Langs een afgeknabbelde rest boerenland

Deze winterwandeling begint bij het NS station Breda-Prinsenbeek (eerst het fietspad langs de spoorlijn aanhouden). De wandeling is geïnspireerd door het boek van 'Honderd seizoenen van land tot stad' van Piet Hein Stulemeijer, met essays van o.a. Rudie Kagie, René Boomkens en Han Lörzing. Uitg. De Geus, euro40.

Marleen van Swigchem

Ten noorden van Breda, tussen de rivier de Mark en de spoorlijn naar Rotterdam, lag tot ver in de jaren zestig een maagdelijke strook open polderland. Sinds eind jaren zeventig is hier een nieuwe stadswijk gebouwd, de Haagse Beemden. Destijds het neusje van de zalm van de Nederlandse stadsuitbreiding. Beeldend kunstenaar Piet Hein Stulemeijer heeft de ontwikkelingen vijfentwintig jaar lang systematisch vastgelegd in reeksen foto's, genomen op vaste tijdstippen en vanaf vaste opnameplaatsen. Een fotoproject dat zich, in de boekvorm waarin het onlangs is verschenen, laat lezen als een boeiende streekroman.

Wat is er voor het oude, groene polderlandschap in de plaats gekomen? Misschien vooral: nieuw groen.

Na een aanloop vanaf het station begint de wandeling bij een verdwaasd uitziend groepje boerderijen dat samen de Muizenberg vormt. Een nogal chaotisch geheel waarin alleen het straatnaambordje Bredestraat houvast biedt. De Bredestraat is een van de oudste landwegen van de Haagse Beemden, op de scheidslijn tussen zandrug en zompig polderland. Nu vormt hij de scheidslijn tussen oud en nieuw.

Wat is sterker, het oude land, de resten van een oude houtwal, de geur van stallen en ingekuild gras, de stoppelige akkers, of rechts, onder de strakke vrieshemel, de architectonische blokkendozen van de nieuwste woonwijk, op een metersdikke laag opgespoten zand? Links het gekras van kraaien in de hoge bomen, rechts het kindergejoel op een schoolplein. Wat wint? Ik zou het niet weten.

Dan de oude Werftseweg. De stammen van de hoge bomen werpen lange schaduwen in de lage winterzon. Van hier tot aan de Mark niets dan vrijwel leeg land, deels beschermd poldergebied, met in de verte het silhouet van Terheijden en wat condenspluimen uit fabrieksschoorstenen. Ver weg raast het verkeer op de A16. De zon blikkert op de autoruiten.

Hier ligt het noordelijkste punt van waaruit Stulemeijer zijn foto's heeft gemaakt. Achter mij schemert de buitenste rand van de nieuwbouw door de kale bomen. In de zomer zal er helemaal niets van te zien zijn. Toch, de stad is er. Voelbaar aanwezig. Of is dat inbeelding, omdat ik aan de fotoreeksen van Piet Hein

Stulemeijer denk?

Bij het gemaal aan de Mark kun je de dijk op: ruisend riet, het fietspontje naar Terheijden in de zomermaanden, en zowaar een bankje om uit te kijken over de afgeknabbelde rest boerenland. 'Het is groen, en plat, en er lopen sloten door, dus dat zal wel weiland wezen', zo ongeveer stel ik me de gedachten van de buitenwijkbewoner voor, die hier even uitpuft van het rondje joggen.

Dan het meest evidente soort nieuw groen, het Haagse Beemden Bos van Staatsbosbeheer. Je ziet het op de foto's van Stulemeijer steeds dichter en hoger worden.

'Een bos, ha, recreëren!' Het fietspad dat voorheen strakke lijnen volgde, krijgt gezellige bochtjes. Er loopt een rode pijltjes-wandelroute doorheen. En er is een zicht-as uitgespaard, naar de ooit zo horizon-bepalende kerk van Terheijden. Voor de nieuwe generaties zal het een vanzelfsprekendheid zijn dat het bos er ligt. Vooralsnog is het groen voor flexibele 'netwerkstedelingen', die, als ze ècht bos willen, een retourtje rainforest boeken.

Vrachtauto's hobbelen over een tijdelijk pad, op weg naar wat een nieuwe, nu nog omstreden villawijk aan de Asterdplas moet worden.

Hier vlakbij ligt de Texasbar, rots in de branding. De eigenaar ziet al jarenlang de nieuwbouw vanachter zijn tap oprukken. Aan soep of pannenkoeken doet hij niet. Waarom zou hij? Door de jaren heen schonk hij een borreltje aan de boeren hier. Wat zal je daar nu ineens aan gaan veranderen?

De oude Rietdijk die hier sinds mensenheugenis liep, lijkt halverwege op te lossen in de woonerf-toestanden rond de Asterdplas. In de gauwigheid tel ik zeven honden die door evenzoveel bazen uitgelaten worden. Een beetje ronddwalen hier, langs voetgangerspaden en -bruggetjes, geeft een beeld van wat de nieuwe (rijke) suburbians zich van dit wonen-in-het-groen voorstellen: steigertjes, terrasjes, tuinbankjes, alle tuinen uitbundig beplant voor zover niet verstopt achter hoge, dichte heggen. Wil de 'nieuwe stad' zichzelf onzichtbaar maken in al dat nieuwe groen?

Dan is daar weer de Rietdijk: opnieuw een stukje landelijk leven. Het Moerenpad op, en het Dwars Moerenpad, door het kroonjuweel van de Haagse Beemden: het twee eeuwen oude landgoed Burgst. De huizen zijn óm het landschap heen gebouwd, 'rood op groen' is daar de term voor.

Ook met dit 'oude groen' is iets aan de hand. Het is een soort niemandsland. Het heeft iets van een gigantische vissenkom gevuld met natuur - wij, voetgangers op de Burgtsedreef, zijn als goudvissen zwemmend langs de rand. Een enkele oorspronkelijke boerenhoeve drijft als een inheemse waterlelie in de kom.

Tot slot het Paradijspad, en dan alsmaar het fietspad volgen, tussen eindeloze achtertuin-schuttingen door, terug naar het station.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden