Langs de boerderijen van Tryntsje

Nog voor we door de Trynwâlden gaan swalkje (rondzwerven), trekt de beeldengroep tegenover het dorpscafé van Oentsjerk ons de geschiedenis in van dit fraaie stukje Fries platteland. Op een bakstenen sokkel houden Tryntsje en haar zeven zonen, in brons gegoten, de legende levend die verhaalt van het ontstaan van de dorpjes in deze streek.

Trynwâlden, gelegen ten oosten van Leeuwarden in de huidige gemeente Tytjerksteradiel, bestond oorspronkelijk uit trye wâlddoarpen: Gytsjerk (Giekerk), Oentsjerk (Oenkerk) en Aldtsjerk (Oudkerk).

Maar veel leuker dan deze uitleg van de naam -'drie wouddorpen'- is natuurlijk de honderden jaren oude legende van Tryntsje, een rijke boerenweduwe die het zo goed voor had met haar zeven zonen dat ze ieder van hen een eigen pleats (boerderij) toebedeelde met veel land eromheen.

Elke pleats groeide uit tot een dorp, mét kerk natuurlijk, dat de broers naar zichzelf vernoemden. Zo werd Gieke de grondlegger van Gytsjerk, Oene bouwde Oentsjerk, Alde stichtte Aldtsjerk, Rypke stichtte Ryptsjerk (Rijperkerk), Tiete bouwde Tytsjerk, Wynse Wyns en Reade tenslotte Readtsjerk (Roodkerk). Mûnein (Molenend), tot 1948 onderdeel van Oentsjerk, en het enige dorp zonder kerk (maar mét molen), kwam er later nog bij. De hele streek met de acht dorpen werd later Trynwâlden genoemd, de 'woud'-dorpjes van Tryntsje.

Nu is 'woud' wel een erg groot woord voor de begroeiing die we rondom de dorpen aantreffen, maar voor Friese begrippen is dit gebied, vergeleken met het karakteristieke open weide- en merenlandschap van de provincie, zeker bosrijk te noemen. En daardoor extra aantrekkelijk, vonden ook de rijke burgers die er in de 16de en 17de eeuw -volgens de mode van die tijd in de ban geraakt van het buitenleven- hun fraaie buitenplaatsen lieten bouwen.

Op onze swalk-rûte zien we er drie. Eerst Unia State, een markant gebouw aan de hoofdweg door Oentsjerk, dat tot in de 18de eeuw adellijke bewoners heeft gehad. Direct daarna, even ten noorden van de dorpskern ligt Stania State, een van de best bewaarde states in Friesland. Jeppe Stania liet het landgoed bouwen in de 16de eeuw; echt allure kreeg het dankzij nieuwbouw in 1744.

De formele tuin bij de state werd in de 18de eeuw aangelegd door J.H. Knoop, waarna de befaamde landschapsarchitect Roodbaard die een eeuw later omvormde tot een Engelse landschapstuin met waterpartijen, slingerpaden en fraaie zichtlijnen. Je kunt er leuk wandelen, wat duizenden mensen per jaar dan ook doen. En wat eten en drinken in de tot sfeervolle tuinzaal verbouwde voormalige jeugdherberg. Sinds 1960 zijn state en park eigendom van Staatsbosbeheer.

Tussen Aldtsjerk en Mûnein zien we later op onze wandeling aan het einde van een statige oprijlaan het ruim 300 jaar oude landgoed 'De Klinze' liggen, tegenwoordig in gebruik als hotel en conferentieoord. De heer Hessel van Aysma, hoge commissaris en enige tijd lid van de Raad van State, meende dat dit het mooiste punt van de hele omgeving was en gaf daarom rond 1680 opdracht hier een landhuis neer te zetten, met alles erop en eraan: toren, tuin en schiphuis.

Al snel bleek echter zijn begeerte de begroting verre te boven te gaan, zodat 't Slot werd doorverkocht aan de gefortuneerde heer Hobbe Beardt van Sminia, die als rechter verbonden was aan het Hof van Friesland. Het huis ging 'De Klinze' heten en bleef tot 1966 in bezit van de adellijke familie Van Sminia.

Maar eerst nog even terug naar Aldtsjerk: een parel van een dorpje, zoals dat daar ligt te dromen aan het Elfsteden-riviertje de Murk. Al waait het vandaag fors, toch is de zondagsrust voelbaar neergedaald over de lage Friese huisjes met hun stevige voorgevels. En zichtbaar: slechts een enkeling haalt een frisse neus in de verder lege straten. Fier steekt het 12de-eeuwse romaanse kerkje met zijn zadeldaktoren (1721) boven de huisjes uit: de weg naar de hemel is hier recht.

In 1840 kende Aldtsjerk drie herbergen: 't Amelân, De Trochreed en Moarkswâl. Net over de Murk, in De Trochreed, kon met koets en paard worden overnacht. Maar wie te diep in het glaasje had gekeken, werd door de dorpsveldwachter in de kladden gegrepen en kon zijn roes uitslapen achter slot en grendel in 'It hounehok' onder de toren van het Nederlands hervormde kerkje.

Aan de dorpszijde van de Murk ligt het Jeen van de Bergplein. De bekende marathonschaatser won in 1956 de Elfstedentocht en tijdens de barre tocht van 1963 schaatste hij híer met zijn hoofd tegen de onderkant van de ijzeren klapbrug. Café Moarkswâl, aan de Murk, is in 1982 door brand verwoest. Maar voordien werden op de balke van deze beroemde ijsherberg 's winters de namen geschreven van de Elfstedenschaatsers die als eersten uit Leeuwarden via de Bonkevaart en de Murk het dorp bereikten.

Via de 'Zwarte Singel', een lange met bomen omzoomde laan die de oprijlaan naar De Klinze kruist, lopen we vanuit Aldtsjerk Griekenland en Turkije binnen. Navraag bij het gemeentehuis in Bergum leert dat deze bosjes hun naam te danken hebben aan de Turkse en Griekse 'staatspapieren' (obligaties o.i.d.) waarvoor ze zijn aangekocht. Via het aansluitende Kaetsemuoi's Bosk bereiken we Mûnein, dat weinig indruk op ons maakt.

Nog een ommetje over het Flokhernepaed en we wandelen Oentsjerk weer binnen, waar we afscheid nemen van Tryntsje en haar zeven zonen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden