Lastige start zonder vast adres

Steeds meer jongeren in Nederland hebben geen vast adres. Vier jaar geleden waren het er zesduizend, nu negenduizend. Trouw sprak met zes zwerfjongeren uit Den Haag.

Shannon Adeamus (24) kwam anderhalf jaar geleden van Curaçao naar Nederland, om te studeren. Waar hij sindsdien allemaal heeft gewoond en hoe lang, weet de jongen niet precies meer. Hij woonde een tijdje bij zijn zus, maar daar moest hij voortdurend op de kinderen passen en schoonmaken. Hij overnachtte een poosje bij leden van de kerk. Maar toen hij niet meer bij de kerk, familie of vrienden terecht kon, dreigde hij op straat te moeten slapen.

Op dat moment klopte hij aan bij het Jeugd Interventie Team (JIT) in Den Haag. Dat regelde een kamer in De Mixx Inn, een complex waar jongeren onder begeleiding wonen. Hij leert er de eenvoudigste dingen: koken, boodschappen doen, tijdig naar zijn werk gaan. Het is hem allemaal nooit bijgebracht.

"Ik kan hier alles vragen", vertelt Shannon in het kantoor van de begeleiders. "Hoe ik mijn baas moet bellen om me ziek te melden. Of hoe de wasmachine werkt en wat voor wasmiddel je moet kopen."

Michel Rekveld, Shannons begeleider bij het JIT, legt uit dat de jongen met veel eenvoudige dingen moeite heeft. "Bijvoorbeeld hoe laat je van huis weg moet als je een afspraak hebt. Of hoe je boodschappen doet, of rijst kookt." De begeleider ontdekte bovendien dat Shannon een probleem heeft met zijn ogen. "Ik wist al dat hij moeite heeft met het begrijpen van zijn post, maar hij hield het papier wel erg dichtbij om te kunnen lezen. En hij had vaak hoofdpijn. We zijn toen samen naar de huisarts gegaan en die verwees hem direct door naar het ziekenhuis: Shannon bleek amper wat te zien. Het was nooit iemand opgevallen."

Sinds een week heeft Shannon lenzen. Zijn zicht is beter, hij kan weer aan het werk. Via een reïntegratiebureau is hij bij een werkplaats terecht gekomen waar hij onderdelen uit computers haalt en in bakjes sorteert.

Shannon hoopt ooit weer te kunnen studeren. Maar daarvoor moet hij eerst zijn schulden aflossen. Die heeft hij te danken aan achterstallige telefoon- en energierekeningen. Als de schulden zijn weggewerkt, kan hij zich pas inschrijven voor een studie: met schulden kun je geen studiefinanciering aanvragen.

Het is het probleem van veel zwerfjongeren: ze mogen dan 18-plus zijn, toch zijn ze vaak tot de eenvoudigste, alledaagse dingen nog niet in staat. Vaak hebben ze onvoldoende vaardigheden meegekregen in de opvoeding, vertelt Elly Aben, teamleider bij het JIT. "Hun problemen zijn daarom niet meteen opgelost als ze woonruimte hebben. Want als je niet weet hoe je huur moet betalen, sta je binnen de kortste keren weer op straat."

Onder zwerfjongeren worden niet alleen dakloze jongeren verstaan, maar ook jongeren die geen vast adres hebben en van het ene adres naar het andere zwerven. Het gaat om een groep van 18 tot 23 jaar oud. Jongeren die bij het JIT aankloppen, krijgen een begeleider toegewezen, die hen helpt de ellende op te lossen. "Als ze bij ons komen, zijn ze vaak zeer beschadigd. Ze hebben schulden, hebben geen vast adres en blowen de zorgen van zich af."

De laatste twee jaar ziet Aben steeds meer 'Shannons' binnenkomen. "Veel jongeren komen naar Nederland met de verwachting dat zij hier een beter toekomstperspectief hebben door te gaan studeren. Soms lukt dat niet. 'Ik heb het mijn ouders beloofd', krijgen we dan te horen."

Kevin Vingerhoets (24) had 25.000 euro schuld toen hij bij het JIT aanklopte. Hij sliep bij vrienden en had geen baan. "Ik heb een moeilijke jeugd gehad", vertelt de 24-jarige in de gezamenlijke keuken van DuWo Foyer, het wooncomplex waar hij nu verblijft. "Op mijn dertiende moest ik naar een internaat. Op mijn achttiende ging ik op mezelf wonen, maar dat mislukte." Het plan was om met drie vrienden een appartement te delen dat duizend euro per maand kostte. Maar de vrienden kwamen niet en Kevin moest alleen de woonkosten zien op te hoesten. "Met mijn baantje in een schoenenwinkel kon ik de elektriciteitsrekening niet betalen. En de huur al helemaal niet."

Hij werd het appartement uitgezet, en kreeg er nog meer problemen bij toen hij zijn baan verloor omdat de baas van zijn geldproblemen had gehoord. Bovendien zat de huisbaas van een vorige woning nog achter hem aan, vanwege onbetaalde rekeningen. Het zal Kevin nog drie jaar kosten om zijn schulden af te lossen. Daarna hoopt hij een plekje voor zichzelf te krijgen.

Net als Kevin en Shannon hebben veel zwerfjongeren schulden. Een telefoonabonnement dat nooit is betaald, aankopen via internet waarvan het bonnetje is kwijtgeraakt en de zorgverzekering waarvan ze niet weten dat ze die hebben. "Vanaf je achttiende ben je niet meer bij je ouders verzekerd, dus moet je er zelf een aanvragen en betalen", legt Aben uit. "Doe je dat niet, dan bouw je automatisch een schuld op. Veel jongeren hebben dat helemaal niet door. De schuld kunnen ze niet terugbetalen, want ze hebben vaak geen werk, en het belemmert ze om verder te gaan. Met schulden kun je bijvoorbeeld niet studeren."

In hun zoektocht naar een oplossing, vertelt Aben, krijgen de jongeren vaak het gevoel dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd en dat niemand ze wil helpen. "Voor elk probleem moet je bij een andere instantie zijn, dat is moeilijk te begrijpen. Soms maak je de verkeerde keuze. Vechten in plaats van praten, en schoolverzuim om kwetsbaarheid te verbloemen. Toch is hun intentie vaak goed als ze om hulp vragen."

Zie Tommy (18). Hij zwerft al twee jaar rond op straat. Over hoe dat zo is gekomen, of wat voor jeugd hij heeft gehad, wil de jongen absoluut niets vertellen. Met zijn familie wil hij in ieder geval nooit meer te maken krijgen. Voordat hij bij de crisisopvang van het Leger des Heils in Den Haag terecht kwam, sliep hij overal en nergens. Meestal overdag, als hij een beschut plekje kon vinden in een tram of trein. 's Nachts slenterde hij door de stad. Soms at hij bij een vriend, en als het niet anders kon, stal hij wat.

Zijn enige toekomstdroom, vertelt Tommy, is "uit deze shit komen". Eerder op de dag heeft hij in het opvangtehuis een bed uitgezocht voor de nacht. In de kantine zitten een paar volwassenen. Eén staart glazig voor zich uit, een ander lijkt met zijn hoofd op tafel in slaap te zijn gevallen. De rest kletst en rookt wat. Het ruikt er naar tabak en zweet.

Maar het is tenminste een slaapplek, en je krijgt er eten, vertelt Tommy in de speciale jongerenruimte, waar een televisie en twee banken staan. "Je mag hier officieel maar zes weken blijven. Maar ik kan nog niet weg, want ik moet eerst wat geld hebben en dat kan alleen via een daklozenuitkering." Om daar aanspraak op te maken moet hij aan een hele trits voorwaarden voldoen. Het checken bij instanties of hij inderdaad aanspraak maakt op een uitkering, duurt weken. Al die tijd slentert hij langer op straat.

Jason (20) slaapt ook in de crisisopvang. Hij is blij dat hij een bed heeft, vertelt hij in de jongerenruimte van de nachtopvang. Maar hij mist iets om overdag te doen. "Als ik een afspraak heb met een begeleider, ben ik daar binnen twee uurtjes weer weg. Wat moet ik daarna?" De jongens kunnen vanaf half vijf in de nachtopvang terecht. Om half acht in de ochtend moeten ze weer vertrekken. Jason hoopt dat het hem lukt om een postadres aan te vragen zodat hij een daklozenuitkering kan krijgen. Daarna wil hij op zichzelf gaan wonen en gaan werken, zodat hij zijn schulden kan aflossen. Uiteindelijk wil hij weer gaan studeren. "Ik heb een vriendin, en ik wil haar laten zien dat ik wat kan. Dat ik een toekomst heb."

Whitley Zaalman begint nu aan haar toekomst. Ze is pas twintig, nu al moeder en gaat voor het eerst in vijf jaar weer naar school. Haar moeder werd zwanger toen ze zestien was en heeft haar een half jaar na de geboorte achtergelaten. In de gezamenlijke ruimte van Jong Escamp, een appartementencomplex voor jonge moeders, waar ze nu woont, vertelt ze haar verhaal. "Ik heb een pleegmoeder gehad, maar ook bij haar ging het niet goed. We hadden alleen maar ruzie", legt Whitley uit. Ze ging spijbelen en moest op haar vijftiende naar een internaat.

Daar ging het ook niet goed. "Ik had foute vrienden en deed ongeveer alles wat God verboden heeft. Ik was vreselijk verliefd op een jongen. Ik had alles voor hem over. Later hoorde ik dat hij een loverboy was."

Uiteindelijk belandde ze in een gesloten inrichting, waar ze op haar achttiende weer weg mocht. Maar eenmaal thuis bij haar pleegmoeder ging het weer mis. "Ik raakte zwanger. Ze ontplofte en schopte me meteen het huis uit." Ze verbleef daarna bij de familie van haar toenmalige vriend, maar dat was ook niet ideaal. "Het ging niet goed tussen hem en mij, maar ik kon natuurlijk niet weg omdat ik met mijn zoontje zat. Via het JIT heb ik nu eindelijk een plekje voor mezelf en mijn kind, met mijn eigen spulletjes."

Als de wijkagent de kamer binnenstapt om een praatje te maken, kijkt de 20-jarige argwanend haar kant op. Daarna knoopt ze toch een vriendelijk praatje met haar aan. Whitley is van plan het anders aan te pakken dan haar eigen moeder, vertelt ze. De tatoeage in haar hals herinnert haar daaraan. 'Mijn zoon is de reden dat ik leef', staat er in het Spaans. "Ik sta nu goed in het leven en kan beter nee zeggen. Eind augustus ga ik zelfs weer naar school. Heel gek, want ik ben vijf jaar niet in een klaslokaal geweest."

Tegenover Whitley zit Newisha Leeuwis (20). Haar tweejarige dochtertje Richana zit op schoot en stopt speeltjes in haar mond. Newisha werd zwanger terwijl ze de pil slikte en kwam er pas na drie maanden achter. Ze woonde bij haar opa en oma. "Ik durfde het niet te vertellen. Ze ontdekten het toen ze een brief zagen van de gynaecoloog. Ze eisten een abortus, maar ik wilde het houden. Toen werd ik het huis uitgezet."

Naar haar ouders kon ze niet, want die wonen in Suriname. Bij haar vriend logeren kon ook niet, want zijn moeder wilde dat niet. "Vanaf dat moment had ik geen vaste woonruimte en heb ik op veel verschillende plekken gezeten, zelfs toen ik hoogzwanger was. Ik ben toen ook met school gestopt. Rond en na de geboorte zat ik op een kamertje bij een man, maar het was er erg vies. Er slingerden allemaal spullen rond en overal lagen sigarettenpeuken. Ik had maar één kamer en daar stond ook de wieg in. Het was geen veilige omgeving voor een baby, dus ik moest echt weg. Gelukkig kon ik toen hier wonen."

Nu heeft Newisha een appartement met een eigen slaapkamer, en een kamertje voor Richana. Hulpverleners zijn altijd in de buurt om haar tips te geven. "Ik geniet nog elke dag van de dingen die ik heb. Lekker in een badjas door mijn huis lopen, bijvoorbeeld. Koken wanneer ik wil, douchen wanneer ik wil. Die kleine dingen die voor anderen heel normaal zijn ga je ontzettend missen als je geen eigen plek hebt." Omdat ze nooit heeft geleerd hoe ze haar financiën moet regelen, heeft ze schulden. Als ze die heeft afgelost wil ze weer naar school. "Ik heb nu in ieder geval weer een basis. Terwijl mijn familie me in de steek heeft gelaten toen ik zwanger was, hielpen vreemden mij wel. Als je denkt dat niemand achter je staat zijn er altijd mensen die toch deuren kunnen openen."

De namen van Tommy en Jason zijn gefingeerd om privacyredenen

Het werkelijke aantal ligt mogelijk veel hoger
Er zijn steeds meer jongeren in Nederland die geen vast adres hebben. In 2007 waren het er zesduizend. Uit onderzoek van bureau HHM in opdracht van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport, blijkt dat het er inmiddels negenduizend zijn. Een groot gedeelte van die informatie komt via instellingen. De zwerfjongeren die nog niet in contact zijn gekomen met hulpverleners staan daar niet geregistreerd. Professionals in de hulpverlening schatten daarom dat het werkelijke aantal zelfs rond de 18.000 zou kunnen liggen.

Zwerfjongeren zijn 'feitelijk of residentieel daklozen onder de 23 jaar met meervoudige problemen'. Driekwart heeft een schuld van 3500 tot 7000 euro.

Veertig procent is vrouw, zestig man. Volgens het onderzoek zitten er in Den Haag zo'n 750. Na den Haag volgen Amsterdam (336) en Almere (321). Omdat Rotterdam in dit onderzoek geen gegevens heeft aangeleverd, is niet precies duidelijk hoeveel zwerfjongeren er daar zitten. Uit eerdere tellingen zouden dat er zo'n 300 tot 700 zijn.

Stichting Zwerfjongeren Nederland (SZN), een stichting die zich inzet voor dak- en thuisloze jongeren, vindt dat gemeenten hun beleid moeten aanpassen zodat jongeren beter geholpen worden. Nu moeten ze vaak voor elk probleem naar een ander loket, en werken deze loketten elkaar soms zelfs tegen. SZN wil dat alle gemeenten één centraal jongerenloket krijgen waar de jongere met al zijn problemen terecht kan.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden