Landschap moet concurrent worden

Gammaschuttingen, bedrijventerreinen en woningbouw bedreigen het karakteristieke cultuurlandschap van houtwallen en pestbosjes. Minister Pronk komt er niet mee weg om een paar plekken te beschermen. Het cultuurlandschap vormt de achtertuin van miljoenen Nederlanders.

Eris Hees en Adriaan Guldemond

Zorg, onderwijs en veiligheid, minister Zalm vond binnen zijn befaamde uitgavennorm genoeg extra miljoenen om de Tweede Kamer tevreden te stellen. Terecht, want in onze hectische, marktgerichte samenleving zijn collectieve belangen het kind van de rekening geworden. Iedereen is er verantwoordelijk voor, dus niemand.

Er is nog zo'n collectief goed dat we allemaal een warm hart toedragen maar intussen dreigt te worden vermalen tussen economische expansie en het 'ieder voor zich'. Dat is het cultuurlandschap: de combinatie van ruimte en rust, van werken en genieten, van natuur en openheid. Maar ook de gestolde geschiedenis van vele eeuwen landbouw, met elementen als pestbosjes, houtwallen, bolle akkers en steilranden.

Het cultuurlandschap is door menselijk handelen ontstaan, door de wisselwerking tussen 'spontane' natuur en grondgebonden landbouw. Maar van de functies die het landschap vroeger voor de landbouw had -perceelsafscheidingen, stookhout, begraafplaats voor vee, waterbeheersing- zijn er vele verloren gegaan in de moderne agrarische bedrijfsvoering. Nu waarderen we als samenleving andere aspecten van het landschap: de ruimte, de stilte, de afwisseling van open en besloten, de cultuurhistorie.

Maar het cultuurlandschap dreigt sluipenderwijs teloor te gaan. Enerzijds door woningbouw, bedrijventerreinen en infrastructuur, die grote happen uit het landschap halen. Anderzijds door een verrommeling van het landschap omdat er veel meer niet-agrarische activiteiten plaatsvinden. Met als gevolg Gammaschuttingen rond boerderijen, hoge witte paardenhekken rondom paardenweitjes en bomen en struiken met een optrekje in open gebieden. Het landschap wordt bovendien geofferd zolang het geen economische waarde heeft. In de land- en tuinbouw is de druk op de kostprijs groot en kost het landschap alleen maar tijd en geld.

Het is de hoogste tijd om ook voor het cultuurlandschap de collectieve verantwoordelijkheid te nemen. Landschap moet in het gevecht om de ruimte kunnen concurreren met de economische hoofdrolspelers woningbouw, bedrijventerreinen en infrastructuur. En landschapsbeheer moeten we gaan zien als een dienst die beheerders aan de samenleving leveren en waarvoor een passende vergoeding moet komen. Alleen zo wordt het beheren van landschap een economische activiteit, die de plattelandseconomie ten goede komt.

Dit inzicht dringt langzaam door. Het ministerie van landbouw besteedt in nieuwe nota's steeds meer aandacht aan het agrarisch cultuurlandschap. Het wil een klein deel van het landschap een grote 'opknapbeurt' geven. Minister Pronk stelt in zijn vijfde nota voor de ruimtelijke ordening voor om zes nationale landschappen aan te wijzen, waaronder het Groene Hart, het Zuid-Limburgse Heuvelland en Noord Hollands Midden.

De commissie-Wijffels stelde onlangs voor om rundveehouders in de toekomst een premie te geven voor het beheer van de open ruimte en landschappelijke waarden.

De tijd dringt echter. Nationale landschappen en een 'opknapbeurt' zijn belangrijk, maar er is veel meer inspanning nodig. Nederland kent namelijk veel meer waardevolle cultuurlandschappen. Waardevol, ook omdat ze de achtertuin vormen van miljoenen Nederlanders. De veenweidegebieden van Zuidwest-Friesland en Overijssel, het dijken- en wierdenlandschap van Noordwest-Groningen, de oude Zuiderzeelandschappen in Gelderland en Utrecht, de coulissenlandschappen van Twente, de Achterhoek en de Meierij. Minstens de helft van het huidige landbouwgebied verdient een forse inspanning voor het landschap.

Daarom zouden in waardevolle landschappen, ongeveer 1 miljoen hectare, álle grondgebonden boeren reële vergoedingen moeten krijgen voor het landschapsbeheer dat zij verrichten. Daarnaast kan het platteland toegankelijker worden. Net als in het Verenigd Koninkrijk zal door een breed net van wandel- en fietspaden, ook over en langs agrarische bedrijven, de burger beter in staat zijn om het cultuurlandschap van dichtbij te beleven.

Welke middelen zijn nodig voor zo'n landschapsprogramma? Een kleine 300 miljoen gulden extra per jaar. Voor natuur, groene ruimte en recreatie trekt het ministerie nu 1,2 miljard uit. Al met al vergt het landschap dus een forse nieuwe investering van de overheid. Met die investering kan een trendbreuk worden geforceerd. Een toenadering tussen agrariërs en burgers, door de maatschappelijke erkenning van de landbouw als hoeder van het landschap.

Naast het recht op zorg, onderwijs en veiligheid moet er ruimte zijn voor het recht op genieten van rust in natuur en landschap. En om dat recht voor de burger te waarborgen, moeten de beheerders van het landschap daartoe worden uitgedaagd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden