...landde de eerste Nederlandse straaljager

Op 15 april 1947 landde een karmozijnrode straaljager op de luchtmachtbasis Valkenburg, met als enig doel Nederland te verleiden. De Nederlandse luchtmacht had zich na de bevrijding in 1945 losgemaakt van de Britse RAF en was voorzichtig begonnen met de opbouw van een zelfstandige eenheid. Voorlopig moesten de Nederlandse militaire piloten met Spitfires vliegen, maar deze propellorvliegtuigen raakten uit de tijd.

De luchtmacht was toe aan iets nieuws en dat nieuws moest in elk geval een straaljager zijn. De vraag was: welke? Het zou wel een Britse worden, dat was duidelijk, gezien de nauwe samenwerking met de RAF. De Britse luchtvaartindustrie had tijdens de oorlog gewerkt aan de ontwikkeling van militaire straaljagers. Deze waren tijdens de oorlog nog nauwelijks ver genoeg geweest om ze goed in te kunnen zetten, maar de fabrieken hadden goede verwachtingen van de opbouw van een internationale naoorlogse luchtmacht.

De De Havilland-fabrieken hadden hun Vampire, een geval met een stomp rompje met daarachter het open hekwerk van een dubbele staart. Wendbaar en snel, dat wel, maar met een vreemd uiterlijk. Vandaar de naam, waarschijnlijk. De Gloster-fabrieken, die graag met de Nederlandse militaire luchtmacht-in-opbouw zaken wilden doen, zetten hun eigen vamp in: de Meteor IV, een eenvoudig, degelijk vliegtuig zonder fratsen, maar wel met straalmotoren. Gloster stuurde het karmozijnrode demonstratie-exemplaar F.4 G-AIDC naar Nederland en liet het zijn kunsten vertonen onder de vaardige handen van testpiloot Digby Cotes-Preedy, die met het toestel kon lezen en schrijven.

De procedures waren uiterst simpel. Kolonel Fons Aler, directeur van de Nederlandse Luchtstrijdkrachten in die tijd, was enthousiast over het toestel, en wist minister van oorlog A. H. J. L. Fiévez te overtuigen dat de Meteor het eerste Nederlandse straalvliegtuig zou moeten worden. Meegesleept door de kolonel bestelde de minister gelijk 47 exemplaren, van vijftienduizend Engelse ponden per stuk. Maar zo gemakkelijk ging het nu ook weer niet, want zij hadden de zuinigheid van minister Lieftinck van financiën ernstig onderschat. Die vond dat de Spitfires nog best een tijdje meekonden en dat die toestellen 'zonder schroeven', waarmee hij propellors bedoelde, knap duur waren, zo duur dat er voorlopig eerst niet meer dan tien van besteld konden worden.

Het aandeel van de luchtmacht in het defensiebudget bleef door deze beperking in 1947 een luttele 2.7 procent, maar de jaren daarop steeg het door de aankoop van steeds meer Meteors naar 14 procent in 1951. Het defensie-budget zelf was direct na de oorlog nauwelijks 13 procent en het steeg pas onder toenemende dreiging van de Koude Oorlog.

Op 27 juni 1947, ruim twee maanden na de demonstratievlucht, kon kolonel Aler zijn eerste bestelling doen: vijf Meteors in de eenzitter-uitvoering, straaljagers met een maximum snelheid van 940 km per uur, een plafond van 13 550 meter en bewapend met vier 20mm boordkanonnen, twee meer dan de oude Spitfires hadden. De Meteor kon wat harder dan de concurrerende Vampire, maar die kon weer 1842 kilometer vliegen zonder te tanken, 342 km verder dan de Meteor. Het toestel had geen schietsoel, geen navigatiesysteem, het was traag, het remde slecht, het vertoonde kuren bij het vliegen op één motor en het brandstofverbruik was zo hoog dat het tanken langer duurde dan het vliegen. De luchtmacht bleef dus voorlopig vooral met Spitfires vliegen, en die werden ingezet boven Indonesië, om daar de onafhankelijkheidsbeweging te bestrijden.

Precies een jaar na de bestelling kwamen de eerste Meteors in Nederland aan, op vliegbasis Twente. Twee stuks. Een aantal piloten had al een praktische training gehad bij de Royal Air Force. Zij konden kun kennis en vaardigheden moeilijk op andere Nederlandse piloten overdragen, want de nieuwe straaljager was voorlopig alleen geleverd in de eenzits-uitvoering. Er konden daardoor geen vluchten gemaakt worden met een instructeur en een leerling.

De vlieglessen bestonden eruit dat de instructeur op de romp van het vliegtuig stond, vlak achter de cockpit, en in het oor van de leerling-piloot schreeuwde welke hendels en knoppen hij moest bedienen. Vlak voor het einde van de startbaan tikte de instructeur de leerling op de arm, ten teken dat deze moest gaan remmen. Oefening in de lucht was onmogelijk. Achteraf was dit niet alleen onhandig, maar ook kostbaar. Het zwakke punt van de eenzitter was het vliegen op slechts één motor. Het vereiste goede kennis van dit toestel en veel ervaring om zonder brokken een landing op één motor te kunnen maken. Hiermee ging nogal iets mis.

De piloten moesten wennen aan de straaljager. Piloot Vonk was gewend aan de Spitfire. ,,Zo'n Spit was maar klein; je stapte er niet in, maar je trok hem n en mij paste het ding als mijn meest gewaardeerde trui', vertelt hij in 'Het Paard van Phaëton' van A. van Wijk, over de Nederlandse ervaringen met de Gloster Meteor.

De nieuwe straaljager was veel meer dan een trui. ,,Vreselijk groot, geen dartel Spitje; geen machinekamr vóór je, het kantoor helemaal op zijn neus, en het uitzicht, dat zo riant had moeten zijn, werd verpest door een giro-vizier; geen geruststellend twaalf cilinder-gegrom, maar griezelige stofzuigergeluiden van twee luie potten links en rechts achter je.'

Het was een toestel zonder opsmuk. Wel klaagden de vliegers over het gebrekkige zicht vanuit de cockpit en ging af en toe tijdens de vlucht het dak van de cockpit spontaan open, vooral op grote hoogte. Het gaf een enorme klap, en een piloot die dit meemaakte moest het hoofd koel zien te houden, wat gezien de vrieskou op die hoogte wel moest lukken, maar het kabaal maakte het contact met de verkeerstoren vaak onmogelijk. Sommige piloten hielden gewoon hun adem zo lang mogelijk in, doken naar beneden en zochten het dichtstbijzijnde vliegveld op, om onmiddellijk na de landing in een warm bad te stappen.

Het toestel kreeg de naam 'vliegende doodskist' en 'weduwemaker'. Er kwam een apart squadron van piloten die omgekomen waren in of met een Gloster Meteor. Het zijn er 52. Het is de vraag of dat hoge aantal aan fouten van de piloten lag, aan het toestel of aan de gebrekkige opleiding. Het laatste is het meest waarschijnlijk.

De Meteor bestond in 1948 al wel in een tweezits-uitvoering. Het rode demonstratiemodel was, nadat het gecrasht was bij een vlucht met een Belgische piloot, met behulp van de nog functionerende onderdelen omgebouw tot een model T.7, een trainingsvliegtuig. Op 19 maart 1948 vloog Prins Bernhard er mee, zijn eerste straalvlucht. In november kocht de Nederlandse luchtmacht dit type aan. Het was uiteraard duurder dan de Meteor IV. De tweezitter kostte 29 975 pond. De eerste tweezitter arriveerde in februari 1949. Twee weken later crashte het en de reparatie duurde maanden. He tweede toestel werd elf dagen na oplevering in de prak gevlogen.

De Gloster Meteors deden dienst tot 1959. Toen werden ze vervangen door Hawker Hunters.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden