Last van zwemangst? Schrijver Pieter Hoexum legt uit wat zwemmen zo fijn maakt

Openluchtzwembad in Papendrecht. Beeld ANP

Schrijver Pieter Hoexum nam zich voor in dit nieuwe jaar vaker te gaan zwemmen. Omdat je je in het water zo heerlijk zorgeloos kunt voelen. En om van zijn zwemangst af te komen.

Terwijl het nog aardedonker was, ging ik op de eerste dinsdagochtend van januari, voor het eerst in jaren, naar het zwembad. Op de fiets zat ik nog te mokken en te somberen, maar zodra ik in het water gleed, losten daarin alle muizenissen op als een suikerklontje in de thee en na een halfuurtje zwemmen stapte ik er helemaal verkwikt uit. Innig tevreden.

Er lag wel een nogal grote drempel voor het zwembad, waar ik maar met moeite overheen kon komen: de even vage als doordringende chloorlucht die altijd in een zwembad hangt. Die geur bezorgt me nog steeds buikpijn. Zoals Marcel Proust al uitgebreid beschreef, lijkt een geur niet zozeer een herinnering op te roepen, als wel een directe sensatie. Zodra ik chloor ruik, lig ik samen met een dozijn verkleumde kinderen in een angstaanjagend diep zwembad.

Op de kant staat een grote man in een wit overhemd met korte mouwen en een korte witte broek; hij houdt een koperkleurige toeter voor zijn mond waardoor hij ons iets toeschreeuwt wat we onmogelijk kunnen verstaan in het rumoerige zwembad. Ik kan me ook niet concentreren op wat hij roept, ik ben al blij dat ik niet verdrink. De badmeester blijkt het wel degelijk tegen mij te hebben: ik moet dichter bij de kant komen. Ik probeer dat - tot ik zie dat hij de zwemhaak oppakt.

Misschien was zwemmen toch niet zo’n goed idee. Of juist wel? Ik moest maar eens af van de tamelijk kinderachtige angst voor het zwembad, en die buikpijn. Bovendien schoot mij, naast die badmeester, iemand anders te binnen.

Bekende Zanger

In de boekwinkel waar ik tot 2002 werkte, kwam elke week op een vaste dag, ik weet niet meer welke, een Bekende Zanger boeken kopen. Hij was op die dag meestal een van de eerste klanten, en kwam altijd met natte haren en over zijn schouder zo’n ouderwetse zwemtas, een soort mini-plunjezak met Schotse ruit en een koord waarmee je hem zowel dichtsnoert als over de schouder draagt. Hoewel de Zanger toen al vijftig moet zijn geweest en niet meer het meisjesidool dat hij was, was hij nog steeds zo cool dat vrijwel al mijn vrouwelijke collega’s met meer dan gewone belangstelling naar hem keken als hij binnenkwam.

Zijn muziek of verschijning zeiden mij nooit zoveel, maar vanwege zijn wekelijkse uurtje in het zwembad keek ook ik elke keer weer vol bewondering naar hem. Als hij van de fiets stapte, net uit het zwembad, en de winkel binnenliep, was hij zo... zo op zijn gemak en in zijn sas. Tevreden met zichzelf, zonder dat hij verwaand was, integendeel. Hij was de bescheidenheid zelve.

Hij had ook in een hippe sportschool met een personal coach kunnen trainen - dat hij genoegen nam met zo’n eenvoudig pleziertje als een wekelijks bezoek aan het zwembad, nam me voor hem in. Inmiddels ben ik zelf vijftig, en ik kan bepaald niet zeggen dat ik bereikt heb wat die Bekende Zanger destijds bereikt had. Daar ben ik wel eens ontevreden over, maar als ik innig tevreden uit het zwembad stap, weet ik weer dat dat onzin is, en dat ook ik het hoogst bereikbare bereikt heb.

Ongrijpbaar en veranderlijk

Toen ging het zwembad wegens een verbouwing een maand dicht. Dat bleek echter een geluk bij een ongeluk. Ik ontdekte in de buurt een openluchtzwembad. Aan de chloorlucht in het binnenbad was ik zo gewend dat ik die niet eens meer rook, maar het zwemmen in de open lucht had meer te bieden dan zuurstof. Het zwembad ligt aan de rand van een dorp, afgescheiden door weilanden met paarden door een rij populieren die je kunt horen ruisen. Als ik op mijn rug zwem, zie ik de wolken loom voorbijdrijven en als het een beetje mooi weer is scheren de zwaluwen over het bad.

In ‘Turning: A Swimming Memoir’ beschrijft Jessica J. Lee hoe zij gedurende een jaar in zoveel mogelijk verschillende meren rond Berlijn zwemt. Dat is een mooie manier om haar (en haar geschiedenis) beter te leren kennen én om met haar omgeving, in dit geval Berlijn, op een unieke manier opnieuw kennis te maken. Ze beschrijft wat een raar goedje water is, hoe ongrijpbaar en veranderlijk. Juist een zwemmer merkt die veranderingen op, leert de omslagpunten (turning points) kennen. Zodoende krijgt ze ook steeds meer oog voor de ommekeer (Wende) die Berlijn en omgeving heeft doorgemaakt - en tegelijk voor de veranderingen in haarzelf. Ze leert de veranderingen niet meer te vrezen, en voelt zich als een vis in het water: ze raakt er thuis. En dat is een verandering waar zij, geboren in Canada en van gemengde (Britse en Chinese) afkomst ook mee moet leren omgaan.

De filosoof Thales van Milete merkte het 2500 jaar geleden al op: alles stroomt. Maar zelfs stilstaand water in een meer is zo wisselvallig als het weer: het kan inktzwart zijn, en met ander licht helderblauw, het kan spiegelglad zijn, rimpelig en plooibaar... Als het koud is, voelt het water snijdend scherp, als het warm is voelt het bijna kleverig en stroperig. En daartussen, zo tussen 25 en 28 graden, is het water als koele zijde waar je doorheen en overheen glijdt.

Zwemmen is een oppervlakkige bezigheid, het gaat er immers om boven, aan de oppervlakte, te blijven. Maar zwemmen is typisch zo’n activiteit waarvoor geldt dat de diepte schuilt aan de oppervlakte: tijdens het zwemmen blijf je je altijd bewust van de diepte beneden je, je blijft die voelen trekken. Als het goed gaat, is daar niets problematisch aan, dan is zwemmen spelen met de diepte. Als ik een ding heb geleerd bij zwemles, dan is het wel dat intrekken-wijd-sluit niet genoeg is, je moet vervolgens even ‘uitdrijven’, anders wordt het meer spartelen dan zwemmen. Door dat uitdrijven wordt het zwemmen een soort vliegen.

Zwemmen met dolfijnen schijnt op geen bucketlist te ontbreken. Maar volgens mij kun je net zo goed zwemmen met zwaluwen. Nog beter zou het zijn niet aan een bucketlist te doen, het is toch zonde iets leuks, nadat je het eenmaal gedaan hebt, af te strepen - ik verheug me er al op de komende zomer weer te zwemmen met zwaluwen.

Lees ook:

Henk Sloos brengt de mooiste baden in beeld, uit liefde voor het zwemmen

Henk Sloos fotografeerde de mooiste en meest bijzondere zwemplekken in Europa. ‘Zwemmen is de meest democratische sport, want je hebt er niets voor nodig.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden