Landbouw die weg is blijft weg

Nederland is geen agrarisch land meer, maar wel de een na grootste exporteur van voeding. Schaalvergroting lijkt de enige manier om de boer te behouden. Al zijn er die er anders over denken.

Kees de Vré

En de boer hij ploegde voort. Maar hoe lang nog? De zaken in Nederland gaan er met de dag somberder voor hem uitzien. Door voortgaande liberalisering van de wereldhandel wordt de concurrentie tussen de primaire voedselproducenten tot ver over de grenzen heen steeds moordender. De kippenboer wedijvert vandaag de dag niet alleen met zijn Spaanse collega maar tevens met Braziliaanse en Thaise boeren, de akkerbouwer met boeren uit Senegal, Kenia en Egypte.

Daarnaast schroeft de samenleving de eisen die het aan boeren stelt steeds meer op. Het milieu, de voedselveiligheid en het dierenwelzijn zijn zaken waar geen boer in Nederland nog omheen kan. Het aantal regels is daardoor niet meer te overzien. De kosten lopen navenant mee op, terwijl de opbrengstprijzen niet meestijgen. Zo is anno 2004 de bizarre situatie ontstaan dat in de supermarkt een liter water duurder is dan een liter melk. Met alle gevolgen van dien voor het boereninkomen. Steeds meer boeren gooien dan ook de handdoek in de ring.

Is boeren nog wel leuk? ,,Nou en of'', zegt Henk Scheele zonder aarzelen. ,,'t Is een prachtige manier van leven.'' Het is hem ook aan te zien als ie glunderend zijn schuren met pas geoogste aardappels laat zien. Scheele runt samen met zijn vrouw een gemengd bedrijf in 'sGravendeel in de Hoeksche Waard. Hij heeft er 18 koeien rondlopen en verder verbouwt hij aardappels, tarwe, suikerbieten, uien en cichorei. Hij heeft de uitdijende berg regels letterlijk aan den lijve gevoeld. ,,Ik was de eerste boer met een muisarm! Alles wat er hier op de boerderij gebeurt aan activiteiten moet op de computer worden geregistreerd. Dat kost me een dag in de week. En weet je hoe ik van die muisarm af ben gekomen? Door tarwe te dorsen'', om maar aan te geven waar zijn hart ligt.

De prijzen die Scheele voor zijn aardappels, bieten en tarwe krijgt zijn al 25 jaar hetzelfde. Hij houdt het hoofd boven water door mechanisatie en precisielandbouw. ,,Het gaat erom op tijd de juiste beslissingen te nemen'', zegt Scheele, een op hbo-niveau geschoolde boer. ,,Zo heb ik mijn opbrengsten per hectare fors verhoogd door met steeds verfijnder technieken te bemesten en ziektes te bestrijden.'' Hij laat een machine zien die zo is gemaakt dat bestrijdingsmiddelen zeer gedoseerd en precies op de bedoelde plant terechtkomen. ,,Voorheen werd er flink in het rond gespoten; nu gaat het heel gericht. Dat scheelt een hoop middelen, ik denk inmiddels 60 tot 70 procent minder, en dus kosten. Bovendien draag ik zo bij aan de duurzaamheid die vanuit de samenleving wordt geëist. Steeds meer boeren zien ook in dat dat nodig is om over tien jaar nog te bestaan.''

Verder vervangt Scheele dure arbeid door machines. ,,Veertig jaar geleden, deze boerderij was toen nog van mijn schoonouders, liepen hier vijf werknemers rond. Ik heb er nu nog een in dienst.'' Scheele zorgt voorts voor extra inkomen door landschapsbeheer. Rondom zijn akkers experimenteert hij met verbrede randen - zo'n drie meter - waar geen aardappels of bieten groeien maar waar de natuur haar gang kan gaan. ,,Er groeit gras, bloemen en kruiden, waardoor de biodiversiteit toeneemt. Dat is aangenaam voor wandelaars en fietsers en het verbetert ook de kwaliteit van de sloten erachter.'' Scheele zet in die akkerranden tevens natuurlijke vijanden zoals sluipwespen uit voor insecten die zijn gewassen bedreigen. Ook dat scheelt weer bestrijdingsmiddelen. Natuur- en landschapsbeheer op braak te leggen land is een activiteit die door boeren - akkerbouwers én melkveehouders - steeds vaker ter hand wordt genomen en door de Europese Unie middels subsidies ook wordt gestimuleerd.

Ondanks zijn slimme aanpak en de positieve instelling dat ,,overal wel weer een oplossing voor is'', piekert Scheele aan zijn keukentafel over de toekomst. ,,Het is toch een zorgelijk bestaan, en mijn vrouw en ik vragen ons vaak af of je dit je kinderen moet aandoen.''

Elke dag houden tien boeren het voor gezien. Sinds 1980 is het aantal boerenbedrijven in Nederland met 40 procent afgenomen tot zo'n 85000. De landbouw wordt economisch gezien steeds meer een randverschijnsel in Nederland. Maakte in 1950 de landbouw nog 15 procent uit van het bruto nationaal product, inmiddels is dat aandeel gezakt naar 2 procent. De blik uit het trein- of autoraampje op weiden en akkers vertroebelt de waarneming. Gevoelsmatig wordt Nederland nog als een boerenland beschouwd, maar het is allang een diensteneconomie.

Volgens Herman Stolwijk, hoofd van de afdeling landbouw en voeding van het Centraal Planbureau (CPB), gaat die marginalisering van de landbouw steeds sneller. In de veertig jaar na de Tweede Wereldoorlog nam het belang van de landbouw in de nationale economie jaarlijks met gemiddeld drie procent af. In de jaren na 1990 bedroeg de afname gemiddeld 5 procent per jaar.

,,Het is echt alarmerend'', zei Stolwijk na de presentatie - eind mei - van een rapport van het Landbouw-economisch instituut (LEI) over de plek van de Nederlandse landbouw in Europa. De samenstellers van dit LEI-rapport zien nog volop kansen, ondanks de situatie dat Nederland in alle sectoren van de landbouw terrein verliest aan zijn Europese concurrenten. Stolwijk daarentegen toonde zich op grond van dezelfde cijfers een stuk pessimistischer. ,,Zelfs in de sterkste sectoren, de glastuinbouw en de bloementeelt verliezen we terrein.''

De CPB-econoom constateert dat de relatieve prijsdalingen in de landbouw vanaf 1990 niet meer worden gecompenseerd door een hogere arbeidsproductiviteit (de opbrengst per werknemer) zoals dat in de decennia daarvoor nog wel gebeurde. ,,In de jaren negentig heeft de landbouw niets gemerkt van de stijgende inkomens waar de rest van Nederland van profiteerde. Alles duidt erop dat deze trend blijvend is. Dat moet op termijn gevolgen hebben voor de Nederlandse concurrentiepositie. De toekomst zal worden gekenmerkt door een krimp of op zijn best een geringe groei bij de sterkste sectoren bloementeelt en glastuinbouw.''

Maar directeur Hans ten Cate van de Rabobank Nederland, een belangrijke speler in de landbouw, ziet de toekomst niet zo somber in. ,,De cijfers wijzen weliswaar uit dat het aantal boeren elke tien jaar halveert, maar dat wil niet zeggen dat hij ook verdwijnt. Het zijn veerkrachtige mensen, de boer blijft bestaan. Alleen zal hij anders zijn. De traditionele boer zoals wij die hebben gekend, verdwijnt wel. De moderne boer moet keuzes maken, zich specialiseren, hij kan niet álles meer doen.''

Het maken van keuzes gaat jonge boeren ook goed af, zegt Ten Cate. ,,Ze zijn steeds beter opgeleid, hbo-niveau is echt geen uitzondering meer. Dat betekent eveneens dat ze nu overal, ook buiten het boerenbedrijf, terechtkunnen.''

Vervolg op pagina 13

Landbouw die weg is blijft weg

AGRARISCH BEDRIJF Vervolg van pagina 11

Moderne boer overleeft dankzij techniek en een lage kostprijs.

'De opkomst van de hoger opgeleide, meer rationeel werkende boer houdt in dat de sociale binding met het bedrijf minder wordt; de band met de grond is niet meer zo sterk. Het hebben van grond is ook, dat zie je in de glastuinbouw, steeds minder noodzakelijk. Anderzijds verdwijnt ook de emotie uit de boerenactiviteit. De romantiek van het boerenbedrijf is er straks niet meer. De economie wint het; jonge boeren rekenen veel meer.''

Rekenen is een eigenschap die vandaag de dag meer en meer nodig is. ,,Alles draait tegenwoordig om de lage kostprijs. Dat is het enige dat telt'', zegt Ten Cate, de toenemende internationale concurrentie overziend. ,,Dat betekent dat de bedrijven groter moeten worden en boeren zich moeten specialiseren. Ik was laatst bij een tuinbouwbedrijf dat op 50 hectare (100 voetbalvelden) de potplant anthurium kweekt. Volledig gerobotiseerd. Dat zijn ook geen eenmanszaakjes meer, dat zijn bv's met meerdere partners, anders kan je ook niet de miljoenen lenen die zo'n soort bedrijf nodig heeft om te beginnen.''

In de akkerbouw verwacht Ten Cate dat bij open grenzen de bulkproducten steeds vaker van buiten komen, uit de VS en Canada, landen waar nog ruimte genoeg is. ,,De Nederlandse akkerbouw moet zich gaan specialiseren in bijvoorbeeld pootaardappels, in bonen en erwten, lastige producten doorgaans.''

Als die noodzakelijke specialisatie botst met de maatschappelijke wensen, dan moet dat maar, zegt de Rabo-directeur. ,,In de melkveehouderij ga je naar bedrijven met 300 koeien. Die moet je op stal houden, anders is het niet meer te organiseren. Bovendien dwingt de mestwet de boer zijn koeien op stal te houden. Ik weet dat de burger kiest voor koeien in de wei. Als hij dat echt wil, dan moet hij ook bereid zijn een hogere kostprijs te betalen. Zo niet, dan staan over tien jaar alle koeien op stal.''

Ten Cate is zich ervan bewust dat zijn verhaal bij zijn achterban nog steeds moeilijk valt. ,,Ik word niet met de hooivork de zaal uitgejaagd, maar vaak sta ik voor broeierige boeren mijn verhaal te houden, ja. De boer die zegt dat 40 koeien wel genoeg zijn en dat de overheid maar voor zijn inkomen moet zorgen, die tijd is echt voorbij.''

,,Ha'', buldert de Wageningse hoogleraar rurale sociologie Jan Douwe van der Ploeg met zijn bekende bas. ,,Ik ken bedrijven waar wel vier gezinnen kunnen leven van 70 koeien. Dat zijn bedrijven die eigenwijs tegen de stroom in nieuwe vormen van het boeren zoeken.

Nieuwe netwerken opzetten, bijvoorbeeld met Staatsbosbeheer als landschapsbeheerder, of als campinghouder met de ANWB en plaatselijke VVV's, of heel speciaal vlees leveren aan de horeca uit de regio, of hun eigen melk verkazen en dat op de boerderij verkopen of bij plaatselijke supermarkten afzetten. Dit soort met verve gebrachte, kansrijke initiatieven wordt door de hoofdstroom van agrarisch Nederland verdoezeld of badinerend benaderd. 'Ot-en-Sien-boeren' worden ze genoemd en melkveehouders die ook nog aan landschapsbeheer doen leveren 'houthakkersmelk'. En dat zei niet de eerste de beste, maar de baas van Friesland Coberco (de grootste melkverwerker van Nederland, KdV).''

Het idee van schaalvergroting als middel om uit de crisis te geraken is dominant, vindt de landbouwexpert. Het ministerie van landbouw, de verwerkende industrie, het kennisapparaat, de Rabobank, de lobby-organisaties en zo'n tien procent van de boeren, zeg maar het oude Groene Front, kent maar één liedje: grotere bedrijven en lagere kostprijzen. ,,Maar zij creëren zo juist een probleem. De productiefactoren grond en arbeid zijn nergens zo duur als in Nederland. Daar komen nog de zwaarste milieu-eisen van Europa bij. Als je bedrijven vergroot, investeer je dus in kostprijsverhóging.''

Van der Ploeg ziet de grote belangen van het Nederlandse agro-industrieel complex als boosdoener. ,,Zij hebben een enorme exportpositie (na de VS de grootste ter wereld, KdV) en die willen ze, daarin gesteund door het ministerie van landbouw, niet kwijt. Daarom moeten boeren zich specialiseren, in melk, in aardappels, in varkens, en die goedkoop en in grote volumes aanleveren. De vraag 'Wat is nu goed voor boeren en waarom?' wordt nooit gesteld. Het idee dat er andere, nieuwe wegen mogelijk zijn, wordt als bedreigend ervaren. Het is de wet van de remmende voorsprong. Het is decennialang goed gegaan zo en waarom zou dat nu anders moeten, wordt breed gedacht. Het is een soort aderverkalking.''

Technisch en economisch gezien is het niet ondenkbaar dat de landbouw uit Nederland verdwijnt, stelt Van der Ploeg alarmerend. Voor het eerst in de geschiedenis is de landbouw geen vanzelfsprekendheid meer. ,,Ja, als we zo door blijven gaan als nu, is de landbouw in Nederland over 20 jaar verklungeld. Voedsel komt tegenwoordig overal vandaan. De notie 'Nooit meer honger' is iets dat de huidige generatie niets meer zegt. Het is in ons aller belang dat er een leefbaar platteland blijft en daarbij is een verstandige landbouw onontbeerlijk. Als die landbouw eenmaal weg is, krijg je hem niet meer terug. De overheid moet dat ecologisch kapitaal in stand houden, maar in Den Haag waait een neoliberale wind en dus leunt Veerman achterover.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden