'Landmacht kan in Mali laten zien dat ze er toe doet'

interview | Militair-historicus: Missie in jubileumjaar is kans om bestaansrecht aan te tonen

De jubilaris heeft het de voorbije jaren zeer lastig gehad. Bezuiniging op bezuiniging werd de krijgsmacht opgelegd. Vooral de nu tweehonderd jaar bestaande landmacht moest het ontgelden. Als vandaag op Plein 1813 in Den Haag 24 vaandels en standaarden een groet brengen aan koning Willem-Alexander, staan elders in het land meer dan honderd Leopard-tanks, ooit de trots van de landmacht, onder plastic te wachten op een overdracht aan de Finnen. Het materiaal is blijkbaar niet de bindende factor bij de Koninklijke Landmacht. Als je de militairen zelf - met commandant landstrijdkrachten luitenant-generaal Mart de Kruif voorop - mag geloven, is de rode draad in tweehonderd jaar landmacht vooral de kameraadschap.

Militair-historicus Christ Klep is het hartgrondig met de militairen eens: "Ja, dat klopt helemaal. In het Amerikaanse, het Britse of het Israëlische leger is de verbindende factor vooral het verwerken van gevechtsoperaties. Dat maakt het makkelijker om één lijn te vinden, dat zijn de gevechtservaringen. Bij de Nederlandse landmacht is dat de kameraadschap. Maar dat geldt ook voor het Belgische of het Noorse leger. Dat zijn ook de landen waar de landmacht steeds moet benadrukken waarom ze er zijn. Het Britse of Amerikaanse leger hoeft dat niet te bewijzen. Dat is een groot verschil."

Klep ziet ook een verschil tussen de landmacht en de twee andere krijgsmachtonderdelen. "Bij de luchtmacht en marine is de bindende factor gericht op wat we het platform noemen: het vliegtuig of het schip. Bij de landmacht gaat het om de mannen zelf. Het peloton dat zich samen ingraaft of samen in slecht weer moet opereren."

"De tweede verbindende factor is de aloude gedachte dat een oorlog uiteindelijk toch tot de grond doordringt; een gedachte die overigens bij alle landen leeft. Ik heb zelf het gevoel dat dat de laatste jaren meer wordt benadrukt dan twintig jaar geleden. Je ziet dat terug in de verhalen, maar ook in de onderscheidingen voor dapperheid, zeg maar de Uruzgan-ervaring. Ik heb hier bij de Koninklijke Militaire Academie ook een paar van die jonge luitenants en onderofficieren die dat uitstralen. Zo van: kijk, dit is wat de landmacht doet, de hele dag eropuit trekken, tegenover de vijand staan. En dat is wat hen uniek maakt, zeggen ze. Die mannen van de luchtmacht en de marine worden gevlogen en gevaren, zeggen ze, terwijl wij het harde werk op de grond doen."

Van bajonet naar raket. Is de strijd van de landmacht in die tweehonderd jaar niet een stuk onpersoonlijker geworden?

"Dat geldt voor oorlogsvoering in het algemeen. Vooral sinds de Tweede Wereldoorlog is het doden op afstand vaker een optie. Lange afstandsgeschut, raketten, en later, geleide wapens zijn er gekomen. Dat heeft er in veel landen, maar ook binnen de Navo, toe geleid dat er een soort identiteitscrisis is ontstaan bij de landmacht. Als het tot een oorlog zou komen, zou het er een op afstand zijn en komt niemand er nog aan te pas. De dingen die we dan toch nog deden met de landmacht zouden van die halve onwinbare oorlogen zijn; vervelende oorlogen die lang duren en waarvoor je geen grote dominantie aan wapens mag opbouwen. Terwijl juist wordt geleerd zo snel en verrassend mogelijk toe te slaan."

De legertop toont zich in dit jubileumjaar zeer verguld met de missie naar Mali, missie nummer 38 sinds 1940.

"Ze kunnen nu hun bestaansrecht weer tonen. Daarom is het Uruzgan-effect ook zo belangrijk geweest voor de krijgsmacht. De krijgsmacht is een nuttigheidsorganisatie, vergelijkbaar met een ziekenhuis. Daar wordt van je verwacht dat alles werkt als het nodig is. Dat gaat dus ook op voor de landmacht. Maar je hebt een concrete inzet nodig en liefst een missie die qua risico serieus genoeg is. Een waarnemingsmissie in Libanon is dat bijvoorbeeld niet, men zoekt meer iets met beelden van mannen die in groene pakken door de woestijn trekken. Commando's gaan mee. Dat is fijn, vond ook premier Rutte. Dat is een verhaal dat je kunt vertellen. Ik vergelijk het weleens met de piratenmissie van de marine. Helikopters die in actie tegen piraten komen. Met dat soort beelden kun je 's avonds ook bij 'Pauw en Witteman' aanschuiven. Zoiets heeft de landmacht ook nodig. Het is niet ingewikkelder dan dat."

Een baan die ook tot de dood kan leiden
De krijgsmacht is de enige baan waarbij je niet alleen een handtekening zet onder een arbeidscontract zodat je loon of vakantiedagen ontvangt, maar impliciet ook tekent voor de mogelijkheid dat je sneuvelt. In Korea sneuvelden de meeste Nederlandse militairen tijdens een missie op buitenlands grondgebied: 125. De tol die Nederland betaalde in Afghanistan: 25 mensenlevens. In ex-Joegoslavië waren 17 doden te betreuren in de periode 1993 tot en met 2002. In Libanon vielen 9 doden in 1979. Bij andere missies sneuvelden in totaal 11 soldaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden