LANGS HET BOCHTIGE NATUURPAD IN HET FORMERUMERBOS

Fitis, merel, roodborst, buizerd, koekoek, winterkoning, braamsluiper, vink, tuinfluiter, tjiftjaf, zwartkop, zanglijster, gaai, holenduif. . . In de voortent zit ik met mijn notitieboekje op mijn knie driftig neer te pennen wat aan vogelzang uit het bos tot me doordringt. Het is half zeven in de morgen en over het veld hangt een witte mist.

Het veldje bij Lies is in het voorjaar een van mijn favoriete kampeerplekjes. Het grenst aan het Formerumerbos, een van de oorspronkelijk voornamelijk uit naaldhout bestaande bossen op de duinen van Terschelling. Een tiental meters van de tent is een hele plek blauw van de wilde hyacintjes en wat verder tussen kampterrein en ruiterpad bloeit begin juni het op de Waddeneilanden zeer zeldzame dalkruid met tere trosjes van petieterige witte leliebloempjes.

Het dalkruid vind je vooral in de oude Veluwse bossen, de wilde hyacint in de duinstreek. Niet alleen op Terschelling, maar nog veel meer in de bossen bij de Fonteinsnol op Texel. In de binnenduinen van Noord- en Zuid-Holland zijn de hyacinten op tal van plaatsen te vinden. Meestal zullen het wel stinzenplanten zijn, door landgoedeigenaren misschien al eeuwen geleden uitgepoot en sindsdien ingeburgerd. Toch zijn er heel wat botanici die de wilde hyacint als oorspronkelijk inheems beschouwen.

Er loopt een natuurpad in een grote bochtige lus door het Formerumerbos. Staatsbosbeheer heeft er een folder over uitgegeven, die je uit een bakje aan de 'Staatsschuur' kunt nemen. De Staatsschuur is de werkschuur van Staatsbosbeheer, een groot donkerbruin houten gebouw aan de Duinweg, die bijna het hele eiland in de lengte omspant.

Net als op de meeste Waddeneilanden is het duingebied van Terschelling in beheer bij Staatsbosbeheer, dat hier in 1911 begon met bossen aan te leggen. Voordien was het enige bos op het eiland de Berkenvallei bij het begin van de Boschplaat. Hoe de rest er uitzag, zie je een beetje aan het duin bij de Staatsschuur. Daar ligt ook een natte grasvlakte met een randje door de zeewind getormenteerde abelen. Er vliegen twee kramsvogels op uit de schraal bebladerde kronen. Het hele jaar door komen niet-broedende kramsvogels op Terschelling voor, maar in ons land worden steeds meer broedgevallen vastgesteld, dus het kan hier ook best om broedvogels gaan.

De grond in het abelenbosje is drassig en fluitekruid bloeit tussen de kromme, met grijze korstmossen bedekte stammen. Brandnetels woekeren op modderplekken, net als het fluitekruid liefhebbers van stikstof, ruimschoots voorhanden in de af en toe droogvallende bodem vol halfverteerde planteresten.

Water blinkt tussen het gras, dat geel gespikkeld is door egelboterbloemen. Er komt veenwortel op, straks getooid met roze aartjes, maar als landvorm een stuk grover dan de watervorm met zijn drijvende lancetblaadjes. Midden in het drasland slobbert een slobeend met zijn grote lepelsnavel tussen de planten. Het is een woerd, bont getekend met wit, roodbruin, blauwgrijs, zwart en glanzend donkergroen, waarvan het bescheiden donker en lichtbruin gevlekte vrouwtje ergens op eieren moet zitten. Er scharrelen meerkoeten rond met zwarte kuikens. Er zit er ook nog een op een nest van opgetaste planteresten, dat net boven de drassigheid uitsteekt.

Tegen de golvende duinrand grazen paarden aan de 'roop' (Terschellings voor touw). Het is daar minder nat. Het weiland was bedoeld als compensatie voor de boeren, die voordat de duinen bebost werden het recht van 'oerol' hadden: ze mochten overal in het duin hun vee vrij laten grazen. Ik tel drie paren scholeksters en twee paren kieviten, die allemaal al kuikens moeten hebben, maar die kan ik niet ontdekken.

Naast de weide is de vroegere kwekerij, waar boompjes uit zaad werden opgekweekt. Het is nu een bosje waar de sitkasparren, eiken en abelen in zestig jaar tot behoorlijk formaat zijn uitgegroeid. Hoog in een abeel zitten grote gele houtzwammen: zwavelzwammen.

Nog een eindje verder is water te zien in een langwerpig rechthoekig gat vol egelskop. Die turfdobbe dateert van de bosaanleg. In de kuil liet men Drentse turven zich vol water zuigen. Jonge boompjes, die in het droge duin werden uitgeplant, kregen bij de wortels zo'n natte turf mee. Dat was voldoende om ze goed te laten aanslaan. In natte perioden zogen de turven in de grond zich weer vol water, een reserve voor het boompje in droge tijden.

Het bos bestaat nog steeds uit veel naaldhout, maar er groeien inmiddels ook veel zomereiken, tamme kastanjes, vogelkersen en berken tussen. De bedoeling is dat de meeste dennen en sparren door loofhout vervangen gaan worden. Dat gebeurt al vanzelf in de buurt van mijn kampplek. Er groeien al flinke hulsten, opgeschoten uit de pitjes in de poep van lijsters, die hulstbessen in de tuinen in het dorp hebben gegeten. Zo zijn de lijsterbessen en vlieren er ook gekomen. Hier en daar loopt het pad langs diepe rechte sloten, gegraven om het vroeger natte duin te ontwateren. Nu is het beleid juist het water in de duinen vast te houden. Het bos is nu veel vochtiger dan zo'n vijf, tien jaar geleden. Op verscheidene plaatsen is de bodem onzichtbaar door de vele stekelvarens. Op hogere plekken, duidelijk herkenbaar als vroegere duinkopjes, groeien vooral eikvarens met enkelvoudig ingesneden veren, als diep gelobd eikeblad. Op opener plekken slingert de wilde kamperfoelie zich in de struiken omhoog. De bosbraam, die in de meeste Nederlandse bossen dankzij inwaaiende meststoffen ondoordringbare stekelstruwelen vormt, houdt zich hier op de achtergrond. Op sommige plekken, meest in de bosranden, bloeit rankende helmbloem met kleine geelwitte trosjes tussen teergroen blad.

Uit de sparren klinkt het hoge, ijle liedje van een goudhaantje, een miesperend geluidje met een plotseling krachtig hoger toontje als besluit. Zoeken naar het van mos en bastvezeltjes gevlochten nest van dit kleinste Nederlandse vogeltje heeft geen zin: het zit verstopt in een dichtbenaalde sparretwijg.

Gele paaltjes. Nummers die verwijzen naar de folder: 6 en 7, dicht bij het schelpenpad. Tussen mos en afgevallen, natte dennenaalden plantjes die op kiemplanten van de beuk lijken. Steeds alleen twee hartvormige blaadjes vlak naast elkaar. Een iele stengel met een trosje onduidelijke groenig met roodbruine bloempjes, die pas door een vergrootglas gezien hun ware aard onthullen. Hij staat hier bij duizenden, de kleine keverorchis, een onaanzienlijk orchideetje, dat pas in 1949 in ons land werd ontdekt. Je ziet er niet aan af dat dit een van de maar zes plaatsen in Nederland is waar dit plantje voorkomt. Het hoort in Noord- en Oost-Europa thuis, net als de zevenster, die op een enkel plekje in dit bos groeit. Dat is volgens sommige botanici een 'ijstijdrelict', een soort die behoorde tot de flora van vlak na de laatste ijstijd en hier tienduizend jaar heeft overleefd.

Een paar vierkante kaalslagen zijn begroeid met jonge berken, lichtgroen nu in aromatisch geurend lenteblad. Hier zingt de gekraagde roodstaart, een kleurige zangvogel, die ik elders al jaren niet meer heb gehoord.

NATUUR DEZE WEEK Bosanemoon en speenkruid zijn helemaal uitgebloeid. Het blad verwelkt en wordt door vretende slakken verwijderd. Waar nog maar twee weken gelden de weilanden geel zagen van de bloeiende paardebloemen, strekt zich nu een vlakte uit vol grijze pluizebollen. - De eerste rozen kwamen eind april in de parken, tuinen en plantsoenen in bloei. Nu opent in de duinen de duinroos zijn eerste witte bloemen, tegelijk met lathyruswikke, zanddoddegras, zandzegge, knopbies, akkerhoornbloem, muizeoor, bosviooltje, duinviooltje, salomonszegel en reigersbek. - In wegbermen komen de vele verschillende grassoorten in bloei. De meeste soorten zijn niet zo eenvoudig te herkennen, maar het is altijd de moeite waard met een loep te zien hoe de minuscule grasbloemen in elkaar zitten. Een heel kenbare grassoort is het reukgras van de hooilanden: als je op de halm kauwt, proef je een caramelsmaak. Vandaar de jeugdbondnaam toffiegras. - Langs vaarten, in rietkragen langs meren en plassen, in natte duinvalleien, aan vijvers en sloten vlammen goudgeel de irisbloemen van de gele lis. Op de zwaardbladen zijn nu rietkevertjes te vinden met kleuren en glans als van kerstboomversiering: blauwpaars, donkerrood, goud, groen. Bij verontrusting laten ze zich pardoes in het water vallen. Zonder moeite vliegen ze van de waterspiegel op. - Ook een heel fraaie laagveenplant, te vinden in dichtgroeiende venen en moerasjes, is het waterdrieblad, een gentiaan met kruipende wortelstok en piramidale trossen van witte behaarde bloemen. - Op de Waddeneilanden zitten nog heel wat zilverplevieren, nu in zilverwit, zachtgrijs en zwart zomerkleed, vaak samen met overzomerende rosse grutto's, rotganzen en bonte strandlopers. - In deze tijd van het jaar spoelen zwermen ribkwalletjes aan, zo groot als druiven en met ongeveer dezelfde vorm, maar helder als glas. - In de duinen hangen zwart met karmijnrode sintjacobsvlinders aan de sprieten van de helm. Stoor je ze, dan vliegen ze een paar meter weg.

EN VERDER Publieksactiviteiten van het IVN (deelname gratis): vandaag van 10 tot 12 uur stadswandeling door Veenendaal en bezoek aan de heemtuin Diddersgoed, van parkeerplaats zuidzijde NS-station Veenendaal West; morgen vogelfietstocht door de Groote Peel, om 8 uur van de kerk van Heusden; wandeling door de heemtuin in het Westoeverpark in Amsterdam, om 10 uur van kinderboerderij 't Ruige Riet; wandeling door bos- en heidegebied bij Hoog Buurlo, met speciale activiteit voor jeugd vanaf 7 jaar om de schaapskooi, om 14 uur bij de Hoog Buurloseweg hoek Alverschotenseweg; excursie in De Brand, om 14 uur bij de kapel aan de Schoorstraat in Udenhout. - Staatsbosbeheer is in Zuid-Drenthe de 'Groene-loper-aktie' begonnen. Op Hemelvaartsdag is er van alles te beleven. In het Bargerveen is van 6 tot 9 uur een vogelexcursie vanaf de parkeerplaats aan de Schepenweg te Zwartemeer. Op vrijdag 26 mei kun je meedoen met de Zoek-je- weg-wandeling vanaf de hunebedden op de Havelterberg of aan een vogelexcursie van 6 tot 9 uur vanaf de Hoge Stoep in de boswachterij Gees en vanaf De Kijl in de boswachterij Slenerzand. - De Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie voor jongeren tussen 12 en 25 jaar houdt twee kampen rond Hemelvaartsdag: in de Ooypolder bij Nijmegen en in de Wieden bij Giethoorn. Informatie geven Valentijn Thuring, 030-714326 (Ooy) en Folkert Cuperus, 05220-52881 (Wieden). Misschien kun je nog mee. Meer kans heb je voor de pinksterkampen: van 2 tot 5 juni in de Dordse Biesbosch (info: Frank van Hoek, 01840- 33286), planten op Voorne (info: Rudolf Vos, 074-426966), op Koningsteen bij Thorn aan de Grensmaas (Bart Achterkamp, 050- 414728), met de Zoogdierenwerkgroep achter de vleermuizen aan bij Amsterdam (Marco Bikker, 02975-30632). - Van 25 tot en met 28 mei is het Thijsse-weekend op Texel, met een bijzondere excursie door de Slufter op Hemelvaartsdag, een symposium, de opening van de Thijsse-fietsroute en een avondmarkt op vrijdag en een schapendag op zaterdag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden