Land van licht en ruimte Kunstenaars vinden elkaar op Gronings platteland beeldende kunst

T/m 26 juni in en om boerderij 'Nijenklooster', Nijenklooster 9 in Kloosterburen (tussen Wehe den Hoorn en Mensingerweer), wo-zo 12-17 uur.

Langs de weg van Mensingerweer naar Wehe den Hoorn ratelen vrolijke linten in de straffe wind. Wie de doodlopende weg durft in te slaan die onder invloed van het slechte weer al spoedig in een modderig boerenpad overgaat, wacht anderhalve kilometer verderop de boerderij van schilder Gerard Koster. Het landschap rondom is vier keer met landmeterstokken ingekaderd: door de knieën buigend zie je de wolkenlucht als een drukkend pak de horizon laag houden.

Koster is een van de deelnemers aan de in zijn schuur gehouden expositie van kunstenaars die zich zonder uitzondering thuis voelen in dit Groninger land. Koster schildert daar over; in bijna conceptuele doeken die soms aan de foto-realistische periode van Gerhard Richter doen denken, benadert hij het licht van zijn meest intense zijde. De horizon staat laag, scheidt velden van blauwwit boven en geelwit daaronder.

Waar Koster over schildert, daar dicht Cor Jellema over en maakt Jan Steen beelden van. Jellema en Steen treffen elkaar in een dubbele aardappelkist, een ruimte die als uitgangspunt voor de expositie werd gebruikt. De zin 'In 't water van wolken/ Het opschrift' uit een langer gedicht, weerspiegelt zich in een waterplas, duikt onder en komt als puur beeld boven.

Waar Koster over schildert en Jellema over dicht, daar maakt Ton Broekhuis foto's van. De wereld kan hem niet noordelijk genoeg zijn: in het anonieme schapenland onder de dijk ziet hij minimalistische structuren uit de mist opdoemen, die zich onttrekken aan tijd en plaats. En toch ook die snelle blik als een gans plotseling voor zijn voeten staat en gakkend de aandacht vraagt.

Waar Koster over schildert en wat Broekhuis fotografeert, daar maakt Euf Lindeboom geschilderde portretten van. In een pseudo-naïeve stijl beeldt ze het karakter van de huizen in het Westerkwartier uit. Het zijn persoonlijkheden die hun ziel op slot houden, niet uit stugheid die hier best mee valt, maar omdat ze eenvoudig willen zijn, zich bescheiden opstellen om niet te hoeven concurreren met de trotse, haast arrogante borgen en stinzen.

Waar Koster en Lindeboom over schilderen, daar maakt Tiny BouterSnijders objecten in keramiek van. Het is dat haar beelden in klei op deze plek staan, maar veel verwijzingen naar het land hebben deze sterk architectonisch gerichte vormen niet. Bouter houdt zich bezig met vakmanschappelijke zaken (uitdrukking van glazuren, perfecte vormen), zoekt ook graag een relatie met de plek, de ruimte waarin haar object komen te staan, maar ze is niet echt bevattelijk voor de poëzie van dit lege land.

Dat geldt ook voor Jacqueline Kasemier, een fijnschilderes uit de Mokum-school die overduidelijk laat blijken dat ze een leerling is van Wout Muller, maar dan zonder zijn obsessieve bewondering voor het vlees. Kasemier is een verteller van verhalen, een klepdoos die zelden haar mond dicht doet. Ergens in al die anekdotiek hoop je op een stiltepunt, maar ze geeft geen krimp, alles moet met beelden worden uitgelegd.

Om het land in al zijn eenvoud te karakteriseren, zijn niet veel woorden, ook niet veel beelden nodig. Koster typeert het nog het mooist in zijn kist die hij bekleed heeft met wit doek dat naar een centraal perspectief verwijst. Ver aan de einder gloort een licht dat alles in de kist wit, dus leeg maakt. Zo is ook het Groningse land: ver weg, alleen in een abstracte taal te vangen. En romantisch, dat wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden