Langs ’prehistorische’ bomen

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Ooibossen en ’Woodhenge’ sieren de Waaloever achter rivierduinen.

Bijna 10.000 mensen werden in 1995 geëvacueerd uit de dorpen achter de winterdijk van de Waal. Want of de dijken de hoge waterstanden zou kunnen weerstaan, was maar de vraag. Het stimuleerde de politiek om naar oplossingen te zoeken. Ook bovenstrooms, in Duitsland, werd er meegedacht.

De rivieren moesten meer water kunnen bergen, zoveel werd al snel duidelijk. Natuurlijke uiterwaarden langs de grote rivieren zouden weer als bufferzone moeten gaan fungeren. En zo verdwenen langs vele rivierdijken de boeren met hun koeien. Landbouwgronden maakten plaats voor natuur die haar eigen gang mag gaan.

Vandaag soppen wij door drassig grasland omgeven door struiken en jonge bomen. In Millingerwaard leidt een pad ons rechtstreeks naar een ondoorwaadbare waterplas. Dat wordt een paar keer omlopen. Even later geeft een bord aan dat we niet verder mogen: drijfzand. Minstens vijfentwintig meter afstand van de gallowayrunderen houden is het advies. Hoe komen we dáár nu langs?

Als we ongeschonden bovenaan de Waaldijk staan, zien we opeens wel de voordelen van deze kudde van zestig grazers. Samen met evenzoveel Konikpaarden snoeien en bemesten ze de oevergebieden. Daarbij kunnen ze prima voor zichzelf zorgen. Ideale medebeheerders die bijdragen aan de variatie in flora, fauna en het landschap. Net als de bever, die hier na honderdvijftig jaar afwezigheid is uitgezet.

De weg voert langs het Colenbrandersbos, een van de laatste stukken hardhoutooibos in Nederland. Onder de bomen groeien meidoorn, sleedoorn en kornoelje en kruiden als besanjelier en rivierkruiskruid.

Langs de rivieroevers stonden vroeger overal ooibossen: bomen die groeiden op buitendijks land dat meerdere keren per jaar onder water stroomde. Wilgen en populieren konden daar tegen. Op hoger gelegen land groeide essen en eiken. Deze stonden nooit lang genoeg in het water om te bezwijken, zelfs al stond de hele Millingerwaard blank.

Met een binnenvaartschip aan onze rechterzijde lopen we stroomafwaarts langs de rivier. Achter de restanten van een steenfabriek ligt de Millinger theetuin. Een oase van kleurige terrassen en bloemenpracht tussen de verder opeens grauw lijkende omgeving.

Verderop langs de dijk wordt het lichter. Het lijkt wel of we aan de Noordzee staan met duinen en een strandje. Dat komt omdat het zand hier aan de binnenbocht van de rivier goed kan bezinken. De westenwind blaast de aangespoelde zandkorrels vervolgens omhoog, met als resultaat rivierduinen van wel tien meter hoog.

Opeens zien we horizontale houten boomstammen als grillige totempalen in het gras. Bij het baggeren in de rivierbodem werden deze in 1996 opgegraven. Onderzoek wees uit dat het gaat om 8500 jaar oude eiken uit een hardhoutooibos. Luchtdicht afgesloten door zand en klei werden ze onder de rivierbodem geconserveerd. Reden genoeg om de oudste bomen van Nederland te eren met een ’Woodhenge’, naar analogie van het Engelse Stonehenge.

Een vogelkijkhut biedt zicht op grauwe ganzen en nijlganzen. ’s Winters zijn er ook kolganzen, met een beetje geluk vergezeld door een roodhalsgans. Door moerassig gebied voert de weg terug naar Kekerdom langs oude kleiputten. Klei wordt afgeticheld voor baksteenproductie en gebruikt bij dijkverbeteringen. Maar anders dan vroeger gebeurt dat afgraven zó dat ook de natuur er baat bij heeft. De Millingerwaard wordt zo een handje geholpen bij het vergroten van de diversiteit. En op termijn moet deze uiterwaard kunnen functioneren zonder al teveel menselijk ingrijpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden