Landschap vermenselijkt steeds verder

Natuurbeheer Het eeuwenoude cultuurlandschap met landbouwgrond verdwijnt echt niet door 'nieuwe natuur'.

De bedreiging komt eerder van oprukkende woningbouw, industrie en wegen, stelt Martijn van der Heide vast.

Schrijver Chris de Stoop en landschapsarcheoloog Jan Kolen pleiten voor het behoud van het landschap, in het bijzonder van het landbouwlandschap (de Verdieping, 11 mei). Ze zien met lede ogen aan hoe natuurorganisaties landbouwgrond opkopen en omzetten in nieuwe natuur. Eiland Tiengemeten van Natuurmonumenten is voor hen exemplarisch voor hoe boeren en burgers het veld moeten ruimen voor natuurontwikkeling. Daarmee wordt ook het oude boerenlandschap uitgewist en verdwijnen de lieux de mémoire - de 'plekken van herinnering' - die in tijden van modernisering en globalisering een laatste anker van authenticiteit en identiteit vormen.

Woningen en industrie

Maar het beeld dat wordt geschetst van natuurorganisaties die eropuit zijn om landbouwgrond op te kopen om deze vervolgens 'onder water te zetten en grote grazers erin te gooien' klopt niet. Volgens grondgebruikcijfers is de afgelopen jaren het areaal landbouwgrond weliswaar afgenomen (tussen 1996 en 2010 met ruim 100.000 hectare), maar deze afname is vele malen groter dan de toename van het areaal natuur. Dat niet alleen: de toename in natuurgrond is slechts een zesde van de toename bebouwd terrein.

Met andere woorden, meer dan driekwart van de verdwenen landbouwgrond is omgezet in woongebied, industrie en infrastructuur. Het is dus onzin om te stellen dat het landschap is ontmenselijkt. Het tegendeel is waar, mensen nemen een steeds prominentere plek in het landschap in.

De Stoop en Kolen suggereren bovendien dat het agrarisch cultuurlandschap misschien wel beter voor het realiseren van een hoge biodiversiteit is dan nieuwe natuurontwikkeling. Ze stellen daarom voor om deze nieuwe, 'wilde' natuur grondig en eerlijk te evalueren. Alleen zo wordt duidelijk of natuurdoelen gehaald worden, en of het geld de investering wel waard was.

Een paar jaar geleden heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) iets vergelijkbaars gedaan voor agrarisch natuurbeheer. Dit beheer - specifiek gericht op natuur en landschapselementen in het agrarisch cultuurlandschap - blijkt volgens de analyse van de Rli nogal ineffectief. De raad pleit er dan ook voor om de regeling voor agrarisch natuurbeheer te herzien om het rendement van ingezette financiële middelen te vergroten. In dit licht beschouwd moet het optimisme van De Stoop en Kolen enigszins worden gerelativeerd.

Levend land

Het behoud van het landschap, of dit nu het boerenlandschap is of welk landschap dan ook, is een contradictio in terminis. Landschappen zijn per definitie in ontwikkeling. Het Nederlandse landschap wordt bij uitstek gekenmerkt door maakbaarheid, functionaliteit, beheersing en ordening. Een levend land als Nederland is daarom nooit af - het verandert al zolang mensen erin gewoond en gewerkt hebben.

Ik vermoed dat schrijver De Stoop en landschapsarcheoloog Kolen dit ook wel weten. Een veranderend landschap is voor hen het punt niet, want het negentiende-eeuwse cultuurlandschap met het kleinschalige landbouwbedrijf waarnaar ze verwijzen, is allang verleden tijd. Het met herinneringen gestoffeerde landschap van nu is wezenlijk anders dan dat van jaren geleden, en zal er over tien jaar weer anders uitzien. Waar het ze volgens mij vooral om te doen is, zijn het tempo en de schaal waarin de veranderingen zich voltrekken. En wat ervoor in de plaats komt. Welnu: getalsmatig is de kans groter dat landbouwgrond wordt ingewisseld voor woongebied, industrie of infrastructuur. Geef mij dan maar liever nieuwe natuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden