Landen doe je in je eigen taal

30.000 Poolse kinderen groeien op in Nederland. Slechts duizend leren de Poolse taal en geschiedenis. Terwijl dat van groot belang is, want de meesten zullen hier niet blijven.

Op de Poolse School in Den Haag krijgen zo'n 250 kinderen in hun vrije tijd lessen Pools, Poolse geschiedenis of Poolse maatschappijleer. "Twee derde haalt hier het diploma. De rest is al tijdens het schooljaar vertrokken naar Polen of elders, met hun ouders die op zoek gaan naar werk", zegt directrice Grazyna Gramza. Gramza ziet voor haar school een tweeledige opdracht: "Onze taak is de integratie van de leerlingen in Nederland te bevorderen en tegelijk de kinderen voor te bereiden op een mogelijke terugkeer naar Polen."

Van de geregistreerde Poolse immigranten die in de periode 2000-2009 naar Nederland kwamen, is inmiddels bijna 60 procent weer vertrokken. Dat is een beduidend groter percentage dan onder de Turken en Marokkanen die in de jaren zestig, zeventig als gastarbeiders naar Nederland kwamen.

Migranten komen en gaan tegenwoordig. Dat kan niet zonder gevolgen blijven voor het onderwijs aan hun kinderen, stelde migratiedeskundige Dimitris Grammatikas eerder in deze krant. Grammatikas betoogt dat de huidige Europese migratie, na het schrappen van grenzen in het oosten, om een andere aanpak vraagt: "Investeren in Nederlands taalonderwijs is zeker belangrijk, maar de huidige aanpak lijkt een onderdompeling in ijskoud water. Bij de onzekerheid over het nieuwe land komt de onzekerheid over de nieuwe taal en over het onderwijssysteem: dat is vragen om problemen."

Scholen merken dat, zegt directrice Gramza. Maar helaas herkennen ze vaak de oorzaak: de cultuurschok, de ontworteling. Die kan zich uiten in agressie, angst, boosheid of huilerigheid, en wordt volgens haar vaak ten onrechte gediagnosticeerd als 'een gedragsstoornis'. In plaats van oog te hebben voor de problematiek, worden veel Poolse kinderen naar het speciaal onderwijs gestuurd, zegt Gramza.

Moedertaal

Een andere, veel gehoorde klacht van Poolse ouders is dat hun kinderen op Nederlandse scholen wordt ontmoedigd hun moedertaal te blijven leren. Schadelijkheid van een tweetalige opvoeding is een idee uit de negentiende eeuw en akelig achterhaald, zegt Elisabeth van der Linden, onderzoekster 'Tweede-taalverwerving' aan de Universiteit van Amsterdam, en samen met Folkert Kuiken auteur van 'Het succes van tweetalig opvoeden' (2012). "Ik ben een groot voorstander van tweetalige opvoeding en van het behoud van de 'oorsprongstaal' bij schoolkinderen."

Dat is van belang om cognitieve redenen, stelt Van der Linden, die verwijst naar onderzoek van de Canadese Bialystok. Dat toont aan dat kinderen die dagelijks meer dan één taal spreken, beter zijn in het oplossen van complexe problemen en denktaken. In veel landen geeft meertaligheid ook betere kansen op een goede baan. Het cognitieve voordeel blijft, volgens Van der Linden, een leven lang bestaan.

Daarnaast is er een praktische noodzaak de moedertaal te onderhouden, zegt Van der Linden. Voor als het gezin terugkeert naar het land van oorsprong, voor het contact met opa en oma en andere familieleden, en voor goede communicatie thuis tussen ouders en kinderen. "Bovendien is taal een drager van cultuur, ook die wil je graag handhaven. En dat gaat om 'hoge' maar vooral ook om 'lage' cultuur. Denk aan geëmigreerde Nederlanders die Sinterklaas blijven vieren en hagelslag laten opsturen."

Van de pakweg 30.000 Poolse kinderen die in Nederland naar school gaan, hebben er momenteel minder dan duizend les in de Poolse taal. Van hen zit dus een kwart op de Poolse school in de Hofstad, verder zijn er enkele kleinere initiatieven bij Poolse kerken in de grote steden, of taalklasjes in educatieve centra elders in het land. Voor de veel kleinere groepen Bulgaarse (ruim 5000) en Roemeense (4500) kinderen is het aanbod nagenoeg nihil.

Al die Oost-Europese kinderen die ontworteld worden, worden geacht hier te assimileren, is de kritiek van deskundigen. "Zonder respect voor de eigen identiteit, taal, cultuur en waarden van dat kind", zegt Beata Stappers-Karpinska, juriste met 'passie voor kinderrechten', Poolse van geboorte en al dertig jaar in Nederland. Stappers-Karpinska baseert haar stevige oordeel op het VN Kinderrechtenverdrag: "Het gaat hier om het recht van het kind op ontwikkeling en de plicht die op het onderwijs rust er alles aan te doen om volledige ontplooiing van het kind te bewerkstelligen. Op scholen moet plaats zijn voor culturele diversiteit en de eigen taal en cultuur van migrantenkinderen. Die andere culturen moeten als rijkdom worden beschouwd voor álle kinderen én voor het ontvangende land."

Ambitie

"Bij ons komen kinderen met ambitie, die hun vrije tijd opofferen", zegt Gramza. Haar Poolse School wordt betaald door het Poolse ministerie van onderwijs. "Voor veel Poolse kinderen is Den Haag te ver weg. Wat gaan we die bieden? Natuurlijk ligt de eerste verantwoordelijkheid bij ouders, maar het wordt tijd dat ook de Nederlandse overheid in deze jongeren investeert. Al decennia is er een Europese richtlijn die zegt dat kinderen van Europese werknemers recht hebben op onderwijs in de eigen taal. Daar gebeurt hier niets mee. Op scholen wordt soms wel Chinees of Russisch aangeboden, maar nergens Pools. Er lopen hier genoeg goede Poolse docenten rond."

In die Europese richtlijn, uit 1977, is niet helemaal helder wie dat onderwijs, in gewone lestijd of naschools, zou moeten betalen. Dat zouden de lidstaten onderling moeten regelen.

De Nederlandse overheid voelt zich niet geroepen. Migratiedeskundige Grammatikas: "Juridisch schendt Nederland daarmee niets, maar dit gaat om kinderen! Die wens je toch het beste toe? Het zou goed zijn als er nog eens wordt gekeken naar mogelijkheden die kinderen hier iets rustiger te laten landen en aarden."

Directrice Grazyna Gramza aan het werk op de Poolse school in Den Haag.

De school begon in de ambassade

De Poolse School (SPK) in Den Haag begon twintig jaar geleden binnen de poorten van de ambassade met 38 leerlingen, vooral kinderen van ambassadepersoneel en zakenmensen. Vanaf 2004, toen Polen toetrad tot de Europese Unie en de grenzen opengingen, groeide de school uit haar jasje. Vier jaar later trok SPK in bij het Hofstad Lyceum.

SPK is een naschoolse activiteit. Kinderen en jongeren (van 6 tot 19 jaar) krijgen hier wekelijks vijf uur les in de Poolse taal, geschiedenis en maatschappijleer. De school trekt nu drie groepen kinderen: naast diplomatenkinderen zijn dat kinderen van bouwvakkers, bollenkwekers en poetsvrouwen.

Jonge Poolse kinderen aarden goed in het Nederlandse onderwijs, zegt Gramza. Ze maakt zich vooral zorgen over de tieners. "Die moeten hun schoolloopbaan hier starten in een schakelklas, een spoedcursusje Nederlands in twee of drie jaar. Er wordt in zo'n schakelklas niet gekeken naar je mogelijkheden. Ik ken heel intelligente kinderen die in die schakelklassen gefrustreerd afhaken, of in het voortgezet onderwijs voortijdig uitvallen. Zo wordt talent verspild."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden