Langs 't rimplend water en 't ruisend riet

In de lente door een plassengebied wandelen is altijd een bijzondere sensatie. Zeker wanneer er ook nog eens hard wordt gewerkt aan verbetering en herstel van het natuurlijke milieu, zoals in het kwetsbare veengebied van de Reeuwijkse plassen. Sinds de gemeente Reeuwijk hier twee jaar geleden een vaarverbod heeft ingesteld, doet de natuur daar zichtbaar en hoorbaar haar voordeel mee. Karekieten zingen ongestoord hun lied in het oeverriet, dat niet langer geschonden wordt door illegaal aanleggende boten.

Cokky van Limpt

De Reeuwijkse Houtroute sluit noordelijk aan op de Goudse Houtroute, die we anderhalf jaar geleden liepen. Beide zijn afkomstig uit de 'Groene Hart'-serie, ontwikkeld door de ANWB, samen met natuur- en landbouworganisaties en de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht.

Ingeklemd als het Groene Hart is tussen de grote steden en drukke snelwegen van de Randstad, kan werkelijke stilte hier natuurlijk niet worden verwacht. De weinige overgebleven echte stiltegebieden van Nederland moeten ver naar het oosten en noorden worden gezocht. Toch valt het hier tussen de plassen nog best mee. Het verkeerslawaai van de A12 is alleen in de 'Hout', het beboste deel van de wandeling, goed te horen.

Hoewel de route bewegwijzerd is, kost het ons een halfuur om erop te komen. Bij de horecagelegenheid aan de Reeuwijkse Houtwal, naast de op veel volk berekende enorme parkeerterreinen, staat weliswaar een groot oriëntatiebord maar ondubbelzinnige duidelijkheid biedt dat niet. Advies: ga met je gezicht naar de plas staan, loop zo dicht mogelijk naar het water en ga daar rechtsaf. Loop tussen de surfplas en het gebouw van de surfvereniging door, het zandpad op. Even later zie je aan je linkerhand het eerste paaltje met wandelschild.

De ontginning van dit oorspronkelijk met bossen bedekte gebied begon al omstreeks het jaar 1000, maar de plassen ontstonden pas in de zeventiende en achttiende eeuw. Oorspronkelijk verbood Gouda turfwinning in de directe omgeving van de stad, uit angst dat de veenplassen zich steeds verder zouden uitbreiden en de stad zouden bedreigen. Toen echter het veen elders in Holland opraakte, werd het Goudse verbod door het Rijk opgeheven. Daarna werd het veen plas voor plas, dertien in totaal, uitgegraven.

Zo ontstonden oorspronkelijk ook de plassen Broekvelden en Vettenbroek, waar we nu langs lopen. Als gevolg van de teruglopende turfhandel en de hoge bemalingskosten werden deze twee rond 1890 echter weer drooggelegd tot polders, om een kleine eeuw later, in 1974, weer te worden uitgegraven. Ditmaal met zandwinning als doel, onder meer voor de verbreding van de A12. Dat Broekvelden Vettenbroek nu een zandwinningsplas is, verklaart ook de enorme diepte -zo'n dertig meter- vergeleken met oude veenwinplassen, zoals Ravensberg, die vaak niet dieper reiken dan drie tot vier meter.

Het eerste uur van de wandeling, over de Oudeweg en de Zoetendijk -smalle paadjes tussen de plassen door- maakt de meeste indruk. Een ferme populatie groene kikkers produceert een gezellig kwaakconcert met ritmisch geplons. Gele lis, dotters, waterlelies, enorme op springen staande bereklauw, klaver, wilde grassen, zuring: het ziet er hier heel gezond uit. De wuivende rietkragen langs de Zoetendijk, waar we karekieten tegenkomen, zijn aangelegd door de vereniging Vrijwillig natuurbeheer Reeuwijk. Wat een oog- en oorstrelende pracht is dit; Guido Gezelle zou er opnieuw lyrisch van worden:

O! 't ruisen van het blanke riet!

hoe dikwijls dikwijls zat ik niet

nabij den stillen waterboord

alleen en van geen mens ge stoord,

en lonkte 't rimplend water na,

en sloeg uw zwakke stafjes ga,

en luisterde op het lieve lied,

dat gij mij zongt, o ruisend riet!

In de watergangen, links en rechts van het smalle wandelpaadje, bruist het van nieuw leven. Eendenmoeders met hun talrijke peuter-, kleuter- en puberkinderen peddelen zacht kwakkend tussen de waterplanten door. Verderop zit een zwaan nog te broeden. Twee jonge waterhoentjes kijken vertwijfeld om zich heen. Zouden ze al zijn verlaten door hun ouders? Waterhoenen schijnen er tamelijk brute opvoedingsmethoden op na te houden: van de ene op de andere dag moet hun kroost zichzelf zien te redden.

Tussen de hoge begroeiing en de buitengewoon benijdenswaardige optrekjes aan de Zoetendijk door vangen we af en toe een glimp op van de Ravensbergplas. Maar al zagen we helemaal niks, dan nog zouden we aan het kenmerkende gekrijs kunnen horen dat hier een legioen kokmeeuwen aan het broeden is.

Als we de 's Gravenkoopplas achter ons laten begint rechts het polderlandschap. De weg wordt drukker, vooral met fietsers -het meest romantische deel van de tocht zit er helaas op. Een paar honderd meter voor het drukbezochte hondenstrand, waar geravot en gezwommen wordt, slaan we rechtsaf richting Reeuwijkse Hout.

Jong bos, gras- en weiland wisselen elkaar hier af. Het ziet er allemaal niet onaardig uit en zeker de sloten liggen er fraai bij. Op de terugweg hadden we ook nog een kunstwerk moeten passeren: 'Is someone out there? kavel 18' van de Amsterdamse kunstenaar Arno van der Mark. Een onduidelijk bordje stuurt ons echter een verkeerd pad op, dus we lopen het mis. Missen doen we het overigens niet, dit kleine natuurgebied is ons al gecultiveerd genoeg.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden