Langs Oldenzaals textielverleden

Ooit dampten in Oldenzaal de textielfabrieken. Die zijn allemaal verdwenen. Wie de VVV-wandeling RouTextiel doet, krijgt te zien wat er nog wel rest van het rijke industriële verleden: fijne villa's en prima parken.

Geweldig glooiend landschap in overvloed rondom het Overijsselse Oldenzaal. Vooral in het najaar weten met name pensionado's de Twentse plaats daarom wel te vinden, om er vervolgens op hun e-bikes als een haas vandoor te gaan. Want een reputatie van noemenswaardig stedenschoon heeft de voormalige textielstad in de noordoostelijke uithoek niet. Daarom twijfel ik even om een dagje Oldenzaal te doen. Maar VVV-directeur Frans Sanders trekt me over de streep. Die neemt op een doordeweekse dag direct monter de telefoon op, en lijkt geen last te hebben van een provinciaal minderwaardigheidscomplex. "Vooral komen!", is zijn enthousiaste devies.

Zodoende overwin ik mijn randstedelijke schroom om 'helemaal' af te reizen naar Oldenzaal, dat te boek staat als 'stedke van plezeer'. Gelegen in een katholieke enclave wordt er uitbundig aan carnaval gedaan, en is er verder opvallend veel horeca, voornamelijk aan de Groote Markt. Tukkers zijn toffe jongens, bevestigt Sanders, maar klagen kunnen ze ook. "Terwijl je juist moet benadrukken wat er wél is", vindt hij. Die positieve instelling bracht hem op het idee de RouTextiel te ontwikkelen: een ruim vijf kilometer lange stadswandeling langs erfenissen van Oldenzaals illustere textielverleden, dat mijn interesse voor het oord had gewekt, omdat alles wat maar enigszins naar textiel ofwel mode zweemt op mijn warme belangstelling kan rekenen.

Wie een tochtje verwacht langs voormalige bonkige fabrieksgebouwen, inmiddels misschien wel omgetoverd tot een hip horecapaleisje, komt bedrogen uit. Bijna alles wat dampte van industriële bedrijvigheid is alweer drie, vier decennia geleden onder de slopershamer gesneuveld, nadat de concurrentie van de lagelonenlanden te groot was geworden. Daarmee kwam een eind aan een bedrijfstak die Nederland anderhalve eeuw lang geen windeieren legde. "Liefst 30 procent van het bruto nationaal product" werd gegenereerd door de Twentse textielnijverheid, weet Sanders. En daar mag wat hem betreft vanuit historisch perspectief best eens wat aandacht voor zijn. "Waarom in de geschiedenisboeken alleen maar credits voor de VOC en Hoogovens?"

Vanuit de VVV gaan we op pad door de stad die al vanaf de negende eeuw verdedigingswerken telde: een stadsmuur, aarden wal en dubbele grachtenring. Ook daar is weinig van over. Mede door de komst van de fabrikanten die met hun industriële activiteiten het centrum naar hun hand zetten. Zo ging in 1865 de veel geschilderde Bisschopspoort aan de noordkant kopje-onder, omdat textielbaron Gelderman er zijn in Hengelo vervaardigde stoomketel - bestemd voor de stoomkatoenspinnerij - niet onderdoor kreeg.

Maar conform het credo van de VVV-directeur - "Heb oog voor wat er nog wel is" - probeer ik het Oldenzaal van vandaag de dag onbevooroordeeld tegemoet te treden. Zo kuieren we lankmoedig door de Groote- straat, de belangrijkste winkelallee, waar je gerust het predikaat 'gezellig' op kunt plakken. Zoals elders in dit land zijn veel gevels van de 19de- en begin 20ste-eeuwse panden deels versjteerd door glazen puien en reclameborden. "Vooral omhoog kijken", adviseert Sanders, direct onder de nok van de daken valt nog voldoende fraais te ontwaren.

Ter rechterzijde van de winkelstraat maakt de route een uitstapje naar de smalle Hofstraat, waar het allerlaatste textielpakhuis van de stad prijkt. Wellicht door zijn achterafligging van de ondergang gered. Een mooi streng gebouw met hoge ramen, dat in het niet valt bij de Plechelmusbasiliek, waar we daarna belanden. Die heeft niets van doen met het textielverleden, maar om Oldenzaals trots - een voorname dame van Bentheimer zandsteen met Romaanse trekken - kunnen we letterlijk en figuurlijk niet heen.

Een kleine link met de katoenkoningen van weleer blijkt er toch te zijn. Hoog in de toren hangt het carillon: een geschenk uit 1930 van Philippus Johannes Gelderman vanwege zijn koperen huwelijk. Wie het van dichtbij wil beluisteren en zien kan op zaterdag de 61 meter hoge toren beklimmen, om er vooral ook te worden beloond met een denderend vergezicht over de streek.

De route voert vervolgens in zuidelijke richting naar het station. Ondertussen passeren we de plekken waar ooit in De Oldenzaalsche Weverij Maatschappij en De Koninklijke Oldenzaalsche Stoomweverij 60 procent van de bevolking in het zweet des aanschijns zwoegde. De industriële inrichtingen zijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Wat rest is het statige hoofdkantoor van Gelderman aan de Spoorstraat, dat eerder dienst deed als mega-discotheek, en tegenwoordig keurig een woningcorporatie huisvest. Daarbij herinneren een paar plukjes arbeiderswoningen en royalere rijtjeshuizen voor het hogere personeel aan het verloren tijdperk.

Dat Oldenzaal zijn economische aderlating allang weer te boven is, bewijst de landelijke Haerstraat ten oosten van het station. Daar lieten de welgestelden - op enige afstand van de vuiligheid uitbrakende fabrieken - hun optrekjes verrijzen. Herenhuizen, landgoederen, villa's, buitenplaatsen; het kon niet op. Een van de minst opvallende staat momenteel te koop, en moet liefst 1,2 miljoen opbrengen, vermeldt Funda. De vastgoedprijzen in zijn stad zijn heel behoorlijk, zegt een glunderende Sanders. Oldenzaal ligt strategisch langs de A1, biedt weer behoorlijk wat werkgelegenheid, en is daardoor best in trek.

Op circa tweederde van de tocht komt het beste stuk. Het landgoed Kalheupink met aan weerszijden van de Haerstraat een park, aangelegd in opdracht van de familie Gelderman. De een bos- en waterrijk, de ander in Engelse landschapsstijl. Aangename oases voordat we weer richting het stadshart koersen langs de drukke Bentheimerstraat. Daar liep vlakbij eens de handelsweg Osnabrück-Deventer. Ook het Duitse Mettingen lag op het inmiddels verdwenen traject, geboortegrond van C&A-stichters Clemens en August Brenninkmeijer. Die kwamen dus hier zo'n beetje Nederland binnen, om in het hoge noorden de grondslag te leggen voor een mega-textielconcern. Dat lijkt ondanks recente tegenvallers voorlopig nog wel stand te houden.

Wandelen of fietsen: de RouTextiel

De beschrijving van de RouTextiel is voor euro 3,50 te koop bij de VVV Oldenzaal. Ook is er voor dezelfde prijs een 30 kilometer lange RouTextiel-fietstocht verkrijgbaar. Die voert door het centrum en langs buitenplaatsen die de textielbaronnen lieten bouwen ten oosten van de stad, een fraai stuwwallengebied. Wie een van de routes doet, kan via de gratis app 'Oldenzaal InZicht' extra informatie over verschillende plekken, en historische beelden via een QR-code bekijken. vvvoldenzaal.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden