Langs vennen, hei en beukenbos

Tussen Eersel en Postel, ligt de Cartierheide. Dat mag je net zo uitspreken als het bekende sieradenmerk - op z'n Frans.

De naam Cartierheide, hoe chic ook, doet het gebied wat tekort: behalve heide vind je hier, tegen de Belgische grens, loofbos, naaldbomen, vennen, moeras en hier en daar wat akkerland. Op deze vrij korte wandeling (het is koud!) doen we al die landschappen even aan.

Doorgaans is het heerlijk rustig in dit natuurgebied. Het ligt ver genoeg van de grotere Brabantse steden om massa's toeristen op afstand te houden. Alleen in het voorjaar klinkt er een oorverdovend kabaal. Onophoudelijk. Als je op de parkeerplaats aankomt, nog midden in het bos, hoor je het al in de verte: het gekrijs van duizenden meeuwen die broeden in het moerassige water halverwege de route. Het is een fascinerend gezicht, al die hagelwitte vogels die duikvluchten uitvoeren op hun nesten, die met elkaar ruziën en nestrovers op afstand houden. De loslopende runderen, Franse vleeskoeien, blijven in die periode uit de buurt. Ze zijn nogal gesteld op hun rust en grazen dan de heide af. Maar in de zomer, als de meeuwen en hun inmiddels opgegroeide jongen vertrokken zijn, vinden ze het heerlijk om de vennen in te wandelen. Tot aan hun buiken verdwijnen ze in het water. De meeste zijn bruin, maar er zitten ook bijna witte exemplaren tussen. Als ze je vanuit het water dromerig staan aan te staren, kauwend op een stengel riet, waan je je zomaar in Zuid-Frankrijk.

Vandaag zullen we de koeien niet tegenkomen. In de winter gaan ze op stal - het zijn uiteindelijk geen Schotse Hooglanders die met een laag sneeuw op hun rug onverstoorbaar doorgrazen. In het voorjaar moeten de dames ook een maand de hei af, als de klokjesgentiaan bloeit en de gentiaanvlinder verschijnt: zulke tere schepselen zijn niet bestand tegen lomp rondstampende vleeskoeien. Door de afwisseling van natte en droge stukken op de Cartierheide - er stroomt ook nog een beek - heb je hier veel bijzondere planten. En ook zeldzame insecten en reptielen hebben het naar hun zin. We lezen op het informatiebord over de heikikker en de vinpootsalamander. Maar die zijn we nog nooit tegengekomen. De hei heeft dit voorjaar een flinke klap gehad, toen een brand vier hectare in de as legde. Maar op onze route zien we daar niets van.

Het gebied is vernoemd naar jonkheer Emile Cartier de Marchiennes, die aanzien had vergaard als ambassadeur in Londen voor het jonge koninkrijk België. Hij kwam halverwege de 19de eeuw wonen op het nabijgelegen landgoed Duyselshof en kocht er een groot stuk heide bij, waar hij kon jagen. In de kleine vennen zaten naar zijn smaak niet genoeg eenden, dus liet hij een grote plas graven - het Pannegoor waar nu al die meeuwen hun nesten bouwen. Op het dijkje, dat tussen de plas en de hei werd opgeworpen, kwamen berkenboompjes te staan. Zo konden de jonkheer en zijn jachtvrienden de eenden onopgemerkt besluipen. Het kronkelige pad, tussen en over de wortels van de berken, bestaat nog steeds. Deze Pannegoor Passage is een van de mooiste stukjes van de route.

Emile Cartier en zijn zoon voorkwamen dat hun heide werd ontgonnen tot bouwland, zoals overal in Brabant op grote schaal gebeurde. Ook de Cartierheide ontkwam er uiteindelijk niet helemaal aan. Tegen het eind van de route is het verschil tussen natuur- en cultuurland even heel goed te zien als tussen de bomen het heldergroen van een weide zichtbaar wordt. Als de zon erop schijnt, ziet het er bijna onnatuurlijk uit, die egale eenkleurige vlakte. Onze ogen zijn helemaal ingesteld op alle varianten bruin en geel van de hei in wintertooi.

In 1932 schonk zoon Cartier de heide, 168 hectare groot, aan Natuurmonumenten. Op landgoed Duyselshof staat tegenwoordig een stoeterij, die in het bezit is van Wim van der Leegte, de grote baas van VDL.

Langs een perceel lariksen, nu kaal, lopen we richting de parkeerplaats. Eerst wacht ons nog een toegift: een stukje beukenbos. En mooier bos bestaat eigenlijk niet. De gladde stammen rijzen als grijsgroene pilaren uit het oranjerode bladerdek. Tussen de bomen ligt het zwarte Laarven. In de zomer kwaken hier kikkers tussen de waterlelies. Nu drijven er twee eenden rond. De ijsverkoper die van het vroege voorjaar tot de late herfst in het weekend present is, laat het vandaag afweten. We rijden naar de Abdij van Postel, waar een Belgisch biertje wacht.

Paarse paaltjes
Route & horeca
Deze wandeling begint op de parkeerplaats aan de Postelseweg, halverwege tussen Eersel en het gehucht de Witrijt. De route is prima gemarkeerd met paarse paaltjes. Er zijn meer (en ook langere) routes in het gebied. Een begint op recreatiegebied Ter Spegelt, eveneens aan de Postelseweg, maar dan aan de rand van Eersel. Deze route van 15 kilometer komt ook door het hier beschreven gebied. (google voor een kaart op pdf: 'cartierheide staatsbosbeheer').

Horeca op deze route beperkt zich tot een ijsverkoper in de weekends. In Eersel zijn genoeg cafés en restaurants te vinden, een goed startpunt is de Markt. In het weekend kunt u ook in bezoekerscentrum d'n Herberg in Witrijt terecht.

In de Abdij van Postel wonen en werken twintig norbertijnen. De abdij heeft nog een eigen veestapel. Dat is redelijk uniek, alleen de abdij van Westmalle heeft ook koeien op stal staan. Van de melk wordt kaas gemaakt, die in de abdijwinkel te koop is. In de abdij zit ook een prettig restaurant, De Beiaard.

Woensdag gesloten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden