Lange arm Ankara reikt tot in polder

Turkse nationalisten zien in de verwijdering van enkele landgenoten van de CDA- en PvdA-kandidatenlijsten voor de Tweede Kamer een ’Armeens complot’. Andere Turken zijn de botte ontkenning van de volkenmoord beu, maar kunnen daar moeilijk voor uitkomen.

door Eildert Mulder

Bij een betoginkje voor het CDA-kantoor in Den Haag overhandigden Turkse demonstranten twee jaknikkende poppen aan een vertegenwoordigster van het partijbestuur. De poppen moesten de Turkse kandidaten Ayhan Tonca en Osman Elmaci vervangen, die het CDA van de kieslijst had afgevoerd omdat ze de Armeense genocide ontkenden. De mevrouw van het CDA mompelde iets van ’we moeten met elkaar in contact blijven’, maar meed het debat.

Zij miste daarmee een gouden kans echt contact te leggen, bijvoorbeeld door iets ongezoutens te zeggen over de pleisters die sommige betogers op hun mond hadden geplakt. Ze had kunnen beginnen over de vele Turken in Nederland die geen pleister op hun mond plakken, maar die ook niets durven zeggen over bijvoorbeeld de als een halfgod vereerde Turkse ’vader des vaderlands’, Mustafa Kemal Atatürk, of over de Armeense genocide, omdat ze bang zijn voor de Turkse strafrechter.

Door te zwijgen versterkte de CDA-mevrouw een boos vermoeden binnen de Turkse gemeenschap. Veel Turken zijn er namelijk van overtuigd dat Nederlandse politieke partijen niet inhoudelijk denken, maar hun Turkse kandidaten vooral gebruiken om Turkse stemmen te trekken. De Turkse kandidaten moeten daarom een flinke achterban hebben, maar wat die achterban of zelf denkt, is oninteressant. Behalve als de media vervelend doen.

De laatste jaren hebben vooral nationalistische Turken dit veronderstelde Nederlandse cynisme beantwoord met hun eigen cynisme. Ze maakten carrière in partijen waarin ze ideologisch eigenlijk weinig te zoeken hebben. Hun bruidsgift bestond uit een kruiwagen vol voorkeurstemmen – dit tot verdriet van andersdenkende Turken, die de partijen vergeefs waarschuwden voor de opportunistische Turkse politici.

Hierbij speelt een oud trauma mee. Want in de jaren zeventig woedde in Turkije een felle strijd tussen uiterst links en rechts. Beide zijden deden vreselijke dingen. De ’Grijze Wolven’ voerden de rechtse troepen aan. In 1980 maakte het Turkse leger met een staatsgreep een einde aan de gevechten.

Turkse migranten, die in de jaren zestig en zeventig naar Nederland begonnen te komen, namen hun politieke conflicten mee. Linkse Turken speelden in op de linkse sfeer destijds in Nederland en schilderden de Grijze Wolven af als duivels. Het gold in die tijd voor partijen als ongepast zich in te laten met deze mensen, aan wie een odium van fascisme kleefde. Linkse Turken geven toe dat ze hun tegenstanders destijds wel erg hebben zwart gemaakt, maar vinden dat de slinger nu doorslaat naar de andere kant.

De Grijze Wolven, ooit politiek melaats, krijgen tegenwoordig zelfs hoog bezoek. Premier Jan Peter Balkenende ging vorig jaar in Den Haag feestelijk met Grijze Wolven op de foto in de clubruimte aan de Schalk Burgerstraat.

Grijze Wolven dringen ook geregeld door tot gemeenteraden, voor verschillende partijen. Dat is pijnlijk voor mensen die in Turkije hebben meegemaakt wat hun geestverwanten uitspookten. En die weten dat Grijze Wolven in Turkije nog steeds sterk zijn vertegenwoordigd in de politie en geheime dienst. Ze zien bovendien dat Nederlandse politieke partijen soms openlijk partij trekken voor Grijze Wolven. Vijf jaar geleden ontdekte een Haagse Turk, die zelf de PvdA-kandidatenlijst voor de gemeenteraad had gehaald, dat daarop ook een Grijze Wolf prijkte. Hij eiste tevergeefs dat die van de lijst zou verdwijnen en stapte vervolgens zelf op. Electoraal had de PvdA gelijk want de Grijze Wolf haalde een paar duizend voorkeurstemmen binnen.

Veel Turkse nationalisten doen alsof alle vierhonderdduizend Nederlandse Turken diep beledigd waren toen het CDA Tonca en Elmaci en de PvdA Erdinc Sacan verwijderden. Maar het ligt genuanceerder. Want ongeveer de helft van de ’Turken’ is Koerd. De Koerden hebben doorgaans weinig op met het Turks nationalisme. En ook onder ’Turkse Turken’ is er verzet, dat zich niet beperkt tot links.

Onafhankelijk denkende Turken ergeren zich, net als Armeniërs, aan de pavlovreacties van Turkse nationalisten. Ook zij onderschrijven dovaak niet volledig de Armeense lezing. Maar de manier waarop Turkse nationalisten de genocide van 1915 bagatelliseren, goedpraten of ontkennen, accepteren ze evenmin. Het pijnlijke is echter dat zij niet vrijuit kunnen praten.

Turkse nationalisten hoeven meestal weinig te vrezen, omdat zij, vaak in overdreven vorm, het officiële Turkse standpunt verkondigen. Zij leggen de val van Tonca, Elmaci en Sacan uit als een ’Armeens complot’, gesteund door CDA-fractieleider Maxime Verhagen, met Balkenende als tegenpool. Maar andersdenkenden kunnen strafrechtelijke problemen krijgen in Turkije. Want Turkije is nog altijd geen volledig democratische staat. Het land kent flinke resten dictatuur en vertoont totalitaire trekjes. Tot niet zo lang geleden konden journalisten honderd jaar cel krijgen, niet voor dubbele moord maar vanwege hun schrijfsels. Of zoals iemand het verwoordt: „Ik overdrijf, maar we zijn ook een beetje Noord-Korea. Ook Atatürk heeft een nieuw mensbeeld ontwikkeld, waaraan de Turken moeten voldoen.”

Op de achtergrond speelt bovendien een conflict binnen de Turkse gemeenschap in Nederland. Inzet is hoe Turken hun plaats moeten vinden in de Nederlandse samenleving en hoe de band met Turkije moet zijn. En ergernis over de lange arm van Ankara. Onlangs noemde VVD-leider Mark Rutte het een schandaal dat Nederlandse Turkse politici strafrechtelijke problemen kunnen krijgen in Turkijke vanwege dingen die ze hier in Nederland zeggen, bijvoorbeeld over de Armeense kwestie.

En er komt nog iets bij: vrees voor sociale uitsluiting. Want de Turkse gemeenschap is een dorp, waar iedereen alles van iedereen weet. De eigen kranten fungeren vaak als schandpaal.

Dat ondervond in mei Zeki Arslan van het Nederlands multicultureel instituut Forum. Arslan zou meedoen aan een symposium over genocide, in de synagoge van Enschede. De Turkse krant Dünya schreef vervolgens dat Arslan terreur in Turkije financierde met Nederlands overheidsgeld. Ook familie van hem in Turkije zou daarbij zijn betrokken. Dit alles zonder een spoortje bewijs.

Vooral de verwijzing naar de familie in Turkije was vals. Arslan zag af van deelname aan het symposium.

Een belangrijke rol speelt hierbij de Nederlandse afdeling van het Turkse ministerie van godsdienstzaken, Diyanet. Het ministerie bepaalt, ook binnen Nederland, de tendens van de preken in door haar beheerde moskeeën. Diyanet volgt de beroering over de Armeense genocide dan als een havik.

Rondom Diyanet heeft zich een ’melkwegstelsel’ van nationalistische verenigingen ontwikkeld. Turkse politici krijgen met dat systeem te maken, of ze nou willen of niet.

Gelukkig zijn er ook lichtpunten. Verrassend was de duidelijke wijze waarop CDA-Kamerlid Coskun Cörüz onlangs in Trouw de Armeense genocide erkende. Cörüz wil een discussie binnen de Turkse gemeenschap. Soortgelijke plannen heeft het Inspraak Orgaan Turken.

Opvallend was ook de publicatie vorig jaar in de Turkse krant Hürriyet van de dagboeken van Talaat Pasha, de organisator van de genocide. Hij hield per stad bij hoeveel Armeniërs waren gedeporteerd en kwam tot een voorlopig totaal van 800.000.

Zelfs de krant Dünya, die Arslan in opspraak bracht, publiceerde onlangs een oud krantenartikel, dat een aanval op de Armeniërs bevatte maar ook een bewijs van de genocide van 1915. Het was een herdruk van een artikel uit 1920 uit het Nederlandse Algemeen Handelsblad. De schrijver was in 1915 en in 1918 in Turkije. In 1918 zag hij de sporen van Armeense gruwelen tegen Turken. Dünya richtte – uiteraard – daarop de schijnwerpers, maar het dagblad plaatste ook het gedeelte over de Turkse wandaden in 1915. Turken erkennen in dat deel dat een miljoen Armeniërs zijn gedood.

Dit klinkt toch anders dan wat een gepensioneerde Turkse diplomaat onlangs zei op een Rotterdamse bijeenkomst van de ’Atatürkse denkorganisatie’. De oud-diplomaat ontkende volgens het tijdschrift Ekin niet alleen de genocide maar zelfs de deportaties. Volgens hem waren de Armeniërs slechts ’verplaatst van de ene naar de andere plek’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden