Langs Nederlandse sporen in Berlijn

Wie in Berlijn een stadswandeling onder begeleiding van een gids wil maken, heeft elk weekeinde een enorme keus. De dagbladen in de Duitse hoofdstad staan er bol van, net als de gespecialiseerde uitgaansbladen. Je kunt vrijwel geen onderwerp bedenken, of het is voorhanden: het joodse Berlijn, moderne architectuur, Berlijn in de jaren twintig, de stad in de jaren dertig.

door Co Welgraven

Sinds kort is er voor Nederlanders een interessante tocht langs punten die iets met ons land te maken hebben. Plaatsen waar Nederlandse schrijvers en architecten hebben gewoond dan wel gewerkt, waar leden van het koningshuis verbleven, langs theaters (al dan niet verdwenen) waar acteurs of actrices hebben opgetreden. De wandeling is in Oost-Berlijn, in de buurt van Unter den Linden. Uitgesproken mooi is het er zeker niet, maar dat geldt eigenlijk voor de hele stad. In de woorden van de schrijver Armando: “Berlijn is geen mooie stad, maar wel een boeiende stad. Boeiend door de soms ondraaglijke spanning tussen een schijnbaar onbekommerd heden en een beklemmend verleden. Het is een stad vol plekken en sporen. Vaak begroeide sporen van een huiveringwekkend Rijk en waarlijk, de vele getuigen leven nog.”

Gids Ute Schürings, een Duitse die vlekkeloos Nederlands spreekt (ze heeft in Amsterdam gestudeerd), voert ons eerst naar de buurt van het Schloßplatz, het plein dat dat foeilelijke Palast der Republik herbergt, waar de Volkskammer van de DDR bijeenkwam. Het is een van de oudste plekken van Berlijn, een platte-grond uit ongeveer 1650 is gemaakt door de in Nederland opgeleide Johan Gregor Memhardt. Ute wijst ons op een onvervalste Amsterdamse rondvaartboot met de naam 'Wilhelmina' die tochten door de Berlijnse wateren maakt.

De wandeling gaat, langs Unter den Linden, naar het Bebelplatz waar een gedenkteken te vinden is dat herinnert aan de grote boekverbranding op 10 mei 1933, enkele maanden nadat de nazi's aan de macht waren gekomen. Na deze zwarte dag weken veel Duitse schrijvers naar Nederland uit en uitgeverijen als Allert de Lange en Querido gingen op grote schaal Duitse boeken uitgeven. Ook Menno ter Braak heeft zich voor Duitse schrijvers ingezet.

Ter Braak was vaak te vinden in de Staatsbibliothek, aan de overkant van Unter den Linden, iets meer naar het westen richting Brandenburger Tor. Hij schreef er: “Mijn werk schiet op. De bibliotheek heb ik nu al zo vaak bezocht; het is ein enormer Tempel voller Moffen.”

We gaan naar het zuiden, slaan de Charlottenstraße in en komen op de Gendarmenmarkt, een van de mooiste pleinen van Berlijn. Een plakkaat op de gevels van de Franz"sische Dom herinnert aan de Franse hugenoten van wie de meesten naar Engeland en Nederland trokken, maar van wie ook een deel in Berlijn neerstreek.

De wandeling voert over de befaamde Friedrichstraße (onherkenbaar voor wie na de val van de Muur nooit meer in Berlijn is geweest) de Franz"sische Straße in. Een onooglijke straat waar, zoals op zoveel plekken in het oosten van Berlijn, op uitgebreide schaal gebouwd wordt, maar interessant omdat hier op nummer 56 in het begin van deze eeuw een soort Hollands huis was gevestigd, waarin de leden van de club 'Nederland en Oranje' elkaar troffen. Diplomaten en correspondenten bijvoorbeeld die er de Duitse én Nederlandse kranten lazen en ervaringen over het leven in de stad uitwisselden. Er zijn nog steeds Nederlandse clubs (die op andere plekken in de stad bijeenkomen) en sinds kort is er zelfs weer een Stammtisch van Nederlandse correspondenten in Berlijn.

Vanaf deze plek is er via onder andere de Behrenstraße een korte omweg te maken naar de Wilhelmstraße, van 1933 tot 1945 hét centrum van de macht in Duitsland. Aan deze straat woonde ook de Vlaming Paul van Ostaijen, in hetzelfde huis als Hermann G"ring. Wat hen bond, zo is het gerucht, waren de drugs.

We steken Unter den Linden over (in het toenmalige hotel Bristol verbleef bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog de spionne en actrice Mata Hari) en zien aan deze boulevard een filiaal van de ABN-Amro-bank, gehuisvest in een pand dat na de Wende van 1989 de eerste nieuwbouw aan Unter den Linden was.

We slaan linksaf, naar het noorden, de Neustüdtische Kirchstraße in en komen uit bij de oevers van de Spree. Aan de overkant ligt de Berliner Ensemble, het theater van Bertolt Brecht. Hier in deze buurt werkte aan het begin van deze eeuw Herman Heijermans, die in totaaal vijf jaar in Berlijn gewoond heeft en die voortdurend meer geld uitgaf dan hij verdiende. Hij schreef stukjes voor een Berlijnse krant en was als journalist zijn tijd ver vooruit. Zo verkleedde hij zich als zwerver om te kunnen ontdekken hoe het in Berlijn gesteld was met de zorg voor mensen die naar de rand van de samenleving waren gedrongen. Tientallen jaren later zou Günter Wallraff met reportages als deze beroemd worden.

Gids Ute wijst naar het westen. Daar is de koepel van de Rijksdag te zien. Het gebouw wordt in mei ingewijd en gaat dienst doen als zetel van de Duitse Bondsdag. Ook deze plek heeft een Nederlands spoor. Ute laat kopieën zien van Berlijnse dagbladen uit februari 1933: De Rijksdag brandt, staat er in chocoladeletters. In artikelen wordt de vermoedelijke aanstichter genoemd: Marinus van der Lubbe. Een Nederlander.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden