Langs het water tegen de vijand

De Hollandse Waterlinie, bedoeld om Nederland te beschermen, bleek in tijden van oorlog nooit erg nuttig. Maar mooi is ze wel. Tekst Monica Wesseling

Dat water kan helpen de vijand te keren wisten de watergeuzen vier eeuwen geleden al. Ze staken - ten einde raad - de dijken door en zetten sluizen open om zo de Spanjaarden te keren. De truc bleek te werken en dus werd in 1672 tegen de Fransen de eerste (Oude) Hollandse Waterlinie aangelegd.

Een prachtlinie, maar met één manco: hij beveiligde Utrecht niet. Dat zinde de inspecteur-generaal der fortificaties niet en op zijn advies werd dan ook tot uitbreiding en verheffing van de bestaande linie besloten. De Nieuwe Hollandse Waterlinie was een feit.

Het principe is even simpel als ingenieus. Zet op het land 40 centimeter water en de vijand is tandeloos. Het water is immers te ondiep om te bevaren en te diep om met materieel doorheen te waden, ook al omdat sloten en rivieren plots onzichtbaar zijn. Op hooggelegen, en dus 'neembare' doorgangen kwamen forten en andere fortificaties, groepsschuilplaatsen en kazematten. Een sterk staaltje, die linie, want uiteindelijk kon zo een strook land van vijf bij 85 kilometer, van de Zuiderzee tot de Biesbosch, onder water worden gezet. Uiteindelijk is de stelling slechts drie keer in stelling gebracht - in de Frans-Duitse oorlog, de Eerste Wereldoorlog en in 1939 - en nooit volledig benut. Want steeds opnieuw bleek het principe hopeloos verouderd. Tegen parachutisten, vliegtuigen en raketten helpt een beetje water namelijk niet.

De linie is verouderd, maar gelukkig nog immer zichtbaar in het landschap. Zoals tussen Culemborg en Leerdam, onze wandeling van vandaag. Het is eind oktober, een herfstdag met dat typische, amorfe licht dat elk tijdsbesef doet vervagen. Traag stroomt de Lek door haar bedding, gadegeslagen door gakkende ganzen. De ruigte in de Culemborgse uiterwaard is aangenaam chaotisch. Pootafdrukken in de vette klei verraden grazers en op de rivier zoeft een late waterskiër. Verdorde grote klis, solidago en kruidkruiden staan oogverblindend dood te wezen terwijl her en der paarse, gele en witte bloemen herinneren aan de vervlogen zomer. De stilte is enorm, de mistige einder prettig nabij en binnen tien minuten zijn we van de wereld af.

Verwarrend is het wel, deze uiterwaard. De Lek rechts van ons is begrijpelijk, de geulen, plassen, laagten en sleuven links veel minder. Een bord geeft verduidelijking. Het water is ook hier bondgenoot. Als waterberging én natuurontwikkeling zijn door voormalige landbouwgronden in de Baarsem- en Goilberdingenwaard grote geulen gegraven. Een simpel klusje, maar met een heerlijk resultaat. Grote zilverreiger en blauwe broers lopen loerend door het water, galloways liggen lui decoratief te wezen. En dan zijn daar de eerste linierelicten; het Werk aan de Spoel en Fort Everdingen.

Boven op de dijk hebben we puik zicht op de oude sluis bij Fort Everdingen die voor inundatie van de polder tussen de Diefdijk en Culemborg moest zorgen. Verscholen in het nevelige land staat een merkwaardige muur; een kogelvanger. In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers delen van de linie waaronder het Werk aan de Spoel. De kogelvanger was schietbaan. En overal die wonderlijke betonnen bouwsels met stalen pennen op het dak; groepsschuilplaatsen uit de Eerste Wereldoorlog. Aangenaam was het niet, zo op een kluitje. Klam, koud, ongewassen en ongewis.

We lopen de Diefdijk op; de dijk die de Vijfheerenlanden en de Alblasserwaard tegen het water uit de Betuwe moest en moet beschermen. De dijk werd onderdeel van de Waterlinie en dat is goed te zien. Want steeds opnieuw passeren we onderkomens en kazematten, een ervan fel groengeel geverfd, een ander zelfs doorgesneden ter lering en vermaak.

Kilometers rijgen zich makkelijk aaneen op de verharde weg en na passage van de lawaaierige A2 wordt het pad almaar landelijker. Sloten, poelen, greppels en vaarten begeleiden ons pad; het water is immer aanwezig. Her en der liggen eendenkooien goed verborgen in hun bos.

We besluiten tot een heen en weertje naar fort Asperen. Louter voor de buitenkant welteverstaan. Want hoewel het fort uiterst kunstzinnig is met tal van zomerse manifestaties, is het in de wintermaanden gesloten wegens slapende vleermuizen. Zo donker als het fort, zo hel is de Oude Horn, een spierwitte oude civiele sluis - later onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie - waar nu kunstzinnig glas wordt geblazen. Nieuw leven in de linie. Het waterrad rust.

meer wandelingen en fietsen op trouw.nl/natuurtochten

Route

We liepen een deel van het Waterliniepad, gemarkeerd met geel-rode stickers. Vanaf NS Culemborg direct westelijk van het spoor (of met een ommetje door het dorp) naar de Lek lopen. Klaphek door en bij rivier LA. Na 15 km komt u weer onder het spoor door. Daar niet LA (=geel-rood) maar RD (rood-wit) om naar NS Leerdam te komen. Voor een heen en weertje fort een kilometer na het spoor en na een viaduct LA in plaats van RA (=rood-wit).

Honden en horeca

Honden zijn in verband met de begrazing niet toegestaan. Horeca in Culemborg en Leerdam.

Waterlinie

Het Waterliniepad is een 160 kilometer lange wandelroute van Muiden naar Werkendam, door het strategisch landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Er hoort een routeboekje bij; Waterliniepad, ISBN 9071068617, 12,90 euro. De Nieuwe Holllandse Waterlinie heeft een eigen site: www.hollandsewaterlinie.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden