Langs de tijdmakers van Mechelen

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Tien kilo goud zat er op de Romboutskathedraal. Tot de Eerste Wereldoorlog.

Geen minuut te laat stopt de intercity op het Mechelse station. Hier arriveerde in 1835 ook de eerste stoomtrein die reed op het Europese vasteland. De reizigers moesten na aankomst hun zakhorloges gelijkzetten op de plaatselijke tijd. Internationale contacten, maar ook de opkomst van de spoorwegen stimuleerden de indeling in grensoverschrijdende tijdszones. Waardoor uiteindelijk de Greenwich Mean Time in 1892 werd ingevoerd.

Voordat er afspraken werden gemaakt bepaalde elke plaats haar eigen tijd met behulp van een zonnewijzer. In Mechelen hangt er één op het stadhuis aan de Grote Markt. Het rechterdeel van het gebouw is een lakenhal uit de veertiende eeuw. In die periode was Mechelen een belangrijke textielstad.

Met de komst en invloed van de Habsburgers steeg de betekenis van Mechelen. Toen landvoogdes Margareta van Oostenrijk in 1507 vanuit haar Hof van Savoye onze gebieden ging besturen, werd het dé hoofdstad van de Nederlanden. Met de tuinzonnewijzer in haar renaissancepaleis kon Margareta haar astronomische klokken op het juiste uur zetten. Mechelaars noemen haar standbeeld op de Schoenmarkt liefkozend ’Margrietje’.

Ook haar stiefgrootmoeder Margareta van York was invloedrijk. Niet alleen in politieke zin. Haar paleis bood ruimte aan een rijk cultureel en wetenschappelijk leven. Zij steunde de opkomst van de boekdrukkunst. Erasmus en Thomas More behoorden tot haar gasten.

Na een Mechelse pint dwalen we door het mooie stadsdeel achter de brouwerij en het dertiende eeuwse begijnhof. Opnieuw langs de Sint-Romboutskathedraal. In 1687 sloeg een stedeling groot alarm, omdat de toren in brand zou staan. Mist, de maan en een glaasje te veel hadden echter zijn beeld vertroebeld. Het leverde de Mechelaars de spotnaam ’manenblussers’ op. De wijzerplaten uit 1706 waren ooit de grootste ter wereld. In de Eerste Wereldoorlog werden deze bij beschietingen vernield. En ook de wijzers waarin tien kilo goud verwerkt was.

Even verderop in de Schaalstraat een replica in het klein, gemaakt door Josef Op de Beeck van het horlogeriemuseum erachter. Eerst nog een bezoek aan Maria van Lourdes in haar grot. Ze is te vinden in de Kerk van Onze Lieve Vrouw van Leliëndaal. Ook hier gaat het om een miniversie van de oorspronkelijke.

Het museum bevat een bonte verzameling klokken, zakhorloges en tijdlopers. Mechelen kende in de achttiende eeuw een groot aantal horlogemakers. Niet meer textielwerkers, maar meubelmakers waren toen belangrijk voor de welvaart van de stad. Toch kon niet iedereen een klok of horloge kopen. Pas toen Vloebergh in 1867 het eenvoudige Roskopfhorloge introduceerde werd de aanschaf een stuk betaalbaarder. In plaats van een kwartaalinkomen kostte het nog maar een weekloon. Tot de opkomst van het kwartshorloge, veertig jaar geleden, waren er nog legio horlogemakers.

Nog even naar de historische panden aan de Haverwerf langs de Dijle. In de Middeleeuwen was hier een bloeiende binnenhaven die in open verbinding stond met zee. Mooi bij avond is de kleurenklok uit 1936 op het voormalige kantoor van bierbrouwerij Lamot. Net als de brouwer gaf uurwerkmaker Michiels om de hoek er de brui aan. Zijn achterkleinzoon pikte de draad weer op. Klokken aan gebouwen repareert nazaat Luc niet vanaf kranen en stellingen, maar door als alpinist de hoogte in te gaan. Een goede manier om de kosten te drukken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden