Landschap met een levensverhaal

Wie goed kijkt, ziet dat een landschap leeft en een geschiedenis heeft. Theo Spek schreef daarom een landschapsbiografie van de Drentsche Aa, die nu vijftig jaar bescherming geniet.

Het is niet iedere jarige gegeven: op je vijftigste je eigen biografie krijgen. Maar bij het vijftigjarig bestaan van het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa krijgt het gebied deze week zijn eigen landschapsbiografie.

Een biografie van een landschap? Jazeker, knikt historisch geograaf Theo Spek. Net als van een persoon kun je van je fysieke omgeving een levensbeschrijving maken, van de vroegste oorsprong tot het heden.

Spek is hoogleraar Landschapsgeschiedenis in Groningen. Hij is een van de initiatiefnemers van de landschapsbiografie van de Drentsche Aa. Dat is een groots project, waar een groep van dertig professionals en vrijwilligers jaren aan gewerkt heeft. De bijdragen aan het boek van archeologen, ecologen, aardwetenschappers en een stedenbouwkundige belichten ieder een ander aspect van het stroomdal van de Drentse beek. Het landschap (zo'n 350 vierkante kilometer groot, 21 dorpen en gehuchten) geldt als uniek voor West-Europa, zegt Spek. Want de afgelopen eeuwen is de meanderende loop van de beek nauwelijks door de mens beïnvloed. Ook de omgeving, met hooilanden, houtwallen en heidevelden, is in hoge mate authentiek.

Nog even over die vroegste oorsprong. Afhankelijk van wat je gelooft, glimlacht Spek, is dat de schepping of de oerknal. Maar voor de biografie was het werkbaarder om uit te gaan van de oudste geologische sporen die aan de oppervlakte in het landschap zichtbaar zijn. Die dateren van 200 miljoen jaar geleden.

Vanaf dat punt maakte het landschap, net als een mens, verschillende levensfasen door. Spek: "In de prehistorie vestigt de mens zich hier permanent. Het oerbos wordt dan ontgonnen en er ontstaat landbouw. En ook worden dan de hunebedden gebouwd die nu zo beeldbepalend zijn." Een andere belangrijke fase is de overwinning in de negende eeuw van de Franken op de Saksen, de bewoners van het gebied rond de Drentsche Aa. "De Saksen werden gekerstend, en de dorpen krijgen hun vaste ligging rondom een kerk. Zo ontstaat het esdorpenlandschap." En de laatste fase, zegt Spek, begon na de Tweede Wereldoorlog. "Dat is de tijd van modernisering en ruilverkaveling. Dit gebied heeft dat goed doorstaan, het is niet kapotgemaakt."

Gedachtenplan

Werd elders in Nederland het landschap aangepast aan de wensen van grootschalige landbouw, rond de Drentsche Aa behield het zijn karakter. Dat is in hoge mate te danken aan een 'Gedachtenplan' uit 1965, waarvan deze week de vijftigste verjaardag wordt gevierd. Het plan was afkomstig van drie medewerkers van Staatsbosbeheer in Drenthe. Om het bijzondere karakter van het gebied te behouden, stelden zij voor dat het Rijk grond van boeren zou kopen en op een natuurlijke manier zou gaan beheren.

"Dat ging niet zonder slag of stoot", weet Theo Spek. "Boeren waren natuurlijk boos dat er grond van de landbouw naar de natuur ging. Maar de overheid betaalde een goede prijs. En de voordelen zijn evident: een mooi landschap trekt toeristen. Al voor de Tweede Wereldoorlog zochten mensen dit gebied op, en tegenwoordig vormt het toerisme een kwart van de economie in Drenthe."

In 2002 kreeg het gebied van de Drentsche Aa de titel nationaal park en in 2007 werd het een nationaal landschap. Spek: "Dat is de erkenning dat dit een toplandschap is."

Zelf woont Spek midden in het gebied dat het onderwerp is van zijn onderzoek, in een huis dat ooit heeft behoord aan Erasmus Bernhard van Dulmen Krumpelman, de kunstschilder die succes oogstte met zijn schilderijen en aquarellen van naakte kinderen die in de Drentsche Aa zwemmen en spelen. "Vroeger reed ik hier af en toe naartoe voor een bodemboring", zegt Spek. "Maar als je er woont krijg je zoveel meer mee van het landschap. Nu zie ik de seizoenen. In de zomer is het hier romantisch groen maar in de winter toont de omgeving een heel ander gezicht, met de silhouetten van kale eiken in de houtwallen."

Recht tegenover zijn huis ligt zo'n houtwal. Die lijkt misschien heel oud, zegt Spek, maar dateert uit de negentiende eeuw, toen elke boer zijn eigen landje ging afbakenen. In het hooilandje even verderop zijn de orchideeën net uitgebloeid en is nu veel gele ratelaar te zien. Die groeit goed op arme, zure grond. Door het land niet te bemesten en twee keer per jaar te maaien ontstaat hier een vegetatie als in de Middeleeuwen, zegt Spek.

Met houtwallen uit de negentiende eeuw en planten als in de Middeleeuwen kun je bepaald niet spreken van een 'oerlandschap' - wat je ziet is de keuze van de mens. "Natuurlijk zou je ook kunnen streven naar het oerbos van de prehistorie", zegt Spek. "Maar hier kiezen we voor hooilandjes, omdat die een hoge botanische waarde hebben en in Nederland zeldzaam zijn."

Hij heeft een ideaal, zegt Spek. "Dat je in het landschap de hele biografie van het gebied zou kunnen beleven. Dat verschillende relicten verwijzen naar verschillende perioden: hier een kerkje, daar een grafheuvel of een hunebed. Op de ene plek zou je dan een prehistorisch landschap ervaren, en ergens anders weer een middeleeuws of modern stukje land. Zo zouden we het verhaal van dit gebied kunnen conserveren voor volgende generaties. Het stikt hier namelijk van de geschiedenis."

Ook de bedreigde graspieper komt er veel voor.

De koekoek doet het goed in Drenthe.

Bedreigde soorten

Het stroomdal van de Drentsche Aa is een halfnatuurlijk ecosysteem: het wordt door mensen extensief beheerd omdat het anders zou dichtgroeien tot een groot elzenbos. De manier waarop het landschap wordt beheerd, blijkt gunstig voor sommige (bedreigde) dieren en planten. In het gebied groeien de zeldzame Noordse Zegge, Zwartblauwe rapunzel, Moerasstreepzaad, Brede orchis, Polzegge en Stengelloze sleutelbloem. Van de Nederlandse Rode Lijst met vogels komen watersnip (bedreigd), koekoek (kwetsbaar) en graspieper (gevoelig) rond de Drentsche Aa voor. In de beek leven 34 verschillende soorten vissen.

Vijftig jaar Drentsche Aa

Het vijftigjarig bestaan van het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa wordt gevierd met 'De week van de Drentsche Aa' die vandaag begint. Er zijn wandelexcursies en fietstochten en er wordt een driedelige natuurfilm over het gebied vertoond. Donderdag en vrijdag wordt de symfonie 'Ode an de Ao' van Egbert Meyers uitgevoerd door het Noord-Nederlands Jeugdorkest, in de openlucht aan de voet van de Kymmelsberg bij Schipborg. De landschapsbiografie van de Drentsche Aa (520 blz, euro34,95) wordt donderdag gepresenteerd tijdens het congres 'Het experiment van de Drentsche Aa' in Zeegse.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden