Langs de Belgische grens op zoek naar naakte begijntjes

Een grensoverschrijdende tocht door het Belgische Hageven - De Plateaux. Op zoek naar naakte begijntjes en de verkeerde-onze-lieve-heer.

De zomer bijna voorbij en nog geen enkele keer door België gekomen. Geen frietkot gezien, geen tongval genoten. Geen gagelbier gedronken of grap bevestigd gekregen. Hoog tijd dus voor een tocht naar de zuiderburen. Hageven - De Plateaux is zo'n natuurgebied om optimistisch van te worden.

De afgelopen jaren is er met geld van de Europese Commissie een opknapbeurt geweest die je oprecht geslaagd kunt noemen. Zoals zo vaak werden oude ingrepen teruggedraaid. Bos werd weer heide, landduinen van hun moslaag ontdaan. De beek kreeg weer kronkels en in de vloeiweiden keerden de bloemen terug. En bij dat alles is het er ook nog eens zo heerlijk rustig; ik dwaalde vijf uur en zag slechts één mens. Een gebied dus om eigenlijk geheim te houden. Maar allee, zoals de Belgen zeggen.

Ik ben deze ochtend duidelijk de eerste. De spinnendraden boven het pad zijn nog niet doorbroken, de regendruppels op het gras door niemand aan schoen en broek meegenomen, de reeënpootjes nog niet overlopen. De herfst nadert onverbiddelijk. Op het pad liggen verse eikels en gaaien zijn druk in de weer. Gewoon negeren, zegt de inborst, dus met kippenvel in korte broek.

Na wat inleidende dennen voert het pad al snel naar een kapvlakte. Een immense oppervlakte is van bomen ontdaan om de heide weer kans te geven. De ingreep is goed gelukt, getuige de bloeiende heideplantjes, maar vergt nog wel wat nazorg. Dankzij wind, zaadbank en vogels zijn toch weer honderden berken en dennen opgeschoten en 'die zaten niet in het plan'.

Op een berkje zit een roodborsttapuit te loeren; een snelle uitval en een vette spin is niet meer. Een mestkever scharrelt op een stronthoop en van snel doorlopen is allang geen sprake meer. Gelukkig heb ik tijd genoeg want ook de elf herstelde Plateauxvennen even verderop nopen tot enige natuurvorserij.

Zoals op zoveel plekken was ook dit vennengebied verworden tot een bemeste akker zonder enige flora of fauna van waarde. De libellenrijkdom van weleer - geroemd in oude geschriften - verdween, net als zonnedauw en zeggen. Doodzonde, dus nu geld voor heel even 'geen rol speelde', werden op grond van bodemmonsters en luchtfoto's uit 1936 elf vennen weer uitgegraven.

Boven het water vliegen grote libellen, extra groot nu ze gekoppeld vliegen. Het boek komt er bij - geen overbodige luxe aangezien hier ruim veertig soorten libellen en waterjuffers vliegen - en na ampele studie krijgt een paar een identiteit. De superzeldzame Kempense heidelibel lijkt iets te hoog gegrepen, maar met een bruinrode heidelibel ben ik ook content.

De sprietsels op de oever hebben nog iets te weinig gedaante om te kunnen determineren, maar een weidse blik vanuit de kijkhut is een goede surrogaat. Geelgroenbruinoranje strekt de vlakte zich uit. Een laatste zwaluw knuttert boven het water en enige weemoed dringt zich op.

Maar komaan, de zwaluw is nog niet vertrokken. De zon schijnt, de verlatenheid is groots, de natuur hoopgevend en verwonderlijk. Want na platheid gelijk de Pays-Bas betaamt, verschijnen opeens zandbergen. Landduinen, eeuwen geleden opgeworpen door onstuimige winden en onlangs menshandig van hun mosdek ontdaan. Goudgeel liggen ze daar onneembaar te wezen voor een graafwesp die een kuiltje probeert te graven, maar steeds met een instortend bouwsel wordt geconfronteerd.

Bij de beek De Dommel meldt een Belgisch paneel 'dat men doorheen het jaar de evolutie van het waterpeil zoekt te volgen' en ik voel me geheel en al op de hoogte. Vanuit het riet klinkt Belgisch gemopper van een echtpaar in een kano. En als dan de beheerder van het Belgisch bezoekerscentrum me waarschuwt een bepaald pad niet te nemen 'omdat je dan bij die Hollanders komt', komen ongemerkt toch oude Belgenmoppen uit een achteraf stukje van de hersenen naar voren.

Het Christusbeeld - de Verkeerde Onze-lieve-heer - een stukje verderop maakt dat niet beter. Jezus kijkt de verkeerde kant op; niet naar rechts maar naar links. En dan die trap midden op het pad. Moet dit een uitkijktoren zijn of is de plantekening verkeerd geïnterpreteerd? De nieuwsgierigheid wint en zowaar: de trap geeft uitzicht over een vijver. Niet spectaculair, maar ook niet niets.

De Belgen blijken met dezelfde problemen te kampen als wij: ook hier knabbelt de landbouw aan de grenzen van het natuurgebied. Tussen maïs en natuur groeit toch nog gagel: een kruidige struik die vroeger gebruikt werd om bier te conserveren en te aromatiseren. En ja, de zuiderburen zouden de zuiderburen niet zijn als zij het gagelbier - het gageleer - geen nieuw leven zouden hebben ingeblazen. Het verheugen kan beginnen.

Maar eerst zijn er de naakte begijntjes, die fragiele wonderlijke herfsttijlozen. Velden vol met dit bolgewas dat juist in de herfst bloeit, zonder daarbij blad of wortel te vormen. En met de herfsttijlozen - door de Belgen beeldend naakte begijntjes genoemd- de vloeiweiden want ja, die zijn onlosmakelijk verbonden.

Om gruwelijke armoede en verloedering te beteugelen besloot de Vlaamse overheid halverwege de negentiende eeuw hier vloeiweiden aan te leggen. Er werd een fijnvertakt stelsel van kanaaltjes gegraven compleet met bakstenen stuwtjes om zo kalk- en voedselrijk Maaswater over de weiden te laten vloeien. Waterbeheersing was een kwestie van graszoden in de zoefjes (de smalste kanaaltjes) aanstampen of juist lostrappen. De vloeiweiden moesten hooi opleveren voor de paarden van Antwerpen en het leger. De nood was blijkbaar hoog. Om verlies te voorkomen, trokken vrouwen in plaats van paarden de schuiten met hooi het gebied uit. Althans, zo gaat het verhaal.

Met het Maaswater kwamen vermoedelijk ook de zaden; herfsttijloos, veenorchis en moeraszoutgras. Die bijzondere planten en de cultuurhistorie waren voor beheerder Natuurmonumenten reden om de in onbruik geraakte vloeiweiden in ere te herstellen. Ik ben precies op tijd. In de weiden honderden, nee duizenden frêle bloemen. Ontwapenend in hun eenvoud. Wat een bouwplan, welk een perfectie, hoe schoon zo'n schoon madammeke kan zijn.

Route

De gelopen route is een combinatie van de grensoverschrijdende blauwe (tweelanden) en rode (vloeiweiden) pad. Beide starten bij de werkschuur van Natuurmonumenten aan de Barrier 15a 5571TV Bergeijk (vlakbij Belgische grens).

Rondjes zijn ook apart te lopen; zie paneel bij de werkschuur.

natuurpuntneerpelt.be/files/wandelkaart_hageven_2011.pdf

Per auto: natuurmonumenten.nl/ natuurgebied/de-plateaux

Openbaar vervoer; lastig. Slimst is in Bergeijk fiets te huren defietsenmakeroptloo.nl en half uurtje mooi te fietsen.

Herfsttijloos

Herfsttijloos bloeit tot in oktober, afhankelijk van het weer.

Let op: op 20 september is er een excursie. natuurmonumenten.nl/ natuurgebied/ de-plateaux/activiteiten

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden