Review

Langs Berlijnse snackbars en riolen

Het was weer typisch Marcel Reich-Ranicki. Enkele weken geleden presenteerde hij in Frankfurt een boekenproject bestaande uit twintig grote Duitse romans uit de laatste twee eeuwen, bestemd voor scholieren, studenten en iedereen die in de Duitse literatuur geïnteresseerd is. De fraai vormgegeven cassette, een coproductie van diverse uitgeverijen onder auspiciën van Suhrkamp, draagt de bijna provocerende titel: 'Der Kanon. Die deutsche Literatur. Romane' -soortgelijke cassettes met novellen, poëzie, drama en essays zullen volgen.

Goethe, Thomas Mann en Fontane zijn ieder met twee romans vertegenwoordigd en verder selecteerde de criticus meesterwerken als Kafka's 'Der Prozess', Döblins 'Berlin Alexanderplatz', Heimito von Doderers 'Die Strudlhofstiege', Wolfgang Koeppens 'Tauben im Gras' en Günter Grass'Die Blechtrommel'. Net zo typisch waren overigens de reacties in de Duitse pers. De Frankfurter Allgemeine entameerde meteen een discussie over het nut van zo'n (beknopte) canon en nodigde tien jonge schrijvers uit om één van de door Reich-Ranicki geselecteerde romans toe te lichten. De zojuist in het Nederlands vertaalde Georg Klein beet de spits af met een bijdrage over E.T.A.Hoffmanns 'Die Elixiere des Teufels', waaruit bleek hoe groot de invloed van dit werk op zijn eigen productie is geweest. Al in zijn vroege puberteit, zo schreef Klein, verslond hij Hoffmann en vanaf die tijd wilde hij nog maar één ding: zelf schrijver worden.

Georg Klein (1953) publiceerde tot nu toe twee romans en een verhalenbundel, waaruit een grote affiniteit met de Schauerromantik blijkt. Het nu vertaalde 'Barbar Rosa', vorig jaar jubelend onthaald door veel Duitse critici, bevat zelfs diverse onverhulde toespelingen op E.T.A.Hoffmann. De roman begint met een misdaad, bepaald Hoffmannesk dus. Een geldtransportauto is overvallen en sindsdien spoorloos verdwenen, de chauffeurs incluis. De verteller en hoofdpersoon Mühler, een aan lager wal geraakt figuur, krijgt van een mysterieuze firma de opdracht om de zaak op te lossen. Achtenveertig uur heeft hij daartoe de tijd, een vorstelijke premie wordt hem in het vooruitzicht gesteld.

Op zijn zwerftocht door het hedendaagse Berlijn (de stad wordt overigens nergens met name genoemd) etaleert Mühler een voorkeur voor de zelfkant van de maatschappij, voor smoezelige spelonken, gribussen en allerhand louche locaties. De videoshop 'Groene Cisterne' behoort daartoe, gespecialiseerd in 'necrofiele en fecesofiele films van over de hele wereld'. Of een daklozenkolonie ergens aan een kanaaldijk, waar zich ook een 'ambulante snackbar' bevindt. In het 'gebruikstekstenpakhuis' van de uit Oost-Europa afkomstige gebroeders Ilbich, ruim gesorteerd in tweedehands stripboeken, folders en brochures -en gehuisvest in een onbruikbaar verklaarde parkeergarage- stuit Mühler op eerste aanknopingspunten.

Fijnbesnaarde lezers zullen enige moeite hebben met deze roman. Herhaaldelijk stuit je op uitwerpselen, dierkadavers, afvalcontainers of riolen; ook het bloed vloeit rijkelijk op deze pagina's. Georg Klein heeft ontegenzeggelijk een hang naar het macabere en doet er alles aan om de lezer te shockeren, wat hem aanvankelijk aardig lukt maar wat gaandeweg een maniertje wordt en aanmerkelijk aan kracht inboet. Dat ik toch bleef doorlezen heeft vooral met Kleins taaltalent en met zijn plezier in het vertellen te maken. Klein is zonder meer een vaardig stilist, iemand met een voorkeur voor lange zinsconstructies en veel uitweidingen; vaak is zijn proza even ingenieus als artificieel.

In het tweede deel van 'Barbar Rosa' stapelen de bizarre en groteske ontwikkelingen zich op. De ontknoping is nauwelijks na te vertellen. Zoveel kan hier worden verraden: de geldtransportauto is niet door gangsters overvallen, maar werd verpletterd onder een neerstortend militair vliegtuig. In het atelier van de performancekunstenaar Bertini, een kruising van Jeff Koons en Andy Warhol, ontdekt Mühler uiteindelijk een deel van de transportauto alsmede enkele verkoolde lijken.

'Barbar Rosa' is een met lef en bravoure vertelde romantische misdaadroman, misschien ook wel een parodie op de detective, die niet vrij te pleiten is van effectbejag en slapstick. Bij vlagen is het verhaal niet meer te volgen, wat de verteller zich overigens zelf schijnt te realiseren; ergens heeft hij het over de 'wildgroei van mijn gefantaseer' en de 'overdaad aan beelden'. Sommige motieven zijn erg gezocht. Dat geldt bijvoorbeeld voor de 'operatie Barbarossa', Hitlers veldtocht naar het oosten die miljoenen slachtoffers vergde -en waarnaar de titel lijkt te verwijzen. Behalve enkele relikwieën van omgekomen joden, die Mühler in het 'gebruikstekstenpakhuis' opspoort, en misschien nog de vele Oost-Europese vluchtelingen in Berlijn, lijkt niets deze titel te rechtvaardigen.

Helaas bevat de Nederlandse editie van deze roman een groot aantal slordigheden en fouten. Diverse keren stuitte ik op zinnen waarbij het onderwerp niet spoort met de persoonsvorm: ,,Een filmrevue zoals men die ooit in de studio's in de buitenwijken in het oosten van de stad plachten te vertonen'. Vaak is het niet uit te maken of de vertaling tekortschiet of dat het om druk- en spelfouten gaat. Een van de bijfiguren heet 'Hansi', maar op bladzijde vijftig figureert hij als 'Hanni'; twee bladzijden verder staat 'karwijtje' waar 'karweitje' wordt bedoeld. Ook de interpunctie is uitermate slordig, wat vaak tot onduidelijkheden leidt.

Kortom, deze roman had zo nooit uitgegeven mogen worden. Het is des te merkwaardiger omdat zowel de vertaalster als de uitgever tot dusver bijna alleen maar degelijk werk hebben afgeleverd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden