Langs de fjorden in een e-eend

Nu de sjoemeldiesel in de ban gaat zullen de schonere alternatieven zich vast sneller onwikkelen. Dan wordt die elektrische autovakantie ook eens een keer realiteit. Of gaat dat nu al prima? Rosa Groen en Ruben Stern probeerden het uit en reden met een elektrische 2CV door Noorwegen.

Zodra we ergens in Oslo onze elektrische 2CV parkeren, tikt een toerist op het raampje om te vertellen dat ze onze eend fantastisch vindt en dat ze in Japan ook veel oude eendjes hebben. Een buschauffeur onderbreekt de Japanse om te waarschuwen dat we op een plek voor elektrische auto's staan. Als we antwoorden dat we elektrisch zíjn, valt zijn mond open van verbazing. De toon is gezet.

Geen land ter wereld heeft meer elektrische auto's dan Noorwegen (per hoofd van de bevolking). Er zijn veel stimuleringsregelingen: je betaalt geen tol, je mag op de busbaan rijden, vaak is parkeren en opladen kostenloos en op de meeste veerboten mag je gratis mee. Maar oude auto's op elektra zijn de Noren niet gewend.

Onze tocht voert door het brede zuidelijke deel van het land. De kaartjesverkoper van de Fodnes-Mannheller veerboot (op zo'n 230 km ten noordwesten van Oslo) barst uit in bulderend gelach, overgaand in een hoestbui, als hij hoort dat onze auto elektrisch is. Hij loopt om de vijftig jaar oude eend heen en probeert zijn ogen te geloven. Bij een andere veerboot zegt een mevrouw vanuit haar loket: "Dit is géén elektrische auto." Ze laat ons een stukje heen en weer rijden om het tegendeel te bewijzen. We rollen geluidloos naar voren en terug, lachend geeft ze haar collega's door dat er een ongebruikelijke auto aankomt in de e-rij. Een elektrische vakantie vereist enige planning, verdwalen kan funest zijn. Niet meer dan 140 km per dag, in de bergen slechts 120 óf ergens onderweg bijladen. Dat laatste kost wel tijd: in één uur laad je voor ongeveer 20 km. Het kost zeven uur om de auto helemaal op te laden. Laadpalen zijn, buiten de rurale gebieden, gelukkig bijna overal te vinden. Met verschillende apps sporen we ze op.

We besluiten eens avontuurlijk te doen en reizen een paar dagen op de bonnefooi, zonder van tevoren een camping te boeken. We stoppen bij een bordje met een tent, om op internet te checken of de camping 11 km bergopwaarts goede recensies heeft. Hij is gesloten, lezen we, 'because the guests were freezing to death in their tents'. Waren we de berg opgereden, dan hadden we kostbare ampères verbruikt. Verder dus, en laag blijven bij de fjord.

We vinden een camping in Sjoa, waar we dichtbij een stopcontact de tent opzetten en een vuurtje stoken aan een woeste, helblauwe rivier. Campingbaas Knut, een vriendelijke baardmans van weinig woorden, komt twee keer foto's maken. Hij vindt onze auto geweldig. Knut, die samen met twee onmogelijk kleine hondjes over de camping waakt, vertelt dat op onze geplande route een tunnelbrand is geweest. Geen slachtoffers gelukkig, maar we moeten een andere weg zoeken. Omrijden lukt niet in één dag, behalve als we onderweg minimaal vijf uur stoppen om bij te laden. We laten dit nieuws op ons inwerken terwijl we de volgende dag langs glashelder water met daarin het perfecte spiegelbeeld van de bergen rijden. Het ijle Noorse wegennet voert door de schitterendste en ruigste natuur van Europa, maar is daardoor kwetsbaar. Een incident kan ervoor zorgen dat je honderd kilometer moet omrijden.

We checken in bij de camping van Fjaerland in een hut waar we met een snoer door het wc-raampje opladen. Nergens in Noorwegen komen de gletsjers dichter bij zeeniveau. Daarom is het toerisme in Fjaerland al rond 1820 begonnen; welvarende lieden kwamen per boot en lieten zich door boeren te paard naar boven rijden. De rand van de gletsjer lag in die tijd nog veel dichter bij het fjord dan nu, maar door de opwarming smelten de gletsjers weg en kruipen ze naar grotere hoogte. Gelukkig werken wij daar met onze elektrische eend niet aan mee.

We besluiten als alternatief voor de afgesloten tunnel de veerboot van Kaupanger naar Gudvangen te nemen. Dit is een drie uur durende boottocht door een van de meest bijzondere fjorden, de Naerøyfjord, die op de Unesco-werelderfgoedlijst staat. Bij een splitsing van de fjord zien we een vuurtorentje waar jongeren staan te zwaaien. Daarachter op de enige vlakke vierkante meters twee tentjes, op de rotsen hun kajaks. In dit onherbergzame gebied kun

je dit soort plekken alleen per boot bereiken. Ze zijn zeker 15 km van de bewoonde wereld verwijderd.

De wildernis is in Noorwegen nooit ver weg en de Noren proberen dat ook zo te houden. Zij voeren een streng milieubeleid, op zich opvallend voor een land dat zijn grote rijkdom vooral uit olie-export haalt. Naar verwachting veranderen de regels binnenkort, het beleid blijkt té succesvol. De busbanen staan vaak vol met elektrische auto's en vooral rijkeren maken gebruik van de belastingvoordelen voor dure e-auto's.

Na een rondje van 2500 kilometer staan we drie weken later op onze laatste camping. We pluggen in naast de tent en kijken uit over het Heddalmeer. Achter ons horen we de acculader zachtjes zoemen. Morgen barst een feest los van oldtimerliefhebbers, daar kunnen we onze vreemde eend nog mooi even showen.

www.visitnorway.com

www.fjellnorway.com

www.fjordnorway.com

www.visitsouthernnorway.com

Elektrische 2CV

Een ombouw naar elektrische aandrijving is een specialistische klus. De techniek is eenvoudig maar de auto moet aan strenge eisen voldoen om de weg op te mogen.

Verwijderd zijn: benzinemotor met alle toebehoren, benzinetank, uitlaat, een deel van de bedrading, benzineleiding etc. Hiervoor in de plaats: elektromotor, centrale regelunit en het batterijpakket, verdeeld over de auto in verband met gewichtsverdeling en ruimte.

Actieradius: ± 150 km (vol beladen en in bergachtig gebied ± 125 km)

Topsnelheid: > 140 km/u

Acceleratie: vlot!

Laadtijd leeg naar vol: ± 7 uur.

Kosten: goedkoop is de operatie niet: als je zelf een eend bezit kost ombouw 20.000 euro, kant en klaar kost de elektrische eend 30.000 tot 35.000 euro.

Zie:

www.tractionelectrique.nl

Internationaal laden

Voor bezitters van een Tesla is het al mogelijk om een aantal belangrijke internationale routes te rijden, via het superchargernetwerk. Met een andere elektrische auto ben je afhankelijk van snelladers (er bestaat een aantal verschillende stekkers) of langzaamladers, net zo snel als een huis-, tuin- en keukenstopcontact (met universele stekkers). Dit netwerk breidt zich razendsnel uit. De stekkers zijn niet overal hetzelfde. Vaak zijn verloopstekkers nodig, Frankrijk heeft een heel eigen aansluiting voor snelladen. Voor de kampeerders is het handig om een verloop naar de blauwe camper-stekker mee te nemen, dan kan men op vrijwel elke camping terecht.

Aantal oplaadlocaties per land

Nederland5794

Frankrijk 4983

Duitsland 3966

Verenigd Koninkrijk 1951

Noorwegen 1747

Zwitserland 1481

Italië 871

Oostenrijk 758

Zweden 698

Spanje 613

België 612

Ierland 487

Portugal 456

Denemarken 408

Finland 206

bron: chargemap.com

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden