Landelijke aanpak van milieumaffia

Sexy is het niet, strijd tegen milieucriminaliteit. Maar asbestfraude of giflozingen kunnen ontwrichtend en dodelijk zijn. Commissaris Roel Willekens ziet kansen in een landelijke aanpak.

De afgelopen jaren was hij geregeld te gast bij de korpschefs, die hij een rapportcijfer moest geven voor hun prestaties. 'Hoe kan ik een voldoende halen?', kreeg Roel Willekens dan te horen. Maar van die zesjescultuur is hij binnenkort af. Het zijn straks niet langer de onafhankelijke korpsen die bepalen wat er in de strijd tegen milieucriminaliteit wordt ondernomen. Een heuse Milieukamer gaat centraal beslissen wat speciale recherche-teams in het land moeten aanpakken.

Commissaris Willekens moet als Landelijk Programmamanager Milieu de 25 politieregio's houden aan de afspraken die zij onderling maakten over de aanpak van asbestfraude, bodemverontreiniging, illegale afvaltransporten en giflozingen. Vaak niet de meest sexy onderwerpen, maar wel maatschappelijk ontwrichtend, ziekmakend en op termijn dodelijk, en daarmee behoren ze tot zware criminaliteit.

In de zogenoemde Raad van Korpschefs maakten de politiebazen daarover met regelmaat harde afspraken. En de politie kreeg zelfs 480 extra milieurechercheurs, maar toen die eenmaal in de korpsen waren opgenomen kwam er in de praktijk van die planning te weinig terecht. Korpschefs zijn eigenlijk franchisers die hun korps als een min of meer zelfstandige Blokker mogen runnen.

Het onderzoek 'Grip op milieuzaken' liet in 2009 zien dat de politie zo met haar eigen 'klimaatprobleem' kampt. Het onderwerp milieu leeft niet bij de korpsen, er is te weinig gespecialiseerde kennis, geen uitwisseling van informatie tussen de verschillende korpsen onderling én met de inspectiediensten van de ministeries. Het geld dat voor milieuaanpak is gereserveerd, wordt aan andere zaken uitgegeven en optelsom van deze onvolkomenheden is dat de internationale misdaadsyndicaten lachend hun werk doen.

Roel Willekens werd direct na het kritische rapport over de opsporing van milieuzaken aangesteld om de korpsen 'aan te jagen'. "De politieregio's kennen dan wel een grote mate van autonomie, maar ze hebben samen wel die afspraken gemaakt en vastgelegd. Om te beginnen ben ik ze aan die doelen gaan houden." Samen met onderzoekers van het Landelijk Milieu Expertise Centrum heeft Willekens zo'n tien milieucriteria opgesteld waaraan de korpsen zouden moeten voldoen. Hadden ze voldoende functies op het gebied van de opsporing, waren die plekken ook bemenst? Was er een dreigingsanalyse en een beleidsplan, was er overdracht van informatie naar andere korpsen, en had de recherchechef voldoende kwaliteit?

Vervolgens bracht Willekens jaarlijks een bezoek aan de 25 eilandjes, en overhandigde de korpschef een heus rapport, zoals die in het voortgezet onderwijs uitgedeeld worden. Eén A-viertje, per taak een cijfer, met onder de streep een eindcijfer. Daarnaast ruimte voor toelichting en advies. "En dat werkte." De korpsen werden via zo'n eenvoudige monitor op hun goede en slechte prestaties gewezen. "De meesten gingen werken aan verbetering, maar ik moest blijven opletten: soms had ik het gevoel in café 'Het Genaaide Oortje' te zitten. Amsterdam-Amstelland en Brabant-Zuid-Oost bijvoorbeeld hebben bewust de formatie voor milieu ingezet voor andere doelen. En dat verandert door de controles nu langzaam, maar nog steeds zijn de zaken daar niet op orde."

Was het onderwerp 'milieu' bij het management niet populair, ook op de werkvloer kozen politiemensen liever voor andere prioriteiten, misschien wel door de houding van de top. Daarom was een brede imago-campagne nodig die het blazoen van de milieupolitie moest oppoetsen. Willekens bestookte de korpsen met kleurige folders, liet een voorbeeld-agent een rolletje spelen in Maaskantje, het dorp van New Kids, en zette de scene op YouTube.

"Geloof het of niet, er moesten in de korpsen nog allemaal milieu-agenten werken, maar die voerden hun taak zo solistisch uit dat ze niet traceerbaar waren, zelfs niet via de korpsleiding. Daarom heb ik mooie horloges uitgeloofd met de tekst 'Tijd voor milieucriminaliteit'. Toen had ik opeens een lijst met 312 aanmeldingen. Deze eenzame cowboys voorzien we nu van nieuwsbrieven en informatie over het werkveld. Ze zijn blij dat ze éindelijk ondersteund worden."

Over het algemeen scoren de korpsen nu voldoende, maar Willekens' ambitie gaat verder. "Er zijn in Nederland enkele grote misdaadnetwerken actief op het gebied van het milieu. Ik noem die met recht de Nederlandse maffia. Milieucriminaliteit lijkt een vaag begrip, maar is net zo ontwrichtend en schadelijk als andere vormen van misdaad. Willen we die spelers aanpakken, dan zullen we meerdere stappen moeten zetten." Willekens denkt dat hij met de reorganisatie van de korpsen naar een Nationale Politie die voortgang kan boeken.

De aanpak van milieucriminaliteit is lange tijd gehinderd door de versnippering van de politieorganisatie, zegt Willekens. Maar over twee jaar zullen de 25 regio's zijn omgevormd tot slechts tien. Iedere superregio krijgt dan een eigen 'team milieurecherche', terwijl er ook een team landelijk en internationaal werkt.

"Boven deze teams komt de zogenaamde Milieukamer te staan, een landelijke stuurploeg met één vertegenwoordiger van korpsleiding, justitie, de opsporingsdiensten van de ministeries en op termijn een bestuurlijk afgevaardigde. Deze Kamer bepaalt welke zaken worden aangepakt, en welke niet. Er komt dus een landelijke aansturing, buiten de invloed van de politiechefs, voor zeventig procent van het aantal zaken. Het kan zelfs zo zijn dat het team van de ene regio een zaak uit de andere regio oppakt. De overige dertig procent mag het regiokorps zelf plaatselijk invullen."

De totale sterkte van de milieuopsporing gezamenlijk loopt door de reorganisatie terug van 480 naar 406 formatieplaatsen, maar de kwaliteit van het werk zal volgens Willekens alleen maar toenemen. "Een specialistisch team van 47 man gaat straks informatie verzamelen en analyseren, om vervolgens onderzoeksvoorstellen te doen aan de Milieukamer. Milieucriminaliteit is 'haal-criminaliteit': er wordt zelden aangifte van gedaan, maar komt alleen aan het licht door alertheid van politie en controleurs, en de opsporing die daarop volgt. Inlichtingen zijn voor ons van levensbelang. Elke regionale eenheid krijgt vervolgens één Informatieknooppunt Milieu, dat de gegevens uit het korps doorgeeft aan de centrale eenheid, en andersom. Niet gehinderd door verschillende korpsculturen of andere prioriteiten, kunnen we door de reorganisatie straks eindelijk een vuist maken."

Nieuw in de aanpak zal straks de 'hufterlijst' zijn, die Willekens eerder bij de aanpak van verkeersdelicten introduceerde. Verdachten en veroordeelden klimmen in deze hitparade naarmate hun namen vaker in onderzoeken naar voren komen. "Die lijsten kunnen we weer gebruiken bij transportcontroles op de rijksweg, waarbij de Automatische kentekenplaatherkenning de voertuigen van 'hufters' feilloos signaleert."

Maar, zegt Willekens, die lijsten moeten ook voor 'diepgang' in de onderzoeken zorgen. De vervolging moet niet ophouden bij het traceren van de feitelijke dader. "We willen de functionele dader ook pakken: de directeur. En als we die hebben, gaan we voor de rechtspersoon en het criminele geld waar deze over beschikt, om de dader effectief te kunnen plukken."

De afhandeling van Chemie-Pack in Moerdijk is daar een voorbeeld van. "Dan zijn we er nog niet: vervolgens moet er een bestuurlijk advies komen, zodat gemeenten het verdachte of veroordeelde bedrijf via de wet Bibob kan screenen. Zo kan bijvoorbeeld op voorhand een vergunning worden geweigerd. Alleen met vele handen sluiten we het net."

Een keer in de vijf jaar stelt de politie het 'Nationale Dreigingsbeeld' (NDB) op, waarin trends in georganiseerde misdaad worden beschreven. In 2012 is ook de milieucriminaliteit daarin opgenomen. De topvier ziet er als volgt uit:

1 Afvalhandel met focus op handel in 'e-waste'
Gebruikte elektronische apparatuur wordt als afval tegen betaling afgehaald, soms als 'tweedehands' opnieuw verkocht en uitgevoerd naar derdewereldlanden, om vervolgens gedumpt te worden. De lokale bevolking probeert de edelmetalen van de printplaten en de kabels in open vuren te herwinnen, waarbij giftige damp vrijkomt. Nederland speelt als transito-land een voorname rol in het vervoer.

2 Fraude met biovergisters
Nederland telt circa 300 biovergisters, waarin plantaardig en dierlijk materiaal vergist en biogas oplevert. De boeren hebben te weinig materiaal voor deze apparaten, waardoor de vergisters worden bijgevuld met ingekocht materiaal. Tijdens de internationale verhandeling van deze vulling wordt afval toegevoegd, dat de vergisters ontregelt en zorgt voor schadelijk destillaat.

3 Vuile grond
Van de 600.000 vervuilde locaties in Nederland moeten er 60.000 gesaneerd worden. Gemeenten zijn opdrachtgever voor de schoonmaak, maar ook eigenaar van de grondbank. Zo'n 50 procent van de grondbanken werkt zonder erkenning. Vaak wordt er samengewerkt met ongecertificeerde firma's die zich veelvuldig schuldig maken aan het 'opbulken' van grond, waarbij schone grond vermengd wordt met verontreinigde, en die vervolgens toch als 'schoon' wordt opgeleverd.

4 Gewasbeschermingsmiddelen
Internationaal wordt er volop gefraudeerd met bestrijdingsmiddelen die plagen in groente- en fruitteelt moeten tegengaan. De officiële middelen zijn kostbaar zodat nep loont. Malafide handelaren mixen zelf stoffen waardoor deze niet, of anders werken. In het laatste geval met gevaar voor de volksgezondheid.

Milieumisdaad: trends

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden