Landbouwkoloniën als werelderfgoed

Waar goede bedoelingen al niet toe kunnen leiden. De Maatschappij van Weldadigheid begon 192 jaar geleden om verpaupering tegen te gaan. Nu beheert de gelijknamige stichting wat er is overgebleven van die idealen.

Wie kent Johannes van den Bosch nog? Minister van Staat, vertrouweling van koning Willem I, Tweede Kamerlid, gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, luitenant-generaal in het leger van de Bataafse Republiek; voorwaar geen flauwe reputatie. Maar bovenal was Johannes van den Bosch (1780-1844), oudste zoon van een arts in het Betuwse Herwijnen, een idealist die een einde wilde maken aan de verpaupering in de vroege 19de eeuw. Nederland was amper verlost van de Franse troepen van Napoleon en de euforie daarover was net weggeëbt, toen bleek dat vooral in de steden de armoede wild om zich heen greep.

Van den Bosch meende dat de arme stadsbewoners beter af zouden zijn als landarbeider in de woeste streken ten oosten van de Zuiderzee. Zijn plannen leidden tot de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid, officieel op 1 april 1818, die tot doel had enkele landbouwkoloniën te stichten in de Kop van Overijssel en het zuidwesten van Drenthe.

Al enkele maanden na oprichting kocht de maatschappij het Drentse landgoed Westerbeeksloot aan, waar Van den Bosch zelf de eerste steen legde voor het eerste huisje van de proefkolonie. Er zouden nog honderden woningen volgen in de kolonies Frederiksoord – vernoemd naar de prins der Nederlanden, beschermheer van de maatschappij – Willemsoord, Wilhelminaoord en Boschoord. Vrijstaande huisjes met een tuintje, langs kaarsrechte wegen, waar binnen een eeuw 1400 gezinnen woonden en werkten.

De grond moest nog worden ontgonnen en in eerste instantie leefden de bewoners als in een leefgemeenschap: het voedsel kwam uit een gaarkeuken, drank was taboe, er waren verplichte kerkdiensten, ze werkten in gezamenlijke tuinen, boodschappen in de koloniewinkel moesten worden betaald met eigen koloniegeld (tot 1860) en er werden scholen gesticht voor de kinderen. Die moesten immers niet alleen uit de armoede worden gered, het ruwe volk moest ook worden opgevoed.

Dat gold zeker voor de strafkolonies in Veenhuizen en Ommerschans, waar landlopers en bedelaars werden vastgezet, en voor de woonscholen, die later in de grote steden zelf werden gesticht en waar arme sloebers moesten leren fatsoenlijk te leven. De Nederlandse staat nam de strafkolonies in 1859 over. Veenhuizen zou uitgroeien tot een gevangenis, die intussen weer is gesloten en nu alleen nog openstaat als gevangenismuseum.

Over het lot van mensen die naar Veenhuizen werden gestuurd schreef Suzanna Jansen drie jaar geleden de stukgelezen familiekroniek ’Het pauperparadijs’. De aanvankelijk idealistische koloniën veranderden in veel gevallen in een fuik voor de armen. Zeker wanneer dat gepaard ging met dwang.

In de ’vrije koloniën’ waren weliswaar strenge regels, maar de nieuwe bewoners kwamen uit vrije wil. Sommigen keerden gedesillusioneerd terug naar de stad. Maar wie bleef kon vanaf 1884 een vak leren, op de G.A. van Swieten Middelbare Tuinbouwschool in Frederiksoord (vijf jaar geleden overgeplaatst naar Meppel), en een eerlijk bestaan opbouwen op een van de zes grote boerenhoeven van de maatschappij.

De droom van Van den Bosch had wel flink te lijden onder doorlopende financiële tekorten. Bovendien kwam er kritiek, met name uit christelijke hoek, waar de overtuiging heerste dat armoede nu eenmaal bij het leven hoorde. Gaandeweg werden de kolonies gewone dorpen.

Tegenwoordig draagt de Maatschappij van Weldadigheid, sinds zeven jaar een stichting, de zorg voor het behoud van de monumentale status van de vrije kolonies. Frederiksoord en Wilhelminaoord gelden als cultureel erfgoed: ze hebben vorig jaar van de gemeente Westerveld het predikaat ’beschermd dorpsgezicht’ gekregen en zijn opgenomen op de voorlopige lijst van het werelderfgoed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden