf en ik verkoop mijn bedrijven niet. Dat betekent dat het geld nooit op mijn bankrekening zal staan. Maar ik vind wel dat ik voldoende moet bezitten om datgene te kunnen doen wat ik prettig vind: goed wonen, voldoende eten, een goeie racefiets en een paar degelijke schaatsen.

Gesteld dat u uit een eenvoudig milieu komt en u beschikt onverwacht over een groot inkomen, zodat geld voor u zogezegd geen rol meer speelt: voelt u zich als persoon onveranderd? En zo ja: vinden de vrienden die u tot op dat moment hebt gehad dat ook of vinden ze dat geld wel een rol speelt, doordat het u als persoon deformeert?

Ik kom uit een eenvoudig gezin. Mijn grootvader was landarbeider, mijn vader kaasmaker, mijn moeder huisvrouw. We hadden geen geld. Mijn vader heeft pas op zijn veertigste zijn rijbewijs gehaald en een tweedehandsauto gekocht. Op mijn vijftiende ben ik bij een grafisch bedrijf gaan werken. Toen ben ik naar een accountantkantoor gegaan en later naar de rijkspolitie. Daar vulde ik in de avonduren de belastingformulieren van collega's in. Dat ging zo goed dat ik voor mezelf ben begonnen. Toch ben ik niet veranderd, ook al beschik ik nu over meer geld. Mijn jeugdvrienden van toen, nu allebei predikant, zijn nog steeds mijn beste vrienden.

Hebt u al eens overwogen te gaan emigreren?

Vier jaar geleden heb ik dat overwogen omdat ik toen 81 procent belasting moest betalen.

Als iemand in de situatie verkeert dat hij u met geld kan helpen, of als u in de situatie verkeert dat u iemand met geld kan helpen: ziet u daarin een gevaar voor de vriendschap die er tot dan toe tussen u was?

Ja. Vroeger heb ik omwille van de vriendschap familieleden geweigerd geld te lenen. Zij werden kwaad. Had je dat weer. Het is ook nooit goed. Nu denk ik er genuanceerder over. Als familieleden wat nodig hebben, help ik ze onvoorwaardelijk eenmalig. Op die manier breng ik de gevoelens niet in gevaar.

Beklaagt u vrouwen?

Ik was twee weken geleden in Ethiopië en daar zag ik een vrouw van vijfentwintig met acht kinderen, die elke dag voor het eten moest zorgen en in een stronthut woont zonder riolering of waterleiding. Zulke vrouwen beklaag ik. Ik ben er als ondernemer naartoe gereisd om te kijken wat we kunnen doen aan ontwikkelingssamenwerking. Ik ga een BV oprichten die zich speciaal met ontwikkellingshulp bezighoudt. Dat wil ik ook doen voor de slachtoffers van Tsjernobil. Het doel is om mensen zodanig te helpen dat ze zichzelf kunnen gaan redden.

Verzamelt u ook kunst?

Ik heb een museum, het Frisia Museum, en ik verzamel magisch-realistische schilderijen. Pas de afgelopen tien jaar ben ik mij voor kunst gaan intereseren. Daarvoor heb ik altijd keihard gewerkt. Op een geven moment was ik op een veiling waar een schilderij van Carel Willink te koop hing. Daar werd ik door gegrepen. Het was mooi, perfect, deskundig maar had ook iets magisch. Met magisch bedoel ik dat het onwerkelijk is dat het zal gebeuren, maar dat het wel gebeurd zou kunnen zijn.

Wat heeft u ertoe gebracht de trouwbelofte te geven:

a de behoefte aan zekerheid?

b een kind?

c de maatschappelijke nadelen van de ongehuwde staat, hinderlijke praatjes, tactloosheden, ingewikkelde toestanden met instanties of buren, enzovoort?

d de traditie?

e het eenvoudiger worden van het huishouden?

f de wens om de familie niet voor het hoofd te stoten?

g de ervaring dat een niet-echtelijke verbintenis op dezelfde wijze leidt tot sleur, tot matheid, tot alledaagsheid, enzovoort?

h het voortuitzicht op de erfenis?

i de hoop op een wonder?

j de mening dat het louter een formaliteit betreft?

Traditie. Ik ben getrouwd in 1973. Ik kreeg verkering toen ik achttien was en trouwde met drieëntwintig. Zo ging dat. Wie verkering had, kreeg op zijn verjaardag geen cadeautjes maar een lakenset. Dat was traditie. Mijn grootvader en vader zijn gereformeerd opgevoed en grootgebracht, mijn twee vrienden ook, ik zat in een bepaald patroon. Nu zou ik voor het trouwen eerst een poos samenwonen om te kijken of het allemaal lekker loopt.

Wat kost op het ogenblik een pakje boter?

Ik koop Becel, voor een gulden zesenzestig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden