Lappendeken van beroepen in de geestelijke zorg

UTRECHT - In de geestelijke gezondheidszorg zijn te veel verschillende beroepsgroepen. Dit maakt de zorg ondoelmatig en ondoorzichtig. Cliënten weten niet bij wie voor welk probleem moeten ze zijn en worden niet altijd naar de juiste hulpverlener doorverwezen.

Dit blijkt uit het rapport 'Beroepen in beweging' dat gisteren is aangeboden aan minister Borst (volksgezondheid). Het rapport is gemaakt door het Trimbos instituut, in opdracht van instellingen, beroepsverenigingen, overheid en patiënten.

De onderzoekers trekken harde conclusies over de ingewikkelde structuur van de geestelijke gezondheidszorg (ggz). In de loop der jaren kwam het ene na het andere beroep erbij, zonder dat nou altijd duidelijk was welke waardevolle aanvulling dit beroep aan de bestaande zorg zou kunnen geven. “Eerder is er sprake van een groeiende overlap en voortdurende competentiekwesties rond de vraag welke beroepsgroep verantwoordelijk is voor welk deel van de zorg”, schrijven de onderzoekers. Het feit dat belangrijke wetten in de zorg veranderden en steeds meer instellingen gingen samenwerken, maakt de situatie bovendien eerder onduidelijker dan duidelijker, vermeldt het rapport.

De onderzoekers, G. Hutschemaekers en H. Neijmeijer, gooien de knuppel in het hoenderhok door de vraag op te werpen of er 'voor een aparte beroepsgroep van psychotherapeut' nog wel plaats is. Borst zei nog net niet dat dit beroep inderdaad wel kan verdwijnen, maar wees er wél op dat de werkzaamheden van de psychotherapeuten nauwelijks zijn te onderscheiden van die van de klinisch psychologen. De positie van de psychotherapeut moet volgens Borst 'opnieuw worden bezien', waarbij zij direct aantekende dat de psychotherapie als behandelwijze behouden moet blijven. Zowel in de opleiding van zowel de psychiater als de psycholoog dient deze behandelwijze uitdrukkelijk een plaats te krijgen.

De onderzoekers noemen de psychotherapeut een 'typisch Nederlands' beroep; nergens ter wereld voert een beroepsgroep deze titel. Totaal telt de Nederlandse gezondheidszorg 30 tot 50 beroepen, afhankelijk van welke definities je gebruikt. Elk van deze beroepsgroepen heeft volgens de onderzoekers de neiging de eigen deskundigheid 'breed te definiëren' en die van concurrerende beroepsgroepen juist smal. Locale tradities, arbeidsmarkt en de cultuur binnen een instelling kunnen uiteindelijk bepalen bij wie een patiënt terecht komt. Bewoners van de Randstad lopen bijvoorbeeld een veel grotere kans bij een psychiater of psychotherapeut terecht te komen dan die van Friesland of Zeeland, waar de geestelijke zorg veel meer in handen is van algemeen artsen en psychologen.

De opstellers van het rapport pleiten ervoor om het grote aantal beroepsgroepen terug te brengen tot vier of vijf. Borst onderschrijft het rapport in grote lijnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden