Langzaam kiezen steeds meer meisjes voor de blubber

De meiden van R&TC Buitenlust op de trappen van het parcours. Beeld Koen Verheijden

De Nederlandse vrouwen zijn de grote favorieten voor de wereldtitel veldrijden. Hoe populair is de sport bij meisjes?

De wielen zorgen voor kringelstrepen over het besneeuwde middenterrein. Acht meiden, tussen de acht en vijftien jaar, hebben lak aan het asfalt van de officiële wielerbaan. Deze donderdagavond, met een temperatuur iets onder het vriespunt, crossen ze direct rechtdoor over het gras, naar de plek waar ze het warm kunnen krijgen: de heuvel aan de andere kant van de baan.

Hier, bij wielervereniging R&TC Buitenlust in Helmond, trainen zij in het gelige licht voor de laatste keer dit seizoen op hun veldritfiets. Eigenlijk is het veldseizoen vorige week afgelopen, maar voor de foto komen ze graag nog een rondje rijden. Dat het terrein besneeuwd is en er op het asfalt een laagje ijs ligt, maakt ze niet uit. Het heet toch niet voor niets veldrijden?

De meiden zijn met zijn twaalven binnen een club van honderd leden. Ze zijn een nieuwe generatie, van wie Nina (8) de jongste is. Zij hoeft de moeilijkste oefeningen niet te doen. Dat komt nog wel.

Gouden jaren

Een andere generatie start zaterdag op het wereldkampioenschap veldrijden in Denemarken. De Nederlandse elitedames zijn favoriet. Onder hen Marianne Vos, die opgaat voor haar achtste wereldtitel. Zij gaf het zelf al aan, voorafgaand aan dit wereldkampioenschap. Zij voelt zich misschien wel even goed in vorm als tijdens haar ‘gouden’ jaren in het veldrijden tussen 2008 en 2014, maar winnen is niet meer zo eenvoudig voor Vos: de rest is beter geworden.

De rest, dat is inmiddels vooral de concurrentie uit Nederland. Het laatste Europees kampioenschap, begin november in Rosmalen, was er wederom een voorbeeld van. Niet alleen was er een clean sweep bij de elitevrouwen, ook bij de beloften blonk het hele ­podium uit in oranje.

Zijn de meiden in Helmond de nieuwste Mariannes, Annemaries en Lucinda’s? Wellicht, al is daar nog niemand mee bezig, vertellen ze in een kringetje in het clubhuis. Wielrennen is vooralsnog gewoon leuk. Veldrijden is ook niet dé sport: veelal wordt het veld in de zomer afgewisseld met de weg, en omgekeerd. Ook is het geen mountainbiken, dat eveneens vooral een zomersport is.

Bultjes en balken

Veldrijden is veel minder groot dan het wielrennen op de weg. Klein voorbeeld: in 2017 werden in Nederland evenveel mountainbike- als veldritten gehouden (53), tegen zo’n 1900 evenementen op de weg. Toch heeft R&TC Buitenlust een terrein dat zich uitstekend leent voor een goede veldtraining.

Fons van Katwijk (39) is inmiddels ruim een jaar voorzitter en met een koffie in de hand vertelt hij welke faciliteiten er zijn. Op het middenterrein meerdere kleine bultjes en balken, goed voor het trainen van sturen en snel op- en afstappen. Aan de zijkant loopt het terrein van zo’n twee hectare groot over in bos en is een wat hogere heuvel te vinden. Daar is een steile trap op gebouwd, ook een regelmatig terugkerend element in het veldrijden.

Damy van den Bogaard (9) heeft even moeite met die opgang. “O jee, neee”, roept ze. Haar fiets heeft ze mooi over haar schouder gegooid, maar haar voorwiel raakt een trede die iets hoger ligt. Daardoor komt ze vast te staan, want ze heeft net iets te weinig kracht om zich los te wringen. De fotograaf biedt hulp.

Kleine stapjes

Van den Bogaard rijdt in het rood-wit-blauw. Zij werd vorige week Nederlands kampioen in haar leeftijdscategorie. De dag erna liep ze in haar kampioenstrui door haar school. Erin slapen durfde ze niet, vanwege de rits zo vlak bij haar nek. Ze is een talent. Haar moeder Priscilla vertelt in het clubhuis dat ze zelfs zo vaak op de crossfiets rijdt, dat ze niet wist hoe ze vorig jaar op haar eerste gewone fiets moest zitten. “Dat was echt kei-genant. Zat ze daar in racehouding. Ze wist niet eens hoe ze moest remmen, haha.”

Afgelopen weekend won Van den Bogaard van dertien leeftijdsgenootjes. Het jaar daarvoor reed ze nog in een peloton van twaalf, in 2016 moest ze tegen negen anderen. Het is een sprekend voorbeeld. Het zijn kleine stapjes, maar elk jaar doen steeds net iets meer meisjes mee.

Dat op jongere leeftijd meisjes meer de veldritfiets weten te vinden, viel voorzitter Van Katwijk vooral bij het NK op vorige week op. Hij was een van de organisatoren van het toernooi, dat op een andere plek in Helmond werd gehouden en waar zo’n tweeduizend mensen op af kwamen.

Geen onderscheid

Bij het wielrennen op de weg zijn al kwalificatie-eisen, zelfs voor kinderen, bij het veldrijden mag nog iedereen meedoen. Voor het eerst moest afgelopen weekend ook categorie twee, de een-na-jongsten die mogen rijden, worden opgesplitst in een jongens- en meisjestoernooi. Anders was het te druk geworden op het parcours, zegt Van Katwijk. “In eigenlijk elke categorie waren er meer inschrijvingen. Waar ik in de jaren hiervoor vaak driehonderd kinderen aan de start zag, waren dat er dit jaar vierhonderd.”

Van Katwijk schrijft de toegenomen aandacht deels toe aan de populariteit van een Mathieu van der Poel en het feit dat het veldrijden steeds vaker op televisie komt. Uit de cijfers blijkt de toegenomen interesse niet direct. Uit de jaarverslagen van de wielerunie KNWU blijkt dat het aantal meiden dat aan wielrennen doet niet (fors) stijgt.

Dat van 2018 is er nog niet, maar de vijf jaarverslagen tot 2017 laten een relatief constante lijn zien van het aantal licentiehouders in de categorieën jeugd, nieuwelingen en junior. Daar wordt geen onderscheid ­gemaakt tussen wegwielrennen en veldrijden. Bij de nieuwelingen schommelt het aantal meisjes tussen de 180 en 190, bij de junioren rijden al drie jaar iets meer dan 140 meiden. Van Katwijk: “Maar ik denk dat van de licentiehouders wel meer meiden nu gaan veldrijden.”

Succes

Aan de andere kant is de KNWU ook blij met elke extra deelnemer, vertelt Ad van Grootel, coördinator binnen de unie, telefonisch vanuit Denemarken. “Langzaam groeit de piramide. Twintig jaar geleden was er bijna niemand, alleen Daphny van den Brand bij de vrouwen. Nu hebben we al bij de jongste jeugd achttien jongens en tien meiden. Dan kan je zeggen, 28 kinderen slechts, maar we hebben het jaren gedaan met zeven jongens. Ik ben blij met die verbetering.”

Het succes van een veldrijdster is overigens niet per se afhankelijk van een jarenlange carrière in de blubber. Annemarie Worst en Denise Betsema, twee andere kanshebbers zaterdag in Denemarken, kennen een verleden op de mountainbike. KNWU-bondscoach Gerben de Knegt moest op die eerste echt goed inpraten voordat ze voor de cross koos. Betsema kreeg op jonge leeftijd twee kinderen, waardoor haar carrière wat verlaat begon. Ook zij is pas twee jaar serieus met veldrijden bezig.

Sponsor

Nog eentje dan, Lucinda Brand. De 29-jarige renster begon in het begin van haar carrière met veldrijden, maar stopte daarmee toen ze een professioneel contract tekende bij een wegploeg. Pas de laatste twee jaar is ze weer bezig met het veldseizoen. Dat ging soms letterlijk met vallen en opstaan. Zaterdag start ze in Denemarken als Nederlands kampioene.

Een ander nadeel voor een carrière: al de hierboven genoemde vrouwen hebben buitenlandse sponsoren. In Nederland staan de geldschieters niet in de rij. Van Grootel van de KNWU: “Daar kunnen wij niet alles aan doen. Je hoopt dat sponsors gaan inspringen. Een Jumbo bijvoorbeeld, bekend van de weg, zou een goede partner zijn. Maar dat is toch wat voor de lange termijn.”

Misschien voor als de meiden in Helmond groot zijn. Nu gaat het vooral nog om plezier maken. Na hun korte training zwermen ze uit om verstoppertje te spelen en stiekem te proberen naar de McDonald’s te gaan. Sommigen hebben hun fietsschoenen nog aan. Nederlands kampioen Damy gaat deze zomer mountainbiken, vertelt haar moeder. Vindt ze leuker dan wegwielrennen. Zelf wil ze vooral heel veel fietsen. Ze heeft het over Mathieu van der Poel. Waarom die zo goed is? “Door heel veel te oefenen.”

Lees ook: 

Met meer rust in het hoofd prolongeert Brand haar titel NK veldrijden

Een van de favorieten is Lucinda Brand. Afgelopen december won ze wederom de Nederlandse titel. 

Unieke trilogie Mathieu van der Poel: kampioen op de weg, in de cross en op de mountainbike

Mathieu van der Poel is de grote favoriet voor de titel in het veld, ook al wist hij de laatste drie keer niet te winnen. Afgelopen jaar werd hij wel ‘even’ Nederlands kampioen in het veld, op de weg en op de mountainbike.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden