Langvergeten BN'er

Saai was het tijdperk van Bilderdijk niet. En zijn leven was zelfs zó spannend, dat het een verfilming waard is

ELMA DRAYER

Tjonge, denk je als je het boek hebt dichtgeslagen. Het levensverhaal van Willem Bilderdijk zou bijna een verfilming verdienen. Liefde, seks, geweld, drugs, de telkens weer toeslaande dood - alle ingrediënten voor een pittig scenario liggen voor het oprapen.

Dat zo'n gedachte bij je opkomt, is zonder meer de verdienste van Rick Honings en Peter van Zonneveld. In hun onlangs verschenen biografie 'De gefnuikte arend' weten zij de dichter prachtig tot leven te wekken. Volmaakt is hun vuistdikke opus niet. Ze verliezen zich soms wel erg in details, en hun stijl is niet altijd even meeslepend - een manco dat je vaker aantreft in boeken van twee auteurs: de een vlakt de ander af waardoor het resultaat tamelijk kleurloos uitpakt. En dat ze een corrigerende tik verdienen voor die tuttige samenvattinkjes aan het eind van elk hoofdstuk staat buiten kijf.

Maar deze bezwaren vallen in het niet bij wat ze wel voor elkaar krijgen: Willem Bilderdijk (1756-1831) portretteren in al zijn groots- en miezerigheid. Bovendien schetsen ze een indringend beeld van het tijdperk waarin hij leefde - een periode die in ons collectieve geheugen geheel ten onrechte te boek staat als saai, preuts en burgerlijk.

Gelukkig zijn ze daarbij niet zuinig met citaten. Zeker Bilderdijks proza blijkt anno 2013 veel verteerbaarder dan je zou denken. Al blijft gelden wat Gerrit Komrij ooit treffend schreef: "Zijn leven torent boven zijn werk uit. Zijn temperament overstroomt zijn poëzie."

"Ik las op het jaar reeds volkomen, schoon nog verscheidene letters niet wel uitsprekende; ook heugt my de tijd niet dat ik niet schreef. Dit had ik my zelven geleerd, en schreef brieven (in drukletters) lang voor myn 2 jaren." Met deze zinnen blikte Bilderdijk, geboren aan de Amsterdamse Westermarkt als zoon van een arts, terug op zijn jeugd.

Het zijn wapenfeiten waarover zelfs ouders van hoogbegaafde kinderen zich zullen verbazen, maar dat de kleine Willem een deksels slim ventje was staat vast. Toen hij vijfenhalf was kon zijn onderwijzeres hem niets meer leren. Niet veel later trapte een buurjongetje per ongeluk op zijn voet. De wond werd verkeerd behandeld waardoor hij tien jaar (!) aan huis was gekluisterd. Met leeftijdgenoten kwam hij nauwelijks in contact, les kreeg hij van zijn vader en een privéleraar. Zijn dagen vulde hij met (virtuoos) tekenen, silhouetten knippen, en lezen, heel veel lezen. Hij savoureerde boeken over meetkunde, pathologie, fysiolologie, logica, hij bekwaamde zich in Latijn, Grieks, Italiaans, Engels, Duits. En hij dichtte, aanvankelijk alleen voor zichzelf. Je hoeft geen groot psycholoog te zijn om te begrijpen dat dit isolement zijn persoonlijkheid beslissend beïnvloedde. Hypereenzelvig, hyperambitieus, en bij vlagen diep depressief - zo hinkstapte Bilderdijk de volwassenheid binnen.

In 1782 promoveerde hij te Leiden in de rechtsgeleerdheid, maar zijn talent lag bij de letteren. Via de toentertijd populaire genootschappen won hij enkele prijzen, waarna zijn ster razendsnel steeg. Zijn productie was enorm, zeker voor hedendaagse begrippen. Geen gebeurtenis, groot of klein, of er kwam een gedicht van. "Ik maak geen verzen om verzen te maken", schreef hij ooit in een brief, "noch met enig oogmerk of bedoeling. Daar behoede mij de Hemel voor! maar uit behoefte om mij uit te storten als ik eens geroerd of getroffen ben. [...] Ik ben ze kwijt, als een kraamvrouw de nageboorte."

Bilderdijk begon een advocatenpraktijk en bemoeide zich actief met de politiek. Maar terwijl de tijdgeest meer en meer onder invloed raakte van de Verlichting, ontpopte hij zich tot een volbloed reactionair. Zo was hij vurig voorstander van de absolute monarchie, vurig tegenstander van de nieuwe Grondwet. Ook in zijn geloof was hij niet dat je zegt vrijzinnig. Catastrofes als de Leidse buskruitramp in 1807, waarbij zo'n 160 mensen de dood vonden en 2000 gewond raakten, beschouwde Bilderdijk als de gerechte wraak van het Opperwezen.

Hij was, al met al, wat nu een BN'er heet - van de omstreden categorie welteverstaan. Door velen gehaat, door een kleine schare jeugdige discipelen (onder wie Isaäc da Costa en Willem de Clercq) mateloos bewonderd.

Minstens zo interessant als Bilderdijks publieke persoonlijkheid is hoe hij zich privé gedroeg. In 1785 trouwde hij met de mooie Catharina Rebecca Woesthoven, maar dat werd geen succes. Over en weer was het getreiter immens, waarbij Bilderdijk nogal losse handjes bleek te bezitten - althans volgens een getuigenis van de dienstmeid. Bovendien maakte hij schuld op schuld. Toen de Fransen in 1795 de Lage Landen bezetten, nam Bilderdijk de wijk naar Engeland. Aldus was hij verlost van zijn financiële problemen én van zijn miserabele huwelijk.

In Londen ontmoette hij de twintig jaar jongere Katharina Wilhelmina Schweickhardt, dochter van een Nederlandse schilder, zelf niet onverdienstelijk dichteres. Het was liefde op het eerste gezicht, en geheel wederzijds. Uiteraard moest de verhouding geheim blijven. Bilderdijk maakte zichzelf en zijn minnares wijs dat er niks kwaads in stak: in de ogen van de Allerhoogste was dit zijn échte huwelijk.

Wilhelmina volgde hem naar Duitsland, waar hij zich als privaatleraar vestigde. Wel moest ze van hem in een andere stad wonen. Al snel raakte ze zwanger. Pas toen de scheiding in 1802 een feit was, kwam er een einde aan zijn vermoeiende dubbelleven en kon hij openlijk samenwonen met zijn nieuwe gezin.

Ergens in die Duitse jaren schrijft Bilderdijk voor het eerst over zijn opiumgebruik. Hij wilde er zijn hoofdpijnen mee bestrijden, maar een levenslange verslaving was uiteraard het gevolg. Zijn toch al lastige karakter werd er niet zonniger op.

Wilhelmina bleek een kunstenaarsvrouw zoals je ze nog wel tegenkomt: ze wijdde zich dag en nacht aan haar geniale man. Aan het begin van hun verhouding hield Bilderdijk haar in een gedicht voor dat een vrouw nimmer de geslachtsdaad mocht weigeren. Enthousiast dichtte ze terug dat er voor een vrouw niets heerlijker was dan deze plicht vervullen: "Steeds voor zijnen wellust levend / Is zijn minste wensch uw lust!" Omgekeerd droeg hij haar op handen.

Huiveringwekkend is hoe de dood in Bilderdijks leven huishield. Op zijn oude dag wist hij zelf niet meer hoeveel kinderen hij had moeten begraven. Met zijn eerste vrouw kreeg hij er vijf. Zijn tweede vrouw baarde hem, tussen ontelbare miskramen door, zes kinderen. Slechts twee kinderen zouden hem overleven.

In 1830 blies Wilhelmina, totaal verzwakt, haar laatste adem uit. Bilderdijk bleef ontroostbaar achter en stierf een jaar later.

De biografen wijden een lang hoofdstuk aan de receptie die hem sindsdien ten deel viel. De titel, 'Van grootste dichter tot rijmelende kwakzalver', vat de strekking heel aardig samen. Bilderdijk behoort tot het drukbevolkte pantheon van vergeten Nederlandse schrijvers. Hij is een straatnaam geworden, en nog steevast verkeerd beklemtoond ook.

Misschien moet die film er toch maar eens van komen.

Rick Honings en Peter van Zonneveld: De gefnuikte arend. Het leven van Willem Bilderdijk (1756-1831). Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam; 653 blz. euro 49,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden