Landconflicten in Atjeh vertragen wederopbouw

Op Tweede Kerstdag 2004 werden grote delen van Azië onder water gezet door een tsunami. De zwaarst getroffen Indonesische provincie Atjeh worstelt met de wederopbouw. Die wordt gehinderd door veel praktische problemen.

„Er zijn hier wel huizen gebouwd, maar er is geen elektriciteit aangelegd”, zegt Siti Munira (48). Ze zwaait met haar bezem richting een waterput. „En in deze putten is het water brak. Daar kun je je dus alleen mee wassen. Voor de tsunami was hier wel elektriciteit en het water was drinkbaar. Daarom staan sommige huizen hier leeg.”

In Atjeh, waar de tsunami twee jaar geleden bijna 170.000 mensen doodde, staan hier en daar nieuw opgetrokken huizen leeg. Het is een merkwaardig fenomeen, gezien de nog altijd grote behoefte aan woningen in de Indonesische provincie, waar 600.000 mensen dakloos raakten. Een waaier aan problemen zorgt ervoor dat er nogal wat misloopt tijdens de wederopbouw.

De leegstaande huisjes zijn vaak het gevolg van disputen over landrechten of andere administratieve problemen. Soms zijn lijsten gebruikt waarop gezinnen staan die niet meer leven, soms zijn de huizen slecht geconstrueerd of gebouwd op onaantrekkelijke plaatsen. Soms ook willen mensen er niet wonen, omdat het ontbreekt aan elementaire voorzieningen.

De weduwe Nurleila (31) behoort tot de laatste categorie. Ze komt aanrijden op de brommer en wil even een kijkje nemen in haar deels herbouwde dorp. Het ligt vlakbij het mooie zandstrand van Lhok Nga, vijftien kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Banda Atjeh. Alleen de stompen van palmbomen herinneren hier nog zichtbaar aan de ramp. Veel fundamenten van verwoeste huizen zijn inmiddels overwoekerd door het groen.

Nurleila heeft wel een nieuw huis, maar woont liever nog even in haar noodwoning, hoewel die erg klein is en de hygiëne slecht is. „Maar er is wel elektriciteit en we krijgen tenminste regelmatig een voedsel- en waterrantsoen”, zegt de vrouw. Ze is niet de enige.

Volgens een schatting van de hulporganisatie Oxfam wonen nu nog zo’n 70.000 mensen in noodwoningen, lange gebouwtjes van triplex die bekend staan als ’barakken’. De meesten van hen zijn landlozen en pachters, voor wie nog een oplossing gezocht moet worden. De BRR, het Indonesische Agentschap voor Rehabilitatie en Reconstructie van Atjeh en Nias, dat de wederopbouw coördineert, willen de nog bestaande 150 barakken in Atjeh voor april volgend jaar sluiten. De vraag is of het voor die tijd lukt om voor de bewoners een oplossing te vinden.

„We zullen ook hen land geven”, zei BRR-directeur Kuntoro Mangkusubroto vorige week. „Het probleem is dat zij altijd land willen in de buurt van een markt of een haven. Land aan de rand van de stad vinden ze te ver van hun werk. We zouden voor de toewijzing richtlijnen krijgen uit Jakarta, maar die komen als maar niet. Dat hindert ons zeer.”

De kwestie van de landrechten is een van de meest urgente in Atjeh. Vrijwel alle grondeigendomsbewijzen zijn door de tsunami vernietigd, wat landclaims erg moeilijk controleerbaar maakt. Dat zorgt voor grote vertraging bij de bouw van huizen en wegen. Zo is de voor de wederopbouw cruciale kustweg van Banda Atjeh naar Meulaboh – over grote afstanden een hobbelig zandpad – nog lang niet hersteld ondanks de beloftes. Disputen over landrechten zijn hier grotendeels de oorzaak van.

Ook op veel andere gebieden is er de afgelopen twee jaar het nodige fout gelopen. Veel hulporganisaties verkeken zich op de schaal van de ramp en misten de kennis om projecten goed uit te voeren. Gedoneerde boten liggen ongebruikt op het strand of zijn gezonken, omdat ze ongeschikt zijn voor de zee bij Atjeh. Een aantal van de nieuwe huizen moet nu alweer worden opgeknapt omdat ze te gehaast of te slecht gebouwd zijn. En door corruptie bij aannemers en bij BRR zelf zijn miljoenen euro’s niet meer te traceren.

Daar staat tegenover dat het merendeel van de scholen is hersteld en dat bijna de helft van de 128.000 huizen die gebouwd moeten worden klaar is. Eind maart volgend jaar moet dat aantal zijn opgelopen tot 79.000.

Op de langere termijn baart de lokale economie BRR-directeur Kuntoro de meeste zorgen. „Vooral de vraag hoe we daarvoor een stevige basis kunnen leggen. Nu werkt 68 procent van de mannen in wederopbouwprojecten, maar wat gebeurt er na 2009, als de wederopbouw voltooid moet zijn? Behalve een hotel in Banda is er nog geen enkele investering van betekenis gedaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden